Column

Millennials zijn niet allemaal hipsters

Zij arriveerde iets te vroeg, ik iets te laat. „Niet slecht voor zo’n slome millennial”, glimlacht ze. Touché. Ze heet Lot en kijkt me onbevangen aan. Stevige blonde vrouw van 31 met getatoeëerde armen. Of ik wel even wil begrijpen dat die column van mij van twee weken geleden maar zeer gedeeltelijk klopte. Dat stukje, een opeenstapeling van clichés en generalisaties over de niet vooruit te branden twintigers en begin-dertigers, getuigde van te weinig begrip van de werkelijke situatie. De zogeheten millennials zijn lang niet allemaal van die gepamperde, zelfingenomen hipsters.

Daarom zitten wij op het terrasje van Café Luxembourg, hangout voor mijn soort mensen, de ouwelullengeneratie zeg maar, op het Spui. Om mij eventjes bij te praten. Ik bestel verse muntthee; zij bier.

Eerst uit ik mijn verbazing over de lawine aan boze tweets die één zo’n weinig pretentieus stukje teweeg kan brengen. Het leek mij een bevestiging van de lichtgeraaktheid onder de millennials: zie je wel, niet tegen kritiek bestand.

Om zulke beweringen moet Lot hartelijk lachen. De Millennials moeten juist heel veel kritiek aanhoren, zegt ze, en wat haarzelf betreft: haar ouders hebben haar nooit financieel ondersteund. Niks pamperen. Haar baan als grafisch ontwerper op een reclamebureau in de Jordaan heeft ze met jarenlang ploeteren zelf verworven. En hoewel ze meer verdient dan modaal kan ze als alleenstaande geen huis kopen: haar studieschuld tast haar kredietwaardigheid aan. Als geboren en getogen Rotterdamse werd ze naar peperduur Amsterdam geslingerd doordat het bedrijf waar ze werkte hierheen verhuisde.

Lees de originele column: De stad is vergeven van millennials

Gevolg: een huurwoninkje van duizend euro op de Zuidas, waar het buiten kantooruren leeg en saai is. Maar ze klaagt niet, al vindt ze wel dat de ouderen eens moeten ophouden met Lot en de haren weg te zetten als narcistische twijfelaars. De meesten in haar omgeving doppen hun eigen boontjes, mede doordat ze, net als Lot, van bescheiden komaf zijn. Voor de etnische minderheden gelden die algemeenheden van mij al helemaal niet.

Ik denk aan mijn zwoegende Turkse kapper van dertig, en ja verdomd, ze heeft gelijk.

Dat geworstel met die losse contractjes van tegenwoordig is natuurlijk misdadig, zegt ze. Check.

Het was al met een al een boosaardig bovenlaagstukje, moet ik toegeven, waar ik trouwens wel lol in had, net als in de vele reacties waarin ik voor oude azijnpisser werd omschreven. De woede moet verband houden met een nieuwe generatiekloof. Ik probeer Lot uit leggen dat ik vroeger heus magere tijden heb gekend, maar ik zie haar denken: babyboomer. Ook al ben ik dat feitelijk niet, ik ben het tóch, een babyboomer die het tij mee had.

Lot ziet nauwelijks een toekomst voor zich met iets wat op een pensioen lijkt. Daarom veroorlooft ze zich soms een luxe waar ik voor terug zou schrikken. Ze leeft nu, omdat er geen morgen is.

Dat dacht ik vroeger ook, maar ik zal mijn mond houden. De revolutie is aanstaande.