Cultuur

Interview

Interview

De familie maakte in 1925 met een gift de oprichting van de KRO mogelijk.

Foto ANP

‘Geven maakt gelukkiger dan ontvangen’

Familie Brenninkmeijer

Het Pausbezoek, de KRO en de stichting van het CDA: hoe een familie in stilte een stempel op Nederland drukte.

Geen mens die het weet, maar in een wolkenkrabber aan Park Avenue in New York, in een anoniem kantoorpand in Amsterdam én in een complex langs de Zugersee in Zwitserland geven de Brenninkmeijers (C&A) elk jaar honderd miljoen euro weg. De rijkste Nederlandse familie verricht haar liefdewerk met discretie.

Over hun filantropie is even weinig bekend als over hun zaken. Toch geeft de katholieke familie uit geloofsovertuiging een deel van haar geld weg. Al zes generaties opereren de Brenninkmeijers op het snijvlak van business en charity.

Eduard Kimman, jezuïet, hoogleraar en bekend met de familie: „Ze vinden dat een deel van hun winst naar liefdadigheid moet gaan. Zie het als seed money, misschien wel als social investment.”

De traditie gaat terug tot Clemens en August Brenninkmeijer, de twee marskramers die samen in 1841 de firma C(Clemens)&A(August) oprichten. Hun gestaag uitdijende onderneming zet geld voor liefdadigheid apart. Zo gaat het ook in Duitsland, Engeland en onder meer Amerika als hun nazaten daar bedrijven beginnen.

Veel vrome katholieke handelaren uit Westfalen die in de 19e eeuw naar Nederland komen – zoals Brenninkmeijer, Lampe, Dreesmann en Voss – dragen geld af aan katholieke doelen. „Het zat in hun cultuur. De Brenninkmeijers hebben dat vastgehouden. Andere families niet”, aldus Kimman. Hij heeft respect voor hun generositeit. „Een generositeit die niet drammerig is, maar wel trouw.”

„In alles heb ik u getoond dat u de zwakken zo, door hard te werken, moet steunen, indachtig de woorden van de Heer Jezus die immers gezegd heeft: ‘Geven maakt gelukkiger dan ontvangen’.” (Handelingen 20:35)

In de zomer van 1951 richten de twee kinderloze broers Ludwig Hugo (1897-1977) en George August Brenninkmeijer (1889-1953) in Amsterdam Stichting Benevolentia op. De stichting krijgt een deel van het vermogen van de broers voor „de behartiging van Rooms-Katholieke algemene, ideële en culturele belangen en de beoefening van liefdadigheid”.

Benevolentia (‘welwillendheid’) staat nu geregistreerd in een kantoorpand aan de Zuidas. Aan de voorgevel hangt geen naambordje. Het bestuur van Benevolentia bestaat uit vier leden uit de ondernemerskring van de familie. Een van hen is Maurice Brenninkmeijer die vanuit het Zwitserse belastingparadijs Zug leiding geeft aan het zakenimperium.

Dat de Brenninkmeijers aan liefdadigheid doen, is bekend. Zeker in katholieke kringen. Maar hoeveel geld ze geven, dat is lang een goed bewaard geheim gebleven.

In Nederland moet Benevolentia, die van de Belastingdienst de fiscaal interessante status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) kreeg, sinds 2014 zichtbaar maken wat zij doet. Alleen al in 2015 blijkt Benevolentia 51,2 miljoen euro te hebben uitgedeeld. In de periode 2012-2015 in totaal 188,6 miljoen euro. Geen enkele andere Nederlandse familie doneert zoveel.

Sinds haar oprichting heeft Benevolentia dus een miljardenbedrag weggegeven. Volgens de familie is het merendeel van het geld „niet als gift in mindering gebracht op enig belastbaar inkomen in Nederland”.

De bestemming van al dat geld blijft overigens grotendeels binnenskamers. Het enige wat Benevolentia op haar website meldt, is dat zij actief is op de gebieden onderwijs, samenleving, zorg en geloof.

