Dodenherdenking (1)

U heeft mij ontroerd

Wat een indrukwekkende voorpagina had het NRC vandaag (4/5).

U heeft mij ontroerd.

Dodenherdenking (2)

Niet verwateren

Steeds meer wordt de Dodenherdenking op 4 mei omschreven als het herdenken van alle Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesmissies nadien, waarmee het accent, zeker voor nieuwe generaties, steeds meer komt te liggen op gevallen militairen voor het verdedigen van onze vrijheid.

Na verloop van tijd worden door die benadering de slachtoffers van de industriële vernietigingsmachine van de nazi’s steeds meer gemarginaliseerd. Zij zijn niet omgekomen bij de verdediging van onze vrijheid, maar vermoord enkel en alleen om hun afkomst (Joden en zigeuners), om hun geaardheid (homoseksuelen), of om hun handicap met als nadrukkelijk doel van de nazi’s: uitroeiing van deze groepen. En juist voor die slachtoffers is de vierde mei oorspronkelijk bedoeld.

Het moet een niet mis te verstane, ondubbelzinnige waarschuwing blijven dat menselijke ideologieën willens en wetens de totale vernietiging van een veronderstelde groep medemensen kan nastreven.

En natuurlijk moeten wij ook hen gedenken die hun leven hebben gegeven in de strijd voor onze vrijheid en er zijn nog veel meer andere verschrikkelijke en mensenlevens kostende gebeurtenissen, zoals de verdrinking van duizenden bootvluchtelingen, zaken waar wij met klem en zonder terughoudendheid bij stil moeten staan en op moeten reageren, maar gooi dat niet allemaal op één hoop met als gevolg dat het doel van de vierde mei verwatert. Soms lijkt het wel of men de collectieve schaamte over het beperkte verzet tegen wat de nazi’s met hun vernietigingsmachine probeerden te bereiken, wil verzachten door aan de 4 mei-herdenking steeds meer slachtoffers van andere categorieën te koppelen, waarmee de waarschuwing voor de uiterste consequentie van extreem gedachtengoed steeds verder verzwakt.

dodenherdenking (3)

Het interesseert ze niet

Op 4 mei arriveerde ik om 19.45 uur op R’dam CS. Al ruimschoots van tevoren heeft de RET aangekondigd dat er om acht uur 2 minuten stilte betracht zullen worden in alle voertuigen. Om twee over acht zal de reis vervolgd worden. Bij tramhalte lijn 8 is er weinig te merken van enige „herdenkingsanticipatie”. Ik stap de tram in, en iets voor acht uur wordt er omgeroepen dat de tram na 2 minuten stilte weer zal gaan rijden.

Praktisch niemand houdt zich aan het stilteverzoek. Ik stap op twee jonge meisjes af en vraag hen of ze wellicht twee minuten stil kunnen zijn. Lacherig voldoen ze aan het verzoek. De conducteur hangt passief de 2 minuten uit. Ik ben weer een illusie armer: ondanks alle pogingen om nieuwe generaties te blijven informeren over het oorlogsleed blijkt de interesse bij deze groepen (bijna) geheel afwezig. Voor welke doelgroep houden we de herdenking eigenlijk nog in stand? Retorische vraag natuurlijk.

Rechtsstaat

Uitpraten kan ook

Als reactie op het verfrissende artikel Rechtsstaat fantastisch voor juristen, slecht voor burgers van Folkert Jensma en Christiaan Pelgrim (3/5) heb ik twee opmerkingen. Ten eerste dat niet alleen de rechtspraak en het rechtssysteem er de oorzaak van zijn dat ons rechtssysteem, zoals de auteurs schrijven, „slecht is voor burgers”, maar ook een verminderde inzet van de burger zelf om door een stevig gesprek een conflict op te lossen. Ten tweede zou het rechtssysteem gebaat kunnen zijn bij overheidsmediators in de rechtbank naast de bestaande rechters. Functionarissen die in dienst van de overheid werken op de rechtbank, even onpartijdig en onafhankelijk als de rechters. Ter beoordeling van een ‘doorverwijzingsrechter’ (tegen wiens beslissing beroep mogelijk is) zou dan kunnen worden doorverwezen naar de overheidsmediator. Dan kan iedere burger onder professionele begeleiding door gesprekken het conflict alsnog oplossen en er een winwin-situatie van maken in plaats van dat er een winnaar en dus ook een verliezer ontstaat.


mediator en secretaris Nederlandse Mediatorsvereniging