‘Je denkt: die bedreiging raakt me niet. Maar dat is niet zo’

Criminaliteit Noord-Brabant

Toen Mark Jakobs als ambtenaar in Breda op pad ging om regels te handhaven, kreeg hij tientallen bedreigingen. Zo gaat het vaker sinds overheidsdiensten in Brabant samenwerken tegen de grijze wereld waarin criminelen de dienst uitmaken. Burgemeesters en ambtenaren vertellen.

Illustratie door Sebe Emmelot

Soms werd Mark Jakobs gebeld. „Ik ga je doodmaken”, hoorde hij dan. Soms klonk er op werkbezoek ineens een stem heel dicht naast hem: „Ik weet waar je woont, ik zoek je straks wel even op.”

Tientallen keren werd Mark Jakobs bedreigd. De reden: zijn baan. Mark Jakobs is ambtenaar. In Brabant. Coördinator integraal toezicht en handhaving, voluit. Hij moet zorgen dat in de gemeente Breda regels worden nageleefd.

De bedreigingen komen uit een woonwagenkamp in Breda. En ze zijn serieus, oordelen politie en justitie. Ze besluiten Mark Jakobs uit te rusten met een ‘awareness-systeem’: een kastje met een rode alarmknop dat hij vierentwintig uur per dag bij zich moet hebben. Zodra hij op de knop drukt heeft hij contact met de meldkamer en wordt zijn locatie doorgegeven.

Het leven van Mark Jakobs verandert ingrijpend. Maar de bedreigingen laten ook het succes zien van de Brabantse bestrijding van diep in lokale samenlevingen gewortelde criminaliteit.

Sinds 2010 trekken onder meer de Belastingdienst, gemeenten en politie en justitie samen op om het gezag terug te veroveren op groepen Brabanders die zich nog maar weinig van de overheid aantrekken. Het zijn families die al generaties lang hun geld verdienen met drugslabs en wietplantages, crimineel ondernemerschap dat vaak overgaat van vader op zoon.

Politie, burgemeesters en ook onderzoekers hebben al vaker alarm geslagen over de ‘grijze’ laag in de provincie waarin criminelen de dienst uitmaken. Nu overheden zich weer laten gelden, leidt dat tot weerstand. „Ik zie dat doordat we nu als één overheid werken, ambtenaren meer te maken krijgen met criminelen, en dus ook met bedreigingen”, zegt burgemeester Roderick van de Mortel van Vught.

Burgemeester Jan Boelhouwer van Gilze en Rijen zegt: „Onze jongens en meisjes lopen voorop en zijn het meest kwetsbaar. Ambtenaren zitten nog meer dan bestuurders in de hoek waar de klappen vallen.” Hij vertelt over ambtenaren die langs het voetbalveld „zomaar naast degene staan bij wie ze de dag eerder een inval hebben gedaan”.

Hier komt je lijk te liggen

De bedreiger van Mark Jacobs was een man op een woonwagenkamp voor wie hij de boodschapper van slecht nieuws was geweest. De man had op illegale wijze een stuk grond van de gemeente in bezit genomen. Jacobs was hem komen vertellen dat de gemeente het eigendom weer opeiste.

Snel na Jakobs bezoek, nu vier jaar geleden, beginnen de telefoontjes. „Ik weet je te vinden”, is nog de meest onschuldige aankondiging die hij te horen krijgt. „Er ligt hier straks zwarte grond, daar komt je lijk in te liggen”, hoort hij ook. En: „Als jij mij dit aandoet, zal ik jou eens even wat aandoen.”

„Er ligt hier straks zwarte grond, daar komt je lijk in te liggen”, hoort hij

„Dit was zo op de persoon gericht, dat raakt je”, zegt Jakobs. „Je hebt het gevoel dat ze zomaar voor de deur kunnen staan. Ze hadden mijn naam. Je wordt alerter. Ook al is het zaterdagmiddag, je bekijkt de auto’s die voor je huis parkeren nog eens extra: wat doen de inzittenden en waar gaan ze heen? Je kijkt of je de mensen die uitstappen kent. Soms denk je: hij zal maar woedend zijn, een paar biertjes op hebben, in de auto stappen en hierheen komen. Dan denk je vooral aan je gezin. Ik heb twee kinderen, ik heb een vriendin. Zonder dat je het doorhebt, sta je constant onder druk.”

