Interview

‘Ik ben altijd aan het werk, maar ik ben ook graag lui’

Kees Koolen (51) is als ‘Mister Booking.com’ één van de belangrijkste internetpioniers van Nederland. Nu werkt de boerenzoon aan een plan voor superboerderijen in Brazilië. „Ondernemers houden erg van praten, er zijn maar weinig mensen die dingen echt dóen.”

Vlak nadat ondernemer Kees Koolen afgelopen januari een etappe won in de uitputtende Dakar Rally, een race van twee weken door Paraguay, Bolivia en Argentinië, ging het mis. „Ik werd heel erg ziek: overgeven, diarree, ik was helemaal leeg.” Maar de race wachtte niet. „De volgende dag startte ik als eerste, maar al na 20 minuten voelde ik me niet lekker. Ik verdwaalde en raakte in een gebied verzeild waar je niet doorheen kan, kwam vast te zitten tussen enorme stukken gras.”

Daar stond hij dan met zijn quad, alleen in de tochtige Boliviaanse woestenij. „Ik werd zieker en zieker. Het was op 4 kilometer hoogte dus ik kreeg geen lucht. Ik ben een paar keer bijna flauwgevallen.”

Toen deed Kees Koolen wat hij altijd doet als het echt moeilijk wordt. „Dan ga ik even vijf minuten zitten en rustig nadenken.” Door wat afstand te nemen, bedacht hij een manier om zijn quad los te maken, en kon hij uiteindelijk na uren vertraging verder met de rally. Hij liep een achterstand op van 16 uur op de winnaar, maar reed de rally wel uit.

„In het bedrijfsleven is het net zo”, zegt hij. Koolen heeft kortgeschoren grijs haar, een brilletje met een eenvoudig montuur. Op straat zou je hem zo voorbijlopen. Hij praat met Brabants accent, in afgemeten, kordate zinnen. „Je moet constant nieuwe problemen oplossen. En snel ook. Je kunt vaak niet even rustig overleggen met een adviseur of zo. Je moet snel beslissen. Dan moet je niet als een gek reageren, maar snel de juiste beslissing nemen. Als je opgeeft lig je eruit, maar als je een cruciale fout maakt ook. Ik hou daar wel van.”

Behalve rallyrijder is Koolen ook één van de belangrijkste internetpioniers van Nederland. Hij was van 2001 tot 2011 directeur van Booking.com, het succesvolste internetbedrijf van Nederland. Meteen daarna raakte hij bij taxi-app Uber betrokken, toen dat bedrijf nog in de opstartfase was. Hij werd er door oprichter Travis Kalanick gevraagd als operationeel directeur. Dat ketste af omdat Koolen zijn vermogen niet goed kon verhuizen naar de VS en dus in Nederland wilde blijven wonen. Toen Uber het internationale hoofdkantoor naar Amsterdam verplaatste, kon Koolen toch betrokken blijven bij het bedrijf. Hij adviseert nog altijd over de internationale uitbreiding. Uber is nu de meest waardevolle start-up van de wereld.

De laatste tijd spendeert Koolen de meeste tijd aan een totaal ander megaproject: het optuigen van een complex met de grootste melkboerderijen van Brazilië, mogelijk zelfs van de wereld. Met dat project is waarschijnlijk meer dan een miljard euro gemoeid. De gesprekken met investeerders en de Braziliaanse overheid lopen nog. Uiteindelijk moeten er tientallen van die superboerderijen verrijzen, en zijn er zelfs plannen om eigen scholen, woonwijken, een universiteit en een vliegveld te bouwen voor de vele medewerkers die nodig zullen zijn. Het gaat om een gebied dat qua oppervlakte mogelijk groter is dan Nederland, het project is bedoeld om veeteelt efficiënter te maken. „Het zal decennia gaan kosten” – hij is er al sinds 2006 mee bezig.

