Column

Losscheuren van de kudde

Ik heb genoeg familieleden om te herdenken op 4 mei, maar toen het twee minuten stil was, dwaalden mijn gedachten af naar Andreas Burnier. Ik wist tot voor kort niet eens wie Andreas Burnier was. Een belangrijke schrijfster, zei de organisator van debatcentrum De Balie die mij uitnodigde voor een avond over haar leven en oeuvre. Had ik onder een steen geleefd? Ik vroeg het aan vrienden van het flexwerkkantoor en gooide het op een aantal whatsappgroepjes van leeftijdsgenoten, maar die kenden haar ook niet.

Misschien is ze vergeten omdat het moeilijk is haar in een paar woorden te vangen. Andreas Burnier was de uitzondering op alle gebieden. Schrijfster, activist, dwarsdenker, transgender, kunstenaar, Joods, oorlogsoverlevende en bovenal een lastpak. Éen van de zeldzame vrouwelijke polemisten. Ze was ook nog wetenschapper, rechtsgeleerde op de Universiteit van Nijmegen. En eigenlijk heette ze helemaal niet Andreas Burnier maar Irma Dessauer. Ergens houdt het op. Op een bepaald moment ben je te ingewikkeld om nog herinnerd te worden.

Ik ben heel blij dat ik haar oeuvre dankzij die avond in De Balie alsnog leerde kennen. Zij blijkt een rolmodel te zijn, grootmoeder der dwarsdenkers. Het meest inspirerende aan haar is dat ze zo radicaal autonoom was. Ze was bijvoorbeeld feminist, maar weigerde de feministische stroming volledig te omarmen, omdat ze deze niet vér genoeg vond gaan. Als transvrouw waren individuele vrijheden essentieel voor haar, maar toen eind jaren ’80 de euthanasiewetgeving werd ingevoerd, verzette ze zich met hand en tand. Die euthanasiewetgeving zag Burnier als een stap op een heel glibberig hellinkje. Hoe kon een stervende man of vrouw ooit een vrijwillig verzoek uitten als diegene volledig afhankelijk was van de mensen en systemen om hem heen? Wat als het ziekenhuis nieuwe bedden nodig had? Wat als familieleden geld nodig hadden? Maar haar kritiek was fundamenteler van aard. Euthanasie kon, net als abortus, een instrument zijn binnen het sociaal-darwinisme, voor de eugenetica, binnen de uitwassen van de nationaal-socialistische geest. Niet alleen die stromingen moesten worden bestreden, ook de instrumenten die door de stromingen konden worden gebruikt.

Nu is de angst van Burnier ook dertig jaar na invoering van de euthanasiewetgeving geen werkelijkheid geworden, maar wat betreft de glijdende schaal had ze een vooruitziende blik. Haar felle kritiek op de nieuwe euthanasiewetgeving in de jaren ’80 leest als een tekst die vandaag op de opiniepagina’s kan verschijnen over de voorgestelde wetgeving rond hulp bij zelfdoding. De euthanasiepraktijk loopt dertig jaar na invoering alsnog uit de hand.

Toen Burnier haar ideeën over euthanasie opschreef, waren die zo tegendraads dat er een verklaring voor dat afwijkende gedrag moest worden gezocht. Burnier hoorde toch bij links? Ze was toch voor de vrijheid? Ze was toch progressief? Hoe kon ze dan in vredesnaam tegen euthanasie zijn? In interviews vroeg men telkens of eventuele trauma’s uit de oorlog haar parten speelden. Zo gaan dat soort dingen. Mensen kunnen niet geloven dat als je het op twee onderwerpen met hen eens bent, je het op het derde onderwerp oneens kan zijn. Daar moet hoe dan ook een verklaring voor gevonden worden.

Maar de euthanasiekritiek van Burnier kwam uit niets anders voort dan haar ultra-onafhankelijkheid. Het was een middelvinger naar de ‘package deal’ van meningen. Het idee dat je als denker niet akkoord hoeft te gaan met de zogeheten stroming waar je onder valt. Dat je als feminist niet hoeft te staan juichen bij abortuswetgeving. Dat je je als wetenschapper kunt beklagen over rationalisme. En dat je, ook als je zelf de grenzen van de individuele vrijheid aftast op gebied van geslacht en seksualiteit, nog steeds faliekant tegen euthanasie kan zijn. Slechts een klein deel van die package deal kan worden verklaard door de daadwerkelijke idealistische verbanden ertussen. Het merendeel is kuddegedrag. Daarom moet Andreas Burnier herontdekt worden. Haar leven en werk is een aanmoediging om je nog minder aan te trekken van je omgeving, om je van de kudde los te scheuren, en werkelijk onafhankelijk te denken en te leven.