Pim bood burger een veilig thuis

De politiek na Fortuyn

Pim Fortuyn vertolkte als eerste met succes de gevoelens van de ‘boze burger’. Het jaar van zijn dood, 2002, wordt vaak als een politiek breekpunt gezien. Heeft hij de politiek werkelijk veranderd?

Foto nationale beeldbank

Een charlatan, poseur, gevaar voor de democratie, redder, profeet, fascist, ijdeltuit. Zomaar wat typeringen van Pim Fortuyn uit het voorjaar van 2002. In maart had hij de Rotterdamse gemeenteraadsverkiezingen gewonnen, hij stevende af op een historische overwinning bij de Tweede Kamerverkiezingen van 15 mei.

Maar op 6 mei werd alles anders. Vanaf dat moment was hij vooral de eerste vermoorde Nederlandse politicus sinds de gebroeders De Witt. En: de man die de Nederlandse politiek veranderde. In politieke analyses wordt 2002 vaak als breekpunt genoemd. Heeft Fortuyn de politiek veranderd? Welke sporen zijn zichtbaar, vijftien jaar na zijn dood?

Wat wilde Pim Fortuyn?

Pim Fortuyn wordt vooral herinnerd als de man die zei dat de islam een achterlijke religie was, de multiculturele samenleving mislukt en Nederland vol. Zijn ideeën over zorg, sociale zekerheid en belastingen worden zelden gememoreerd.

„Zijn economische programma was uiterst liberaal”, zegt Niek Jan van Kesteren, van 1999 tot vorig jaar algemeen directeur van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Fortuyn wilde bijvoorbeeld een drastische versobering van de arbeidsongeschiktheidsverzekering. „Hij had een soort Reagan-achtig programma: het ontslagrecht moest op de helling, belastingen moesten omlaag, de zorg moest geprivatiseerd worden. De steun aan het bedrijfsleven leverde hem veel geld op van de zogenaamde vrije jongens, uit het onroerend goed en de IT-sector. Vanuit werkgeversperspectief was hij een perfecte man, behoudens dan zijn uithalen naar de islam.”

Maar met dat laatste hengelde hij óók de steun binnen van kiezers die anders niet op zo’n economisch rechtse partij zouden stemmen. Fortuyn had een grote aanhang in achterstandsbuurten met lager opgeleide kiezers. Niet dat hij zich als liefhebber van de onderklasse presenteerde, integendeel: in De puinhopen van acht jaar paars schreef hij teksten als: „Het openbaar vervoer is geconfisqueerd, dikwijls gratis, door de onderklasse, daar ga je dus als fatsoenlijk burger niet in zitten.” Hans Hillen, destijds Tweede Kamerlid voor het CDA: „Als hij langer onder het vergrootglas had gelegen, waren dit soort tegenstrijdigheden wel aan het licht gekomen.”

Jan Marijnissen, in die tijd SP-lijsttrekker, probeerde in de campagne van 2002 duidelijk te maken dat Fortuyn geen vriend was van de arbeider. „In heel veel zaken had hij gelijk in zijn analyse, maar zijn oplossingen waren pimpelpaars”, zegt hij. „Wij hebben al zijn geschriften geanalyseerd; hij was gewoon een aartsconservatief. Hij wilde de cao afschaffen, de vakbonden waren overbodig, de huursubsidie kon worden afgeschaft, ga zo maar door.” De SP gaf een boekje uit getiteld Leest u zijn boeken maar; De pimpelpaarse antwoorden van Pim Fortuyn.

Het leverde de SP 9 zetels op, maar Fortuyn won er postuum 26. Of hij zijn programma had kunnen waarmaken weten we niet. „Het was geen man met focus en zware discipline”, zegt VVD’er Jozias van Aartsen, die in de jaren negentig als topambtenaar contact had met Fortuyn, toen bijzonder hoogleraar arbeidsvoorwaarden in Rotterdam. Van Kesteren betwijfelt of Fortuyn zich met zijn „ongeduld en verbale geweld” overeind zou hebben gehouden in „de gezapigheid, de oneindige traagheid van de politiek”. „Hij wilde dingen aan de kaak stellen, zijn intellectuele gelijk halen. Zijn grootste drijfveer was Pim zelf, hij voelde zich denk ik miskend door de elite en is toen met een enorme energie die verhalen gaan vertellen. Dat is uit de hand gelopen. Ik heb hem opgezocht vlak voor zijn dood, hij zag als een berg op tegen de verkiezingen.”

