Deze spin kan tellen!Eén, twee, veel

Illustratie Irene Goede

Beestjes met meer dan vier poten zijn meestal dom. Het lieveheersbeestje blijft maar rondtrippelen over je hand. En de mug landt zonder na te denken op een witte muur, waar iedereen hem kan zien. Pats! En de mug is plat.

Maar slimme kriebelbeesten bestaan wél. In Afrika leeft een klein genie met acht poten. Het is een spin. Een spin die kan tellen.

Biologen noemen de spin Portia africana. De spin heeft geen Nederlandse naam, maar we zouden hem de Afrikaanse telspin kunnen noemen.

De telspin is een springspin. Springspinnen weven geen web. Ze sluipen over de grond als een kat. Als ze een prooi zien met hun grote ogen op de voor- en zijkant van hun kop springen ze er bovenop.

De meeste springspinnen jagen op insecten. Maar de telspin neemt meer risico: hij jaagt op andere spinnen. Gevaarlijk, want die andere spinnen lusten gerust een telspin!

Telspinnen op rooftocht moeten dus voorzichtig zijn. Soms nemen ze een omweg, zodat ze ongemerkt hun prooi kunnen benaderen.

Biologen waren benieuwd of telspinnen tijdens zo’n omweg onthouden hoeveel prooien ze hebben gezien. Om dat te onderzoeken bouwden ze een klein parcours voor de telspin, een parcours met twee torens. De spin werd op de eerste toren gezet en kon vanaf daar door een venstertje kijken. Achter het venstertje zaten een paar spinnenhapjes klaar. Maar de telspin kon dat lekkers alleen via een andere toren bereiken.

Toen de telspinnen van de ene naar de andere toren kropen, haalden de biologen een prooi weg. Of ze zetten er eentje bij. Steeds als telspinnen de tweede toren hadden beklommen en het nieuwe aantal prooien zagen, aarzelden ze even. Alsof de spinnen dachten: dat is gek. Net waren er toch nog meer?

De telspinnen zagen het verschil tussen drie en twee spinnen. Of tussen één en twee. Maar niet tussen drie en vier. Of tussen zes en drie. De biologen denken daarom dat de telspin telt van één naar twee en dan naar ‘veel’.

De telspin kan zijn eigen acht poten dus niet tellen. Toch vinden de biologen de telspin superknap. Het breintje van een telspin is kleiner dan een speldenknop. Klein, maar groot genoeg om een kleine gedachte vast te houden: ik ga twee spinnetjes vangen. Twee spinnetjes. Twee!

Bron: Interface Focus, 21 april