‘Met een wijntje op het balkon waan ik me in Frankrijk’

Spitsuur

Sinds Frans Jan Peters (73) een herseninfarct kreeg, ziet hij nauwelijks meer iets. Toch werd hij fotograaf en houdt hij via Facebook contact met de buitenwereld: „Lichamelijk herstel ik niet meer, maar in psychische zin wel.”

Frans Jan: „Ik maak zo’n honderd foto’s per dag, veelal van verwelkte bloemen die mijn ex voor me meeneemt van een bevriende bloemist.” Foto David Galjaard

Frans Jan: „Toen ik zeven jaar was, overleed mijn vader. Mijn voornemen was altijd om kunstenaar te worden, omdat ik vrij goed kon tekenen. Maar dat kon dus niet doorgaan, want plots moest er geld verdiend worden. En kunst betekende armoede, zei mijn moeder. Toen ben ik timmerman geworden in de scheepsbouw en later technisch tekenaar in de weg- en waterbouw. Ik heb heel wat reken- en opzichterswerk gedaan. Daardoor weet ik dat ik hier, langs de Maas in Rotterdam, op het diepste punt van Nederland woon. Ik heb hier zelf ooit metingen gedaan.

„Naast mijn baan ben ik de kunstacademie gaan doen, want ik was altijd blijven tekenen. Toen ik op een dag via mijn toenmalige echtgenote in contact kwam met iemand die geïnteresseerd was in mijn beelden en schilderijen, ging de verkoop van mijn werk lopen. Nadat ik werd afgekeurd ben ik min of meer fulltime aan de slag gegaan als kunstenaar. Totdat ik eind 2010 een herseninfarct kreeg. Schilderen en beeldhouwen ging toen niet meer. Een vriend adviseerde me om te gaan fotograferen. Ik werd ontzettend kwaad op hem, omdat ik door dat infarct bijna blind ben geworden. Maar hij zei: ‘Kijken doe je met je ogen, zien doe je met je hart.’

„Hij had gelijk. Ik heb een camera gekocht en ben aan de slag gegaan. Door mijn slechte zicht kan ik de camera niet instellen en ben ik afhankelijk van anderen voor bijvoorbeeld het opslaan van de foto’s. Ik kan eigenlijk alleen maar op de knop drukken. Ik maak zo’n honderd foto’s per dag, veelal van verwelkte bloemen die mijn ex voor me meeneemt van een bevriende bloemist. Hoe ouder de bloemen, hoe mooier voor mij.

„Dat idee om bloemen te gaan fotograferen kwam ooit toen een vriendin van me bloemen meebracht en ik vergat ze water te geven. Tsja, ik zie niet hoeveel water er nog in de vaas zit. En zo werd het een prachtig droogboeket. Ik heb nogal wat ex-vriendinnen. Met bijna allemaal heb ik nog goed contact. Dat vind ik heel fijn.”

Kunst als zuurstof

Frans Jan: „Ik ben heel blij dat ik nog kan fotograferen. Mijn leefwereld is niet groter dan mijn huis, ik kom bijna niet meer buiten. Wel heb ik een scootmobiel. Maar omdat ik slecht zie, kan ik alleen heel langzaam rijden. En door een tweede herseninfarct, de longziekte COPD en hartfalen heb ik erg weinig energie. Mijn levensverwachting is in theorie nog anderhalf jaar, zeggen de artsen. Maar mijn moeder had dezelfde hartkwaal en die heeft nog drieëntwintig jaar geleefd. Daar houd ik me maar aan vast.

„Als ik over kunst praat, fleur ik helemaal op. Mijn foto’s hebben weer zin gegeven aan het leven. Ik zet er een aantal op Facebook, zo vormen ze mijn contact met de buitenwereld. Mijn leven is wel een gevecht, maar kunst is mijn zuurstof. Eigenlijk zou ik liever schilderen. Je begint met een wit doek en weet nooit waar het eindigt. Ik heb gelukkig wel veel met mijn kleinzoon geschilderd, al is hij nu meer geïnteresseerd in kleien. Ik beleef veel plezier aan hem, ook hij is een medicijn voor me.

„Ik verkoop mijn foto’s niet. Er zijn wel mensen die zeggen dat ze een foto willen kopen, maar ik kan ze niet laten afdrukken en naar een lijstenmaker brengen. Daarvoor ben ik te ziek. En je kunt natuurlijk ook niet altijd alles aan anderen vragen. Ik heb al veel hulp nodig: een wijkverpleegkundige, een maatschappelijk werker, een buddy, iemand die mijn post en administratie doet en een schoonmaakster. Ik ben ze zeer dankbaar. Mijn ex doet de boodschappen, zonder haar zou ik ook nergens zijn.”

Verbeelding

Frans Jan: „Lichamelijk zal ik niet meer herstellen, maar ik herstel wel in psychische zin. Er is een tijd geweest dat ik de hele dag in een stoel zat, het leven had toen weinig zin. Veel contacten vielen weg na mijn herseninfarct. Vroeger zag ik vijf mensen op een dag, nu mag ik mijn handjes dichtknijpen als ik vijf vrienden per maand zie. Ik zat in diverse kookclubs, had vaak mensen te eten. Nu kan ik niet meer zelf koken, dat is te gevaarlijk. Ik zie niet wat ik doe. Ik eet veel kant-en-klaarmaaltijden. Jammer, want ik weet wat echt goed eten is.

„Facebook is nu mijn buitenwereld. Ik zou best meer mensen willen zien die geduld, inlevingsvermogen en interesse in kunst hebben en mij kunnen ondersteunen. Ik ben blij met mijn computer en groot formaat monitor, waar ik alles op kan uitvergroten. Zo kan ik toch nog iets zien. Want een krant of boek kan ik niet meer lezen. De televisie gebruik ik als radio.

„Overigens is het niet zo dat je niet weg kunt als je de deur niet meer uit kunt. Met je hoofd en je gedachten kun je de hele wereld bereiken. Bij een foto van mimosa kan ik me op Hawaï wanen. En met een glas wijn in de zon op mijn balkon waan ik me in Frankrijk. Dankzij mijn verbeelding kom ik op veel plaatsen. Ja, het is een rare wereld waarin ik leef. Maar ik wil mijn verhaal graag positief houden, want als mijn kinderen en later kleinkinderen het lezen, moeten ze niet met een vervelend gevoel blijven zitten.”