„Wanneer je aalmoezen geeft, bazuin dat dan niet rond, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat om door de mensen geprezen te worden.” (Mattheüs 6:2)

Benevolentia verdeelt tot 1995 zelf elk jaar de miljoenen onder de goede doelen. Het gebeurt in stilte, indachtig Jezus’ aansporing. Wie geld krijgt, wordt erop gewezen dat op publiciteit geen prijs wordt gesteld. Als Benevolentia in de zomer van 1977 de Katholieke Universiteit Nijmegen 5.000 gulden schenkt om het archief van het aartsbisdom Jakarta te fotokopiëren, schrijft medewerker E.J.M.Th. Meuwissen van Benevolentia: „Wij verzoeken u de schenking als vertrouwelijk te beschouwen en er geen onnodige bekendheid aan te geven.”

Zo’n verzoek staat in alle brieven van Benevolentia. De ontvangers hebben daar begrip voor. Als het Katholiek Mediacentrum in Zeist in de jaren negentig 1,8 miljoen gulden ontvangt, stuurt de directeur een bedankbriefje: „Vanzelfsprekend zullen wij geen bekendheid geven aan de herkomst van deze schenking.” Het Mediacentrum is van de bisschoppen en omroep KRO, en moet de kerk op mediagebied vooruit helpen.

Bestuurslid van het Mediacentrum is Huub van den Biggelaar, een C&A-functionaris. Hij wordt in 1983 door de familie twee jaar uitgeleend aan de bisschoppen om het bezoek van paus Johannes Paulus II in 1985 aan Nederland te organiseren. De Brenninkmeijers betalen ook nog een vijfde deel van de kosten van dat bezoek: Benevolentia schenkt 900.000 gulden en C&A betaalt de extern pr-adviseur van de Stichting Pausbezoek. Zo vervult de familie achter de schermen een betekenisvolle rol.

Een recenter voorbeeld. Als tussen 2007 en 2012 het tot ‘Orientalis’ omgedoopte Bijbels Openluchtmuseum nabij Nijmegen gerenoveerd moet worden, helpen de Brenninkmeijers. Voormalig premier Dries van Agt (CDA) is erbij betrokken: „De familie had er veel begrip voor en was zeer toeschietelijk. Dat was fantastisch. De contacten zijn gelegd door de bestuursvoorzitter van het museum. Hij had gemakkelijk toegang als voormalig werknemer van C&A.”

Het discrete liefdewerk beperkt zich niet tot Benevolentia. De familie richt na de oorlog alleen al in Nederland dertien stichtingen op. Daarnaast doen de bedrijven, waaronder C&A, aan corporate giving. Slechts sporadisch haalt het de krant.

Zoals in 2006. Bij de opening van het duizendste filiaal maakt C&A zelf bekend 2,5 miljoen euro weg te geven. Elk filiaal mag 2.500 euro doneren aan een goed doel in de buurt.

„Als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet. Zo blijft je aalmoes in het verborgene, en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen.” (Mattheüs 6:3,4)

De familie is al een eeuw achter vele schermen de belangrijkste private financier van katholiek Nederland. Zo maken de Brenninkmeijers in 1925 met een genereuze gift de oprichting van de Katholieke Radio Omroep (KRO) mogelijk en vloeit er een constante geldstroom richting katholieke universiteiten, katholieke missieposten, katholieke ziekenhuizen, katholieke media, katholieke armoedebestrijders, alsmede kloosters, parochies en bisdommen. Niet alleen in Nederland maar ook elders in de wereld.

Geld gaat er ook naar de Katholieke Volkspartij (KVP), en later het CDA. Alleen al in de eerste drie jaar na de oorlog geven de Brenninkmeijers, via hun ondernemingen C&A en Nebu, 150.000 gulden aan de KVP. De geldstroom gaat daarna door.

Medio jaren zeventig is de familie de grootste financier van de Stichting Steunfonds van het Christen Democratisch Appèl die de oprichting van het CDA in 1980 voorbereidt. In 1974 schenkt de familie 100.000 gulden via haar liefdadigheidsstichting Unitas. In 1975 nog eens 50.000 gulden.

