Al 176 jaar achter de schermen

Het imperium

Alle 58 aandeelhouders heten Brenninkmeijer, en voor hen gelden strenge regels.

C&A is al zes generaties in handen van de familie Brenninkmeijer. De kledingwinkel die in 1841 door de broers Clemens en August in Sneek werd opgericht, groeide uit tot een multinationaal concern. De familie heeft wereldwijd miljardenbelangen in vastgoed (via Redevco) en in andere ondernemingen (via Bregal Investments). Indachtig de opvattingen van de katholieke familie meldt Bregal niet te investeren in wapenindustrie, bedrijven die betrokken zijn bij levensbeëindiging (zowel zwangerschappen als euthanasie), tabak en pornografie. Geleid wordt het imperium door een selecte groep familieleden vanuit het hoofdkantoor van Cofra Holding in het kleine Zwitserse kanton Zug, een belastingparadijs.

De Brenninkmeijers hebben de naam de rijkste familie van Nederland te zijn met een vermogen dat geschat wordt op 21 tot 26 miljard euro. De familie heeft door de jaren heen stilzwijgen betracht en wegen gezocht om zo min mogelijk cijfers te hoeven publiceren. Als bijvoorbeeld in de jaren zeventig in Nederland vennootschappen jaarcijfers moeten openbaren, wil de familie dat niet. Aan de vooravond van de wetswijziging bouwen ze hun concern om naar een commanditaire vennootschap die geen publicatieplicht heeft. Tot op de dag van vandaag publiceert C&A Nederland geen jaarverslag.

De familie hanteert al anderhalve eeuw strikte interne regels. Alleen na een selectie en een interne training van tien jaar kunnen rechtstreekse nazaten van August Brenninkmeijer (in de ondernemerskring is de lijn Clemens uitgestorven) managementfuncties in het concern bekleden en vervolgens aandeelhouder worden. Deze aandelen kunnen ouders niet aan hun kinderen vererven. Wie met pensioen gaat (gemiddeld gebeurt dat op 55-jarige leeftijd) moet zijn aandelen verkopen aan Cofra Holding.

Bovendien komen alleen de kinderen van aandeelhouders ervoor in aanmerking om de interne opleiding te volgen en weer aandeelhouder te worden. Bijkomende eis voor aandeelhouders is dat ze katholiek zijn. Hun financiën moeten ze in handen geven van Anthos Bank, de financiële dienstverlener van de familie. Van de meer dan duizend nazaten van August zijn er 58 aandeelhouder, onder wie één vrouw. Pas sinds de eeuwwisseling worden vrouwen toegelaten.

Vorig jaar doorbrak bestuursvoorzitter Maurice Brenninkmeijer voor het eerst het stilzwijgen van de familie in het Duitse weekblad Die Zeit. Daar ging hij in op de houding van de familie in het Derde Rijk. De Brenninkmeijers gaven in 2011 de Duitse historicus Mark Spoerer de opdracht de geschiedenis van C&A tussen 1911 en 1961 te onderzoeken.

In zijn boek C&A Een familiebedrijf in Duitsland, Nederland en Groot-Brittannië 1911-1961 beschrijft Spoerer onder meer hoe C&A-Nederland in de oorlog bijna 200.000 gulden schonk aan de nationaal-socialistische Winterhulp Nederland en de Nederlandsche Volksdienst. C&A-Duitsland liet Russische vrouwen als dwangarbeiders in fabrieken werken, waarbij een deel van hen verhongerde. Ook weigerde C&A joden als werknemers en werd Hermann Göring, Rijksminister van economie, omgekocht met geld en kunst. Maurice Brenninkmeijer noemde die feiten eerder al „pijnlijk” en „niet te bevatten”.