Plattegrond van het stadsleven

Prentenboek

Kunstenaar Jan Rothuizen maakte een nieuw boek over Amsterdam. Zijn tekeningen zijn scherp en precies. „Die ‘pure markt’ is meer een borrelmarkt.”

Dit is de buurt van Jan Rothuizen. De Amsterdammer herkent de Middenweg en de Ringvaart als ijkpunten: we zijn in Oost. De niet-Amsterdammer herkent de algemene wijsheden: „Marqt – eten voor hoogopgeleiden”. Of: „1 op de 3 mannen in Nederland draagt ondergoed van de Hema, mijn kinderen ook!”

De tekeningen van Rothuizen (1968) zijn landelijk bekend: maandelijks staat er een in de Volkskrant en ze zijn eerder in boekvorm verschenen (De zachte Atlas van Amsterdam en De zachte Atlas van Nederland). Zijn nieuwe boek, prettig formaat, iets groter dan A3, gaat weer over Amsterdam, over de stad die van binnen telkens verandert terwijl het toch Amsterdam blijft.

Amsterdam is voor Amsterdammers een lievelingsonderwerp: onuitputtelijk, veilig en altijd voorhanden. (Ik heb me wel eens laten vertellen dat in de jaren negentig geen van de redacteuren van HP/DeTijd een rijbewijs had: ze wilden toch nooit de stad uit. Als het niet waar is, zou het waar moeten zijn.) Kleeft dat grootstedelijk provincialisme ook aan de tekeningen van Jan Rothuizen? Nee. Hij is daar te onderzoekend voor. Zijn tekeningen zijn geen landkaarten, ze zijn de plattegronden van het stadsleven.

Even precies en scherp als hij de architectuur van een wijk schetst, tekent hij de mentaliteit van stad en bewoners op. Lees hoe hij, rechtsonder op de tekening, de maandelijkse ‘pure markt’ in Frankendael karakteriseert: „Het is meer een borrelmarkt. En dan vooral Prosecco. Voor mensen met allemaal dezelfde goede smaak. Waarom word ik daar agressief van?” Hij loopt met vrienden uit New York over het Leidseplein en zij vragen zich af of heel de stad zo is. „Ze vonden het niet zo leuk in Amsterdam.” Hij ziet bankjes midden op het heringerichte Hoofddorpplein en schrijft: „De rotonde is na de facelift een plein geworden om te zitten… maar ja, dat doet dus niemand.”

De stadstekeningen bekijk je minutenlang, zoekend naar plekjes die je kent. Bij de interieurtekeningen, waarvan hij er ook veel maakt, zit je vooral te lezen. Daar zijn de tekeningen een houvast voor het portret van de bewoner. Het lege flesje dat te mooi is om weg te gooien in de tienerkamer. De kontafdruk in de bank bij een ouder echtpaar in de Witte de Withstraat. De badstof sok aan de rookmelder in een budgethotel. De lievelingskastanje in de kamer van een zevenjarig jongetje dat onder toezicht van de Jeugdbescherming staat. Het is allemaal met aandacht gezien en met liefde getekend.