Wat doen zij nu? 5 kopstukken van de voormalige Lijst Pim Fortuyn

Zijn invloed

Na 2002 verdween een deel van Fortuyns ideeën al snel uit het collectieve geheugen. Zijn standpunten over immigratie, integratie en islam zijn de enige onderwerpen waarmee hij het Nederlandse debat echt heeft beïnvloed. Vóór Fortuyn was het taboe problemen rondom de multiculturele samenleving te benoemen. „Politici als Paul Rosenmöller [GroenLinks] en Ad Melkert [PvdA] wilden dat niet horen”, zegt Van Kesteren.

Niet dat die kritiek nieuw was. In 2000 verscheen het essay Het multiculturele drama van publicist Paul Scheffer. Eerder al, in de jaren tachtig, was de SP kritisch over de gebrekkige integratie van gastarbeiders. De reacties waren vernietigend, zegt Marijnissen. „We werden cryptofascisten genoemd.”

Nederland werd langzaam kritischer over de multiculturele samenleving. Dat is niet de verdienste van Fortuyn, denkt Hillen. Kijk maar naar Frankrijk en de VS, zegt hij, die landen slaan dezelfde richting in. Fortuyn was slechts een „katalysator”. Van Aartsen vindt dat „alle eer” voor die verandering in Nederland toekomt aan zijn partijgenoot Frits Bolkestein, die van 1990 tot 1998 partijleider was. „Fortuyn is in zijn slipstream meegegaan.”

Van Kesteren denkt dat Fortuyns invloed wel degelijk groot was: „Hij heeft een gat in de waterleiding geslagen, dat had ook nog jaren kunnen uitblijven.” Fortuyn was een van de eerste politici in Europa die succes had met een programma dat zich keerde tegen de ‘gevestigde orde’, buitenlanders en Europa, zegt Van Kesteren. „In andere landen, zoals Duitsland, zagen we dat pas veel later gebeuren.”

Na Fortuyn werden immigratie en integratie belangrijke thema’s. Toen Marijnissen eind 2002 pleitte voor een parlementair onderzoek naar het „onvoldoende geslaagde” integratiebeleid, steunde meer dan tweederde van de Tweede Kamer dat verzoek. Een commissie onder leiding van VVD’er Stef Blok deed het onderzoek. Marijnissen: „Dit was toen nooit gebeurd als Pim Fortuyn er niet was geweest.”

Maar het asielbeleid veranderde nauwelijks. Er kwam, vooral tijdens het ministerschap van Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) in Balkenende II, meer aandacht voor de uitzetting van afgewezen asielzoekers, maar de basis voor dat strenge beleid werd al gelegd door haar voorganger in het tweede Paarse kabinet Job Cohen (PvdA). Hij voerde rond 2000 een nieuwe, strengere, Vreemdelingenwet in, waardoor asielzoekers onder andere minder mogelijkheden kregen om een asielbeslissing aan te vechten.

„Na Fortuyn werd Verdonk een held van rechts Nederland”, zegt Van Kesteren. „Maar het beleid werd al langere tijd restrictiever. Het enige verschil was: hoe praat je erover? Wil je dat op een beschaafde manier doen of wil je zeggen: we noemen de dingen bij hun naam.”

Ook dáár ligt Fortuyns erfenis: hij was de eerste die succesvol een politieke stem gaf aan de boze burger, die sinds 2002 niet meer uit de belangstelling is geraakt. Sinds 2004 vertolkt Geert Wilders die stem, na zijn vertrek uit de VVD.

Burgers waren decennialang verwaarloosd door de traditionele partijen, zegt Hillen. In de tijd van de verzuiling hadden kiezers meestal een vaste partij: een ‘veilig thuis’. In de jaren tachtig en negentig werden burgers onzeker door de snel veranderende wereld om hen heen, onder meer door technologische vernieuwingen. Juist in zulke tijden zoeken kiezers een partij die hen zekerheid biedt, zegt Hillen. Maar: „De intellectuele voorhoede ging voor de kiezers uit. Er kwamen steeds hogere lasten voor milieumaatregelen, maar ze vergaten om eerst draagvlak te creëren.” Burgers zochten tevergeefs een politiek leider die hen begreep, die wél een vertrouwd thuis bood, zegt Hillen. Fortuyn was de eerste politicus die tegemoetkwam aan die behoefte.