Het alarmkastje eist ook aandacht van Mark Jakobs op. „Als ik ging zwemmen, ging dat ding mee in de zwembroek. Als ik ging stappen, had ik de knop ook bij me. Als ik sliep, lag-ie op het nachtkastje. Soms zat dat ding verkeerd in mijn broek, en ging hij af, dan hoorde ik ineens een stem van iemand in de meldkamer en moest ik zeggen dat alles in orde was. ‘Pff, dit is maar een baan’, heb ik zo nu en dan verzucht. Zo van: ‘Is dit het allemaal waard?’”

Lees meer over de criminaliteit in Brabant: Zachte g, harde criminelen

Andere ambtenaren hebben vergelijkbare ervaringen. Een ambtenaar die jaren in een kleine Brabantse gemeente werkte, vertelt hoe drugscriminelen hem bang probeerden te maken. Met het oog op zijn veiligheid wil hij zijn naam niet gepubliceerd zien. Er gaan foto’s van hem rond, en de drugsjongens lijken over informatie te beschikken die haast gelekt moet zijn. Wanneer de auto van een directe collega in brand wordt gestoken, wordt het woonhuis van de ambtenaar beveiligd. Inmiddels is hij, mede als gevolg van de ernstige bedreigingen, niet meer werkzaam in de gemeente.

„Ik voel soms de angst van mijn ambtenaren”, zegt Marjolein van der Meer Mohr, de burgemeester van Rucphen. „Soms durven ze zelfs geen aangifte te doen van de bedreigingen. Mijn gemeente is klein, het ‘ik weet waar je woont’ wordt door ambtenaren soms heel letterlijk genomen. Soms moet ik een ambtenaar noodgedwongen binnenhouden vanwege de dreigingen, laatst heb ik er eentje met verlof gestuurd. En dan gebeuren er wellicht ook nog zaken die je niet weet.”

Soms doen ambtenaren uit de ene gemente mee aan acties tegen georganiseerde criminaliteit in de andere gemeente, zegt Caspar Hermans, directeur van de Taskforce Zeeland-Brabant. „Ik wil dat ambtenaren uitstralen: bedreigen is zinloos, want als ik stop gaan mijn collega’s door. Daarom laten we ambtenaren soms in een andere stad meedoen aan acties, ook om hun privéleven te beschermen.”

Blokkade

„Wij moeten voor elkaar opstaan”, zegt Van der Meer Mohr. In 2015 werd haar auto in brand gestoken, vermoedelijk vanwege haar optreden tegen de ondermijnende criminaliteit. „Toen had ik echt het idee dat de mensen in mijn gemeente elkaar aankeken, zo van: ‘Gaat ze door?’ En dat moet je doen, doorgaan.”

Voor Mark Jakobs wordt besloten dat hij niet meer namens de gemeente in contact mag treden met de man die hem bedreigde. „Dat was moeilijk. Ik had toch altijd het gevoel: ‘Wij zijn de overheid, wij bepalen wat er gebeurt.’ Het voelde alsof ik nu toch een beetje zou zwichten voor de intimidatie. Aan de andere kant was ik ook wel opgelucht, dat me van bovenaf werd gezegd dat ik daar niet meer naar toe hoefde te gaan. Die spanning viel daardoor weg. Zelf had ik dat nooit gedaan, dat is toch mijn trots.”

Als na een aantal maanden de bedreigingen uitblijven, mag Mark Jakobs het kastje weer inleveren. Hij heeft er in totaal zes maanden mee rondgelopen. Jakobs ontspant – tot twee jaar na de bedreigingen. Dan knapt er ineens iets bij hem. Hij blokkeert, er komt niks meer uit zijn vingers. „Ik heb steeds geroepen dat het allemaal wel meeviel, die bedreigingen. Toen besefte ik: dat is niet zo. De bedreigingen hebben effect op je gezondheid, zowel geestelijk als lichamelijk.” Hij komt een paar maanden thuis te zitten met een burn-out.

Nu is Mark Jakobs weer volle bak aan de slag, tegen de criminaliteit in het zuiden. Maar zo werkt het niet bij iedereen, vermoedt hij. „Ik kan me best voorstellen dat collega’s die hier niet goed mee kunnen omgaan een bepaald rapport even in de onderste la gooien. Of soms de andere kant op kijken.”

Laatst kwam Jakobs de man tegen die hem zo vaak bedreigd heeft, dat wil zeggen: hij zag hem van een afstandje. „Langs het kampje rijden is geen probleem meer, en als ik voor de gemeente op het kamp zou moeten controleren, dan doe ik dat. Dan ga ik daar gewoon de belangen van de gemeente verdedigen. Ja, natuurlijk. Dit is onze baan.”