Het verkopen van Booking.com

Bovenal blijft Koolen Mr Booking.com. Hij haalt trots zijn smartphone uit zijn zak om de actuele beurskoers te laten zien. Booking is inmiddels ruim 70 miljard euro waard. Dat maakt het bedrijf ongeveer even waardevol als ASML en Philips bij elkaar. Er is alleen één subtiel verschil tussen Booking en die andere Nederlandse techreuzen: Booking is niet meer zelfstandig. In 2011 verkochten Koolen en zijn team het bedrijf voor 110 miljoen euro aan het Amerikaanse concern Priceline. Honderden keren minder dan dat het bedrijf nu waard is. Ligt hij nog wel eens wakker van die beslissing?

„Aan de ene kant is dat natuurlijk heel jammer, aan de andere kant ben ik er blij mee. Toen wij het bedrijf aan Priceline verkochten in 2011 was er simpelweg geen investeringsgeld in Europa te vinden, wel in Amerika. En ik vraag me af of Booking zo groot was geworden zonder dat geld. Als dat wel was gebeurd, en we Booking niet verkocht hadden, als we hadden gewacht, dan was ik nu waarschijnlijk de rijkste Nederlander geweest. Dat had ik niet willen zijn. Dan denk ik niet dat ik een normaal leven had gehad. Ik ben van boerenafkomst hè, wat zou ik met al dat geld moeten doen?”

Zijn beslissing is wel slecht geweest voor Nederland en Europa, zegt Koolen. „Booking is een belangrijke werkgever in Amsterdam, maar de winst gaat nu naar Amerika. Als Booking Nederlands was gebleven, hadden we een heel groot ecosysteem gehad voor innovatie in Amsterdam. Heel veel goede mensen gaan nu weg uit Nederland omdat de uitdaging elders groter is. Als we hadden gewacht, had Nederland misschien wel tien of twintig goede technologiebedrijven gehad. Een beetje zoals Stockholm, waar bijvoorbeeld Skype en Spotify langer zelfstandig zijn gebleven. Booking had kunnen worden voor de Nederlandse economie wat Philips vroeger was, en dat is door de overname door Priceline niet gebeurd. Dat is een gemiste kans voor Nederland.”

„Ik ben opgegroeid op een koeienboerderij vlak bij de Belgische grens. Ik wist helemaal niks van industrie of het zakenleven. Ik ging naar de universiteit in Enschede omdat ik geen boer wilde worden. Ik wilde eigenlijk sporten, ik was goed in triatlon en had daar denk ik best succesvol mee kunnen worden. Maar toen kreeg ik een auto-ongeluk waardoor ik geblesseerd raakte en die droom niet doorging. Ik moest ineens bedenken wat ik dan wilde gaan doen.”

„Ik weet nog dat ik een paar weken op de universiteit zat en dacht: al die professoren snappen er echt he-le-maal niks van. In mijn ogen: als je een bedrijf wilt bouwen dan moet je zorgen dat je dingen doet die goed zijn voor klanten, zodat klanten blij worden. Dan verdien je geld en daarvan kan je personeel aannemen. Een bedrijf bouwen is geld verdienen zodat je de rekeningen kunt betalen. Voor mij was het heel normaal, maar bij bedrijfskunde leren ze je vooral hoe je groepen mensen moet managen. Terwijl ik dacht: hoe ga je überhaupt zorgen dat je al die salarissen van die mensen kunt betalen? Ik denk heel simpel.”

Adviesbureau tijdens studietijd

Al tijdens zijn studie startte hij een adviesbureau om technische bedrijven te adviseren over informatica, logistieke en kwaliteitscontroleprocessen. „Ik kwam er toen achter dat veel ondernemers heel erg houden van praten, en dat er weinig mensen zijn die dingen echt dóen. En dan ga je toch weer terug naar het boer zijn. Als een stal vol mest ligt, kun je een hele groep mensen bij elkaar roepen om er eens lekker over te vergaderen, een rapport te schrijven, maar als ik terugkom, ligt die mest er nog. Ik had het beter meteen kunnen opruimen, dan had ik daarna weer leuke dingen kunnen gaan doen. Die mest opruimen is niet leuk, maar het moet gebeuren.”

