Column

Voltooide stad

Als er ooit in Rotterdam ook eens een nationale dodenherdenking wordt gehouden, dan moet het in de Kuip zijn. Het monument der monumenten overstijgt voetbal, feeërieke parades en collectieve neerslachtigheid. Het staat autonoom in de naoorlogse geschiedenis van Nederland. Het heeft alle denkbare functies vervuld: godshuis, kermis, kerkhof. En de stilte in de Kuip is die van Samuel Beckett – woorden in de wind.

Net nu Ajax zijn koninklijke signatuur heeft afgegeven in de Europa League zou het blasfemisch zijn te twijfelen aan de landstitel voor Feyenoord. Het moet nu gebeuren, tegen Excelsior, het kampioensfeest verdraagt geen uitstel.

De Coolsingel is in duizenden hoofden reeds een Madrileense boulevard. Menigte, zang en vreugde, vlaggen. Een massa van uniformen en toch kleurrijk. Iedere Feyenoord-fan fontein van zichzelf. Tot jubel geslagen in een momentum dat getuigt dat er het afgelopen seizoen groots en meeslepend is geleefd. Dit weekend worden de voetbalnaties Ajax en Feyenoord met elkaar verenigd in gezamenlijke triomf. Daar kan de gefragmentariseerde samenleving nog wat van opsteken.

Theoretisch kan het nog misgaan, maar dat zou dan voor Ajax een geschenk van de duivel betekenen. Feyenoord is de verdiende kampioen. Punt, amen. Er zat een ziel in de selectie, een seizoen lang. Het minderwaardigheidscomplex werd weggespeeld door karakterjongens als Kuijt, Vilhena, El Ahmadi en andere Toonstra’s. Van werkvoetbal was geen sprake meer, er werd ook schoonheid nagestreefd. De esthetische norm lag op bepaalde dagen even hoog bij Feyenoord als bij Ajax. Met nog een kwalitatieve surplus voor de Rotterdammers: de absolute wil om te winnen.

Ajax heeft Ziyech, Feyenoord El Ahmadi, totaal verschillend van stijl en temperament, maar wel de wezenlijke sleutelfiguren in het succes van beide. Er mag dan al iets meer finishing touch in de selectie van Ajax zitten, de Rotterdammers maken dat met verve goed in bezetenheid. Draafkunst is snelheid geworden.

De eredivisie is al enkele keren dood verklaard. Ten onrechte. Nog steeds is er de gehechtheid aan aanvallend voetbal en in weinig competities krijgt de jeugd meer kansen. Voor antieke Aziaten wordt er in het Nederlandse voetbal zelfs kindermisbruik gepleegd. Nederland is een conservatief land, bij wijlen oubollig, maar niet waar het gaat om de inpassing van nieuwe voetbalgeneraties. In adoratie voor jonkies zijn we de wereld ver vooruit.

Het mag dan zo zijn dat Nederlandse coaches minder gewild zijn in Bantoelanden, hun vakmanschap is ruimschoots bewezen bij onze vaderlandse topclubs. Peter Bosz en Giovanni van Bronckhorst hebben Ajax en Feyenoord op Europese hoogte getild. De kritiek op Phillip Cocu van PSV berust meer op kwaadaardigheid dan op zinvolle argumenten. Zoals Ajax tegen Lyon voetbalde, kom je het in de Premier League niet tegen. En in heilig vuur kan Feyenoord wedijveren met Juventus, zij het dat de klasse in de defensie een stuk minder is.

Rotterdam heeft lang moeten wachten op een kampioensfeest. Te lang. Toch was de honger naar Feyenoord nooit gestild. Het legioen bleef dromen en hopen. Het wonder van Rotterdam is ook de zwaar beproefde trouw van duizenden Feyenoordfans. Daar mag een dankwoordje bij.

De Coolsingel zal de komende dagen dampen, na een jarenlange kilte. Achttien jaar vergeefsheid zal massaal worden weggezongen en gedanst. Met het vieren van de landstitel wordt de stad weer voltooid.

Hand in hand kameraden: de woorden zijn afgestoft, naar inhoud en beleving.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.