Column

Tafel

Deze column schrijf ik doorgaans in het washok. Met het washok bedoel ik de zolder. Daar is onlangs op mijn aandringen – en na een krijgsvaardige (misschien zelfs prijzenswaardige) queeste mijnerzijds per openbaar vervoer (!!) van Amsterdam naar Haarlem (!!) – een ronde eettafel neergezet. Dat is de meest accurate beschrijving. Want het is een eettafel en hij is rond. Hoewel ik voor de volledigheid nog zou kunnen opmerken dat hij wit is. Of wit op mij overkomt, want hoewel u er hier geen plaatje bij krijgt (en daar is een goede reden voor, die u weldra duidelijk wordt) zou het mij zeer ontrieven wanneer ik op wat voor manier dan ook tussen wie dan ook en zijn kleurbeleving in kom te staan.

Ik had graag gezien dat het een Eero Saarinen tulptafel met een marmeren blad geweest was, maar een mens moet eerst eten kunnen kopen voordat hij een eettafel aanschaft – althans, ik denk, en ik denk dat veel mensen het met mij eens zijn, dat zulk een volgorde de meest voor de hand liggende volgorde is – en áls er dan van die eettafel ook nog eens niet gegeten gáát worden, omdat er op een andere verdieping al een tafel is waar van gegeten kán worden, leek het mij, maar wie ben ik, dat de aanschaf van een tafel, een extra tafel, nóóit in de weg mag komen te staan van de mogelijkheid om chips te kopen. Ik bedoel eten.

Zelf doe ik sinds het ding er staat alsof het een uitstekend idee was, dat erkenning en een receptie met hoogwaardigheidsbekleders verdient.

De Ikea Docksta, voor 169 euro, want daar hebben we het hier over, staat echter wel in de weg van een heleboel andere dingen. Van lopen met een correcte, of in elk geval niet schadelijke, afwikkeling van de voet bijvoorbeeld. Op zolder dan. De andere, enige échte volwassene hier in huis, doet sinds het ding er staat alsof hij altijd al vond dat het een slecht idee was. Ik weet niet of dat zo is. Zou kunnen, maar dan heeft hij van zijn afkeur geen uiterlijke blijk gegeven. Zelf doe ik sinds het ding er staat alsof het een uitstekend idee was, dat erkenning en een receptie met hoogwaardigheidsbekleders verdient. Wel op een andere locatie dan. Want iets verdienen is niet hetzelfde als er ruimte voor hebben. Wat bekleding betreft zijn wij hier namelijk – ik spreek graag in de wij-vorm omdat de bijdrage aan de weelderige situatie van meerdere schenkers komt – royaal bedeeld.

Op het internet bekijk ik graag foto’s van de werkkamers van schrijvers. Niet dat ik mijzelf een schrijver acht, met deze wekelijks aaneengeregen woordenbrij – irritant lange zinnen met veel niet perse ter zake doende onderbrekingen, niet? – maar ik mag graag dromen van een nuttiger bestaan. Daar hoort een grote tafel bij. Hoewel Roald Dahl het misschien beter bekeken had met zijn slaapzak in zijn dikke bruine stoel, waar een rol karton op lag, waar weer een schrijfplakje op rustte en een leeslamp op scheen. Maar goed, ik zit dus op een krappe zolder, met mijn megalomane tafel, tussen de wasmachine en droger, een wasrek, onuitgepakte dozen, dingen die geen plek hebben maar al heel lang op dezelfde locatie staan (namelijk; de zolder) en ONOPGEVOUWEN WAS. Die was komt dus op mijn chipstafel terecht. Ik bedoel werktafel.

De andere, enige echte volwassene hier in huis zegt dus dat hij dat al zag aankomen, dat van die was, en dat het daarom een slecht idee was. Ik zie het anders. Als je moet schrijven ga je vaak iets anders doen om het uit te stellen. Positioneer je tussen taken waar je geen zin in hebt, zoals de was, en et voilà: woordenbrij.