De waarden van KVP en CDA liggen dicht bij het gedachtegoed van de gelovige Brenninkmeijers. Familieleden onderhouden tot de dag van vandaag goede banden met katholieke politici. Zo ook met Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister. Uit haar nagelaten archief blijkt hoe de familie op haar voorspraak geld doneert. Zo arrangeert ze een subsidie voor de katholieke vrouwenbeweging.

„Doe je goed aan een vroom mens, dan word je beloond, zo niet door hem, dan toch door de Allerhoogste.” (Sirach 12:2)

Familieleden hebben dankzij hun royale giften invloed binnen de kerk, maar uit twee kwesties blijkt dat die invloed begrensd is. In de jaren zeventig ijveren Brenninkmeijers – zoals gewoonlijk achter de schermen – tevergeefs bij de pauselijke nuntius voor het ontslag van de controversiële bisschop Gijsen. En in 2011 hebben Brenninkmeijers in een brief, die aan de paus overhandigd wordt, kritiek op aartsbisschop Eijk. Het voorkomt niet dat Eijk een jaar later kardinaal wordt.

Het vele geld is in de vorige eeuw nog bedoeld voor de instandhouding van het Roomsche Leven. De familie omarmt de sociale leer van de kerk. Zo krijgen de bisdommen Rotterdam en Haarlem in de jaren zestig een half miljoen gulden voor hun bedrijfsapostolaat. Maar als de samenleving na 1968 grondig verandert en het bedrijfsapostolaat voortaan „vormingswerk” heet dat „gerechtigheid, vrede en eenheid in het bedrijfsleven” wil bevorderen, stokt de welwillendheid. Stichting Benevolentia waarschuwt dat dáárvoor geen geld wordt gegeven: De doelstelling is „pretentieus en irreëel, het bedrijfsleven heeft geen behoefte aan een dialoog met aalmoezeniers die (..) komen vertellen wat er aan het bedrijfsklimaat schort”.

Katholieke doelen die in de ogen van de Brenninkmeijers te progressief zijn, krijgen niets. Vredesbeweging Pax Christi is te links, net als het katholieke weekblad De Bazuin dat zich ontwikkeld heeft tot kritisch medium dat gevestigde opvattingen over ontwikkelingshulp bestrijdt.

Vandaag de dag wordt katholiek Nederland nog steeds geholpen.

John Brenninkmeijer, oud-topman van Redevco (het vastgoedconcern van de familie), is een van de vele familieleden die de handen uit de mouwen steekt voor de kerk. Hij is tot 2015 bestuurder van de Stichting Fonds Kerkelijk Waardebeheer, samen met oud-minister Agnes van Ardenne (CDA). De stichting steunt parochies en bisdommen die door de leegloop kerkgebouwen moeten sluiten. John Brenninkmeijer heeft expertise, contacten en geld. „De stenen moeten productief gemaakt worden aan het werk van de Heer”, zei hij tegen het Friesch Dagblad.

Zestig jaar daarvoor schrijft C&A nog cheques uit voor de bouw van nieuwe kerkgebouwen. Zo is de familie trouw aan de kerk, in goede en in slechte tijden.

En toch is er iets veranderd.

De Brenninkmeijers die nu het bedrijf leiden, zijn minder streng katholiek dan hun ouders en grootouders. Hoogleraar Kimman noemt de nieuwe generatie „modern katholiek”. „Zij doen nooit mee op de vleugels, zowel links als rechts. Ze hebben zich bijvoorbeeld nooit ingelaten met de conservatieve priesterbroederschap Pius X.”

Wat ook verandert, is de organisatie van hun filantropie. Sinds 1995 is die geprofessionaliseerd. In dat jaar richt de familie in Amsterdam de stichting Porticus op. Porticus heeft grant managers in dienst die op twaalf plekken in de wereld de miljoenen verdelen. Hun werk is nog steeds omgeven met discretie. Wie geld krijgt, wordt gevraagd om te zwijgen. Ook Porticus publiceert geen jaarverslag. Het is er wel, in een glossy uitgave zelfs, maar uitsluitend voor de familie.

Porticus verdeelt niet alleen geld van Stichting Benevolentia. De organisatie ondersteunt ook andere stichtingen van de familie in binnen- en buitenland. Porticus adviseert bovendien bij de corporate giving van de concernonderdelen.

