Furore lijkt nog steeds nergens op

In 1977 was nummer 6 van tijdschrift Furore te snel uitverkocht, vond maker Piet Schreuders. Hij maakte het opnieuw, beter, maar mét behoud van originele fouten.

Er wordt wel vaker iets herdrukt. Maar wie stuurt bij een heruitgave drie begeleidende A4-tjes met alle wijzigingen? En wie duikt opnieuw de archieven in op zoek naar origineel bronmateriaal, voor een net iets betere druk? Piet Schreuders. Vormgever en eenmansredactie van het zeer onregelmatig verschijnende tijdschrift Furore, tevens maker van De Poezenkrant. 15 mei verschijnt de herdruk van Furore nummer 6 uit 1977. Omdat Schreuders het zo jammer vond dat hij toen zo snel uitverkocht was. „En het kán gewoon! Het drukken kost nu een fractie van het bedrag van toen.”

Furore (‘de meest verfijnde publicatie in de wereld’) lijkt nergens op. Of zoals Schreuders zelf in 1977 in het voorwoord schreef: ‘Furore is slechts een kruising tussen Furore, Furore en Furore.’ Je kunt denken dat het over populaire cultuur gaat (Kuifje, de Beatles, pulpromans), maar het gaat vooral over de wereld van Piet Schreuders – dus ook over afkortingen in de Londense metro, vormgeving, files en de VPRO. Allemaal absurdistisch hobbyisme, lijkt het. Maar dan wel gemaakt met een ernst en zorgvuldigheid die grenst aan het maniakale.

Die hang naar perfectie, die vooral niet zo mag ogen, zie je als je het oude en nieuwe nummer naast elkaar legt. In het oude nummer stond een plaatje van 4,5 bij 6 centimeter, waarschijnlijk een detail van een poster van de London Underground. Schreuders achterhaalde de herkomst en bemachtigde met hulp van het London Transport Museum een full colour-reproductie. In de heruitgave staat het plaatje, nog steeds piepklein, maar nu in kleur en met bronvermelding. Hij haalde een trouwfoto uit een familiearchief en vond op eBay nieuwe Buffalo Bill-boekjes, zodat hij de illustraties bij het pulp-verhaal in kleur kon afdrukken. Het origineel kostte hem een paar weken, de heruitgave een half jaar.

‘Bevat originele fouten’ schrijft Schreuders in zijn toelichting over de herdrukte mediarubriek. Dat is geen excuus, eerder een aanbeveling. Schreuders heeft lering getrokken uit het ontregelende interview met Kuifje-tekenaar Hergé in 1977 (zeer herleesbaar!). De interviewers bespreken zes jaar voor zijn dood met de meester of je originele uitgaven moet verbeteren. Schreuders leerde ervan dat je niet allerlei charmante fouten moet rechttrekken. „Het doel was niet: een verbeterde, herziene editie, maar een zo goed mogelijke reproductie met de techniek van nu.”

Je weet als lezer bovendien maar nooit of een fout een fout is of een grap. De reportage ‘Thuis bij Willem Duijs’, volgens de inhoudsopgave op pagina 37, hadden we graag willen lezen. Helaas bevat dit nummer maar 36 pagina’s.

Furore #6 is vanaf 15 mei te koop, zie furoremagazine.com. 36 blz., 10 euro. Tegelijk verschijnt een heruitgave van Schreuders’ pamflet Lay in, lay out, bij uitgeverij De Buitenkant. 128 blz., circa 20 euro.