Recensie

Kamp overleven is geen sprookje

Zap

Frans Bromet wilde in de jaren 70 een film maken over holocaustoverlever en schilder Sieg Maandag. Hij was op 4 mei eindelijk te zien. ‘De film die nooit afkwam’ werpt vragen op over verwerking en zwijgen.

Sieg Maandag in 'De Film Die Nooit Afkwam' (2DOC/EO).

Herdenken op 4 mei is in 2017 vooral stilstaan bij de consequenties van de Tweede Wereldoorlog voor het heden. Nieuwsuur deed dat heel goed door in reportages en gesprekken in te gaan op de gevolgen van ‘de huidige softe machtspolitiek van Duitsland’ voor de politieke beleving in bijvoorbeeld Frankrijk, Polen en Rusland.

Met een nieuwe goed vertelde anekdote of episode van toen kom je niet zo heel ver meer. Interessanter zijn documentaires die vragen opwerpen over verwerking, zwijgen en de juiste toon, zoals De film die nooit afkwam (2DOC/EO) van regisseur Frans Bromet. Het is een complexe vertelling naar aanleiding van een enkele foto, die de Britse Magnum-fotograaf George Rodger in 1945 voor Life maakte van de bevrijding van concentratiekamp Bergen-Belsen.

Het ongeveer zevenjarige jongetje dat erop staat is de latere kunstschilder Sieg Maandag (1937-2013). De als filmproducent debuterende jurist George Becht vroeg eind jaren 70 Bromet een documentaire te maken over een te arrangeren reünie van Maandag en Rodger. Maar zover kwam het niet, althans niet voor Bromets camera. Een reeks hoog oplopende conflicten tussen producent en regisseur mondde uit in een kort geding, dat Bromet won. Maar hij kon toch de film niet afmaken, omdat Siegs vrouw Karen en ook de fotograaf inmiddels hun toestemming tot openbaarmaking van de opnamen hadden ingetrokken, vermoedelijk onder invloed van Becht.

Nu staat Bromet met Karen en haar twee volwassen kinderen voor de blikken met het 37 jaar eerder gedraaide materiaal. Ze willen nu allemaal graag dat de film er toch nog komt, net als de weduwe van Rodger. Wat is er toen dan misgegaan? Het heeft te maken met, inderdaad, opvattingen over documentaire, herinnering en oorlog.

Becht wilde drama en een feestelijke belevenis dat er toch maar mooi iemand het kamp overleefd had, kunstenaar geworden was en zelf weer vader van twee kinderen. Bromet, die als kind overstelpt was met heftige verhalen van zijn uit de kampen teruggekeerde tantes, vond dat overleven niet zo’n feest. Ook de gruwelijke filmbeelden van Bergen-Belsen wilde hij liever niet in zijn documentaire opnemen.

Liever bouwde hij zijn eigen feestje met Sieg (een nogal ironische naam in dit verband). Die had veel plezier in het idee om scènes uit zijn leven na te spelen. Hij liet zich als volwassene verzorgen en wassen door een vrouw (Karen?) die zijn moeder speelde, en deed ook andere kluchtige herinneringen nog eens over: je verstoppen voor schuldeisers, het misleiden van Franse politieagenten, terwijl er 70 kilo hasj in de dubbele bodem van je besteleend verborgen zat.

Beginnend documentairemaker Bromet speelde toen vaker met fictie-elementen, zoals in de bioscoopfilm over echtscheidingen De Tip van de Sluier (1980). Becht vond het allemaal onzin. Ook de expliciete beelden van Karens bevalling vormden een steen des aanstoots.

Achteraf valt het dus allemaal mee, en is de wrijving terug te voeren tot een machtsstrijd met een producent, die daarna ook nooit meer iets met film te maken zou hebben.

Mijn conclusie zou zijn dat een al te gemakkelijke, schematische benadering van de triomf van het leven op de dood geen recht doet aan de grillige en grimmige mentale strategieën die overleven nu eenmaal met zich meebrengt. Humor, vooral zelfspot, is essentieel. Oorlogsverhalen zijn geen sprookjes met een gelukkige afloop: integendeel, ze leefden nog lang en ongelukkig….