„Koeien moesten toen twee keer per dag gemolken worden. Als je dat niet doet, heb je morgen geen bedrijf meer; dan worden koeien ziek, stort je productie in. Dus of je nou ziek bent, geen zin hebt of de vorige avond op stap bent geweest: je moet die koeien toch echt melken. Ik kwam bij dat advieswerk allerlei ondernemers tegen van wie ik meteen zag dat die altijd klein zouden blijven en maar wat zouden aanrommelen, omdat die vooral over dingen praatten, en de oplossingen wel leken te zien, maar nooit in actie kwamen.”

„Toen had ik geluk. Ik had wat informatica gehad, leren programmeren, en precies toen kwam het internet op. Dus zonder enige hinder van het verleden, zonder conventionele wijsheden over hoe een bedrijf hoorde te werken, was ik een jongen van eind 20 die een onbeperkte energie had om hard te werken. Ik maakte meer uren dan anderen. Ik geloof heel erg in het boek Outliers: The Story of Success van Malcolm Gladwell.” Dat boek beschrijft dat wereldtoppers vooral succes hebben omdat ze minstens 10.000 uur hebben gewerkt, geoefend en geëxperimenteerd. „Het gaat om de combinatie talent, hard werken en timing, maar vooral om hard werken.”

„Het kost tijd om iets te leren, om er echt goed in te worden. Dat geldt ook voor triatlon en Dakar. Bij dat soort duursporten moet je ook veel analyseren, data bijhouden. Je maakt altijd wel fouten. Als je een triatlon te hard ingaat en je bent halverwege al verzuurd, dan wordt het een lange triatlon.”

Een gesprek met Koolen, ook als het gaat om zijn persoonlijke leven, gaat constant over processen optimaliseren, dingen efficiënter maken, technologie gebruiken. „Ook veel daarvan komt uit mijn jeugd op de boerderij. Aan de ene kant ben ik altijd aan het werk, maar ik ben ook heel graag lui. Om twee uur moet een koe kalveren, om half drie wil die nog niet, dan ga je weer naar bed en sta je weer op als het een uur later wel gebeurt. Als je dan ontdekt dat er zoiets is als een camera waarmee je kunt detecteren hoe het met de koe is, dan ben je de eerste die zo’n cameraatje heeft. Dan kun je vanuit je bed even kijken, dan hoef je niet meer elke keer die koude stal in. Als je zo’n praktische, op werk ingestelde instelling hebt, dan ga je altijd zoeken naar hoe dingen makkelijker kunnen.”

Het nieuwe project: melkproductie

Toen Booking in 1996 werd opgericht, was het volgens hem zonneklaar dat hotelboekingen makkelijker konden. „Ook al zei iedereen destijds dat mensen nooit op internet hun creditcard zouden delen, dat ze voor hotelboekingen altijd iemand in de ogen zouden willen kijken. Toen ik Travis Kalanick van Uber in 2011 ontmoette, zag ik meteen dat hun idee klopte. Ook die taximarkt kon efficiënter. Ik zegde meteen mijn terugvlucht naar Nederland af.”

Naar melkproductie kijkt hij nu weer met precies dezelfde blik: het hele proces ontleden en opnieuw opbouwen, maar dan efficiënter. „Melk wordt gemaakt voor de proteïnen. Een koe in Nederland moet ook proteïnen eten. Die komen uit soja, en waar komt die vandaan? Brazilië. Boeren kopen meststoffen in Kazachstan, ­Canada, Marokko. Dat gaat op de vrachtwagen, kost veel energie, gaat het schip in, moet 2.000 kilometer het land in, wordt daar op de akker geknikkerd, er worden chemicaliën aan toegevoegd die van Amerikaanse bedrijven komen. Wat gebeurt er met die soja? Op de vrachtwagen, op een boot naar Rotterdam en hier in Nederland door de koeien verwerkt tot melk. Wat hebben wij in Nederland? Ruimtetekort, mestoverschotten. Wij exporteren die melk weer. Dat klopt van geen kanten.”

„Waarom dan niet die koeien naar Brazilië brengen, dan heb ik daar de soja al. Dan heb ik ook mijn mest daar, dan kan ik ongeveer 85 procent besparen op de kunstmest, die ook niet meer de hele wereld over hoeft te reizen. Denk eens aan de milieubesparing die dat oplevert. Ik haal het water uit de melk zodat ik melkpoeder heb, en die breng ik de wereld over: meer melk, minder vervoerskosten en minder vervuiling.”

