In tranen probeert Laura H. de rechtbank te overtuigen

Hechtenis Islamitisch bekeerlinge Laura H. blijft vastzitten tot haar strafproces. Haar vader vindt dat ze „terug naar de oude is”.

„Wat willen jullie nog horen? Wat moet ik nog doen?” De stem van Laura H. is dik van de tranen. Ze richt zich tot de twee officieren van justitie, die haar zwijgend gadeslaan. „Alsjeblieft, zeg dan iets.”

Negen maanden zit Laura (21) nu op de ‘TA’, de terroristenafdeling van de Penitentiaire Inrichting Vught, het zwaarste gevangenisregime van Nederland. „Ik ben moe”, zegt ze. „Ik voel dat het steeds slechter met me gaat. Ik begin op te raken.”

Opnieuw staat deze donderdag in de zwaarbeveiligde rechtbank in Rotterdam haar hechtenis ter discussie. Twee keer eerder werd een verzoek om haar proces in vrijheid te mogen afwachten al door de rechter afgewezen – maar nu zijn er nieuwe