Mattheüs

Jezus predikt juist geen geweld

Illustraties Cyprian Koscielniak

In NRC van 4 mei jl lees ik in de ‘Woordhoek’ van Ewoud Sanders dat Jezus behalve vredelievende ook nare dingen heeft gezegd. Als voorbeeld noemt hij de tekst van Mattheüs (10:34): „Denk niet dat ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard”. Wat mij opvalt bij taalhistoricus Sanders is dat hij deze tekst volledig uit zijn verband een negatieve betekenis meegeeft: Jezus zou ook geweld prediken. Je zou veronderstellen dat het vervolg van Mattheüs (10:35) deze bewering extra kracht geeft: „Tweedracht ben ik komen brengen tussen een man en zijn vader, tussen dochter en moeder, schoondochter en schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.” Jezus als verkondiger van geweld? Niets is minder waar. Exegese van deze tekst leert ons juist dat Jezus vrede en eendracht wil, maar tevens aankondigt dat als gevolg van het geloof in Hem (=leer in naastenliefde) tweedracht zal ontstaan (zie wereld om ons heen); tweedracht omdat de een Hem aanhangt en de ander Hem verwerpt. Jezus spreekt hier dus over verdeeldheid onder mensen die voortkomt uit het slechte, uit boosaardigheid (macht en bezit) in de mens. En dit is toch duidelijk iets anders dan het prediken van geweld, zoals Sanders ons doet geloven. Van mij mag de Jezus van Mattheüs 10:35 worden geciteerd, een predictie die helaas werkelijkheid is geworden en ons tevens duidelijk maakt dat goed en kwaad in ons menszijn zijn verankerd.