Koolens boerderijen moeten gebruik maken van sensoren, eigen energie opwekken, nieuwe foktechnieken gebruiken, vrijwel gesloten systemen vormen waarin alles is geoptimaliseerd, en alles kan worden gemeten en bijgehouden. Alles om aan de sterk stijgende vraag naar melk in opkomende economieën zoals China, India en Afrikaanse landen te kunnen voldoen.

Als hij het vertelt, kijkt hij alsof iedereen die hem hierover tegenspreekt volledig gek moet zijn, maar de plannen van Koolen zijn omstreden. „In onze boerderij moeten koeien binnenblijven. Daar worden clubs als Wakker Dier niet blij van. Het is controversieel, het gaat totaal in tegen de belangen van de bestaande industrie waaronder Rabobank, die veel boeren financiert en FrieslandCampina, die helemaal inzet op de weidekoe. Ook het ministerie van Economische Zaken is niet blij met mijn plannen omdat het tegen gevestigde belangen in gaat.” Koolen haalt onderzoeken van de universiteit Wageningen aan waaruit zou blijken dat koeien minder last hebben van hittestress als ze binnen, in de schaduw, staan.

Weerstand

Maar grootschalige veehouderij ligt sowieso erg gevoelig bij milieu-organisaties vanwege de enorme uitstoot van broeikasgassen. „Alleen al door de stijgende vraag naar melk komen er toch echt meer koeien bij de komende jaren”, zegt Koolen. „In plaats van de uitstoot vergroten met weidekoeien, kunnen we de uitstoot met nieuwe methoden juist beperken.”

Rabobank en FrieslandCampina hebben een financieel belang om tegen de plannen van Koolen te zijn, zegt hij. Maar de weerstand is breder, en raakt ook aan diepere vragen. Is alles steeds efficiënter maken moreel wel altijd gewenst? Kijk bijvoorbeeld naar de relletjes rondom Uber. Dat bedrijf maakt de taximarkt efficiënter, gebruikt daarvoor veel flexibele medewerkers, waardoor arbeidsvoorwaarden snel uitgehold raken.

„Ik ben een engineer, ik kijk naar processen. Ik ben geen politicus. We kunnen in Europa wel een discussie hebben over dat het niet goed is, maar ik doe er liever wat aan. Hoe langer we hier een ethische discussie voeren, hoe harder andere landen op ons uitlopen. Apple en Google zijn samen 1.300 miljard dollar waard, dat is meer dan de hele Duitse beursindex DAX-30 bij elkaar opgeteld. Tel je Microsoft, Amazon en Facebook bij elkaar op, kom je ook op 1.300 miljard. Die vijf bedrijven zijn dus twee keer zoveel waard als de dertig belangrijkste van Duitsland bij elkaar opgeteld. En intussen gaat het in China nóg harder dan in Silicon Valley. Als iets efficiënter kan, zal het efficiënter worden. Dan heb je de keuze of je het zelf doet, of dat een ander het voor je gaat doen.”

Zelfs zijn hobby ziet Koolen als een proces dat hij moet optimaliseren, dat verklaart volgens hem ook zijn liefde voor de Dakar Rally. Hij werd in 2014 de eerste deelnemer ooit die de race in alle vier de categorieën (quad, auto, truck en motorfiets) uit heeft gereden. „Na Dakar is mijn hoofd helemaal leeg. Als je me dan iets vraagt over Booking, dan zeg ik: Booking? Wat is Booking ook alweer? Als ik terugkom uit de Dakar Rally, neem ik de beste beslissingen. Mijn hoofd is leeg, ik heb een nieuwe blik, ik zie dingen scherper, durf radicaler beslissingen te nemen. ”

„Je rijdt 130 uur in zo’n quad in twee weken tijd. Je wint niet omdat je even snel wat goed doet, je wint omdat je doorgaat, en omdat, áls je een fout maakt, je niet in paniek raakt en geen domme dingen doet. Tijdens Dakar maakt iedereen grote fouten, het gaat er maar net om hoe je op die fouten reageert. Dat maakt het verschil.”