Na Fortuyn schrok de politiek wakker. Een PvdA-commissie die het verlies bij de verkiezingen van 2002 evalueerde zei dat de partij „de bestuurlijke kaasstolp” definitief achter zich moest laten en „veel systematischer” moest luisteren naar „signalen uit de samenleving”. Van Kesteren: „2002 was het moment waarop mensen zeiden: we moeten beter gaan luisteren naar het volk, meer koffie met ze drinken, hen snappen.”

Wat veranderde er echt?

Toch heeft de politiek nog weinig geleerd van Fortuyn, vinden Hillen, Marijnissen en Van Kesteren. „Er is wezenlijk niks veranderd”, zegt Marijnissen. „De meeste Kamerleden hebben een comfortabele levenservaring, een comfortabel salaris, zitten comfortabel op die vierkante kilometer in Den Haag en weten zich onderdeel van de elite.”

Van Kesteren merkt het bij de voetbalclub in Katwijk waar hij al jaren actief is: „De realiteit van de politiek botst op het gelijk van de voetbalkantine.” In die kantine hebben mensen logische vragen, vertelt hij, zoals: ‘Waarom krijgt een vluchteling binnen vier maanden een flat en staan mijn kinderen vier jaar op de wachtlijst?’ „Je moet goed snappen wat het gevoel van mensen is en wat hun taal is. Het ongenoegen van kiezers zit hem erin dat ze denken: die lui in Den Haag doen maar, ze luisteren niet naar ons.”

Wat Fortuyn goed deed, daarover zijn ze het eens, is aanvoelen welke zorgen werden genegeerd door de politiek. Die strategie kan nu zo herhaald worden. Genegeerde zorgen zijn er altijd in consensusland Nederland, waar politieke partijen qua standpunten vaak dicht bij elkaar zitten. Van Kesteren ziet het huidige electorale gat op het gebied van de arbeidsmarkt. „Er zijn één miljoen zzp’ers die vaak voor een schijntje hun werk moeten doen”, zegt hij. Alle partijen hebben er standpunten over, maar dat is niet genoeg: „Men heeft zich niet gefocust op deze groep.” Daarmee laten ze een grote groep kiezers onbediend, denkt hij.

Een partij kan zekerheid bieden aan zzp’ers door zich in hun positie te verplaatsen, denkt Van Kesteren. „Waar lopen zij tegenaan: is er betaalbare huisvesting? Wat kost kinderopvang? Hoeveel belasting moet je betalen?” Vervolgens kun je standpunten formuleren. „Bijvoorbeeld: ik wil dat er veel betaalbaarder huizen zijn, met huren tussen de 600 en 800 euro. Of: de kinderopvang moet goedkoper worden.”

Voor het signaleren van dit soort problemen zou het helpen als meer politici de ‘gewone wereld’ leerden kennen, zegt Van Kesteren. „Het aantal politici dat er deel van uitmaakt is heel klein, ze wonen ergens anders, zitten in andere sociale verbanden. Wat was nou vroeger de kracht van de Partij van de Arbeid? Degenen die die partij vertegenwoordigden waren ook echt mensen uit de arbeidersklasse. Wim Kok was als zoon van een timmerman uit Bergambacht ongeveer de laatste die in die wereld leefde.”

Wanneer politici de onzekerheden van burgers kennen, kunnen ze hun het veilige thuis bieden dat Fortuyn voorspiegelde, zegt Hans Hillen. Dat betekent: uitstralen dat je hun problemen serieus neemt. „Neem de moderne technologie. Wij kunnen nu geen oplossing verzinnen om Facebook veilig te maken. Maar stralen wij wel uit dat wij dat willen? Als je dat doet, wil het niet zeggen dat je de oplossing hebt. Wel dat je er, als je de kans hebt, iets aan zult doen. Dat geeft vertrouwen.”