Alles opgeteld komt het bedrag dat familie, stichtingen en bedrijven in 2015 uitkeren op 102,5 miljoen euro. Het werkelijke bedrag zal hoger zijn want van zes stichtingen blijft onbekend wat ze geven. Dat geldt ook voor private giften van familieleden en de donaties die de concernonderdelen uit eigen kas doen.

Uit de enkele goede doelen die de website van Porticus noemt, blijkt dat religie nog de aandacht heeft. Zo meldt Porticus financier te zijn van The Passion, het jaarlijkse tv-spektakel over de lijdensweg van Jezus. Dat in 2016 met een half miljoen euro de herdruk van de Pius Almanak (de ‘wie-is-wie’ van katholiek Nederland) betaald is, staat dan weer niet op de site.

Door het afbrokkelen van de katholieke zuil slinkt afgelopen decennia het aantal potentiële katholieke doelen. Misschien wel uit nood geboren – het geld moet immers op – gaan nu ook donaties naar niet-katholieke organisaties. Daarbij telt net als vroeger: wie een Brenninkmeijer binnenhaalt, haalt geld binnen. Zo doneert Porticus aan een Rotterdamse stichting die onderzoek doet naar geneesmiddelen voor kinderen met kanker. In het comité van aanbeveling zit een familielid.

„Van de opbrengst van het land, zowel de gewassen op de akkers als de vruchten aan de bomen, is een tiende als heilige gave voor de Heer bestemd.” (Leviticus 27:30)

Eén van de plaatsen in de wereld waar het geld wordt verdeeld, is 245 Park Avenue in New York. Op de tweeëndertigste verdieping van het voormalige American Tobacco Company Building houden drie liefdadigheidsstichtingen van de familie kantoor.

Wat daar hoog boven Park Avenue allemaal gebeurt, staat in de documenten die deze drie foundations hebben ingediend bij de Amerikaanse belastingdienst. Ze laten in detail herkomst en bestemming van het geld zien.

Wat blijkt? Terwijl elders inmiddels niet-katholieke doelen profiteren, richt de filantropie van de familie zich in de VS nog exclusief op katholieke doelen.

Tot 2015 delen de drie foundations 73,8 miljoen dollar uit. Het gros daarvan (68,5 miljoen dollar) loopt via The Humanitas Foundation. Die steunt katholieke scholen, universiteiten, parochies, bisdommen en congregaties. Er worden studiebeurzen uitgedeeld, abortussen ontmoedigd, pastoraal werkers betaald en een spreekbuis van de kerk, de National Catholic Reporter, gefinancierd.

De Amerikaanse bisschoppen ontvangen miljoenen dollars, ook als zij in geldproblemen komen door claims na het schandaal rond kindermisbruik binnen de kerk.

Via de foundation is de familie eveneens belangrijk financier van The National Leadership Roundtable on Church Management. Dit gezelschap van katholieke zakenlieden en bisschoppen ijvert voor een betere organisatie van de door het misbruik in een crisis geraakte kerk, zodat zoiets niet meer kan gebeuren.

The Humanitas Foundation wordt gevoed vanuit belastingparadijzen. Een familiestichting op Curaçao maakt 4 miljoen euro over, een mysterieus fonds – The Harwichport Charitable Trust – 6,9 miljoen euro. Het enige dat over deze trust bekend is, is het postadres bij Deutsche Bank in de Amerikaanse staat Delaware.

In 2012 komt er ook 4,3 miljoen euro van de Zwitserse coöperatie Genossenschaft Constanter, gevestigd in het hoofdkantoor van de Brenninkmeijers in Zug. De coöperatie heeft één jaar eerder bij de Belastingdienst in Nederland de status van Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) aangevraagd. Die status biedt fiscale voordelen in Nederland. Na de donatie wordt de ANBI-status weer ingeleverd.

Betaalde de Nederlandse belastingbetaler mee aan de kerk in Amerika? De woordvoerder van de familie is stellig: „De ANBI-status van Constanter heeft niet geleid tot enige belastingaftrek in Nederland.”

Reageren? onderzoek@nrc.nl