Recensie

In die lelijke Ignis voel je je beter

Eén dapper Japans merk houdt de knulligheid hoog: Suzuki. Ook met de Ignis, schrijft .

De Suzuki Ignis gefotografeerd bij Suzuki Rotterdam. Foto Peter de Krom

In Nederland bestaat een club die zich inzet voor eerherstel van miskende auto’s. De leden koesteren de stiefkinderen die door hun uiterlijke eigenaardigheden of technische gebreken niet de handen op elkaar kregen. Zij zijn engelbewaarders van rariteiten die niemand wil behalve zij, mannen met een neus voor tragedies.

Zoals? Grote, roestige Franse limousines die het in de jaren 80 kansloos opnamen tegen toen al maatgevende Duitsers. De gehate Fiat Multipla, de bolvormige Mazda 121 met zijn beertjesreliëfjes op de wieldoppen. De kwezelachtige Austin Allegro. Of de Ssangyong Rodius, de gedrochtelijkste mpv aller tijden, waarvan de achterkant als een dakkapel aan de carrosserie leek te zijn vastgekit. Hartbrekend.

Het mededogen houdt niet altijd een diskwalificatie in. Er zijn auto’s waarvan niemand bijtijds de charme of grootheid zag. Verschoppelingen zijn er in de categorieën ‘leuk zielig’, ‘wanhopig zielig’ en ‘miskend geniaal’. Leuk zielig is de beertjes-Mazda, wanhopig zielig de Rodius, miskend genie de Multipla met zijn zes stoelen in een auto van nog geen vier meter.

Het is een goede vraag of zulke tragikomische gevallen nog bestaan. Wereldwijd lijken fabrikanten hun blunderneigingen onder controle te krijgen. De globalisering bracht een smaakconsensus voort die werkt als firewall tegen de ergste rampen. Miskleunende merken ontdekten hoe je toonbare auto’s bouwt of controversiële vormen zo opblaast dat ze leuk gek worden, zoals de Toyota C-HR.

Maar er is één dapper Japans merkje dat de knulligheid hooghoudt: Suzuki. De nieuwe Ignis is de Quasimodo waar wij freaks van smullen, een autootje dat smaakbeginselen vertederend onnozel in de wind slaat. Hij stumpert als een kindertekening. De achterste zijruit wordt ruw afgesneden door een stuk staal dat als een pantser in de flanken lijkt te zijn gelast. De achterlichten trekken met hun onvoorziene snit de achterkant lachwekkend uit het lood.

Extreem licht

Ik denk dat hij op een suv moest lijken. De hoog boven de zwartgelakte wieltjes uitstekende koets wijst daarop, en onder de zijkanten van de motorkap loopt een roostertje waarvoor de Range Rover Evoque als vermoedelijke inspiratiebron diende. Voor 18.000 euro is de Ignis te koop met vierwielaandrijving, waarmee Suzuki maar meteen de goedkoopste 4×4 verkoopt.

Ik rijd de SHVS, de Smart Hybrid Vehicle by Suzuki. Het is een zogenaamde mild hybrid. Hij heeft geen aparte elektromotor, maar slaat geregenereerde remenergie op in een lithium ion-accu die wordt gebruikt voor energiezuinig starten of de stereo. Honda had in de Civic al zo’n systeem dat bij Suzuki het verbruik van de viercilinder benzinemotor niet naar nieuwe laagten drukt. Voor een auto die maar 785 kilo weegt, extreem licht dus, is 1 op 20 een goede maar niet overweldigende score.

Snel is hij wel en hij stuurt fijner dan je van zo’n blokkendoosje verwacht. Dit is zo’n outsider die nooit autotests zal winnen maar voor mij liefde op het eerste gezicht was. Hij is het nooit gedachte huwelijk van leuk zielig en miskend genie, schattig en onverwacht goed – hoewel wat aanstellerig. Het lane warning departure system, dat waarschuwt tegen ongeoorloofd overschrijden van de rijbaan, doet op het absurde af zijn plicht. Het bestraft stuurfouten met een koerscorrectie en wild geflikker van wel twee oranje panieklampjes; op het computerdisplay mekkert in koeienletters: ‘Lane Departure Warning’.

Het interieur houdt het midden tussen Japanse nuchterheid en Europese flair zonder de stijlbreuk op te heffen. De witte armleuningen in de zwarte deurpanelen verraden de ambitie ‘iets met kleur’ te doen. Dat contrastidee is moedig doorgetrokken naar het dashboard. Japans saaie schakelaars en analoge meters botsen daar op een iPad-scherm met afgezaagde hoeken, dat de menu’s voor navigatie, telefoon en media in een achthoekige lijst vat. Noem het stijl. Maar hij is achterin verdomd ruim en de achterbank is in lengte verstelbaar, zodat je al naar gelang je behoeften de ruimte kunt vergroten. Dat is des te prettiger omdat de kofferbak niet royaal is.

Neem hem. Je voelt jezelf een beter mens, een biechtvader die onbeholpen zondaars van hun schuld verlost, de Queen Bee die haar minder ravissante vriendinnen het gevoel geeft dat ze meetellen. Arme ziel, ik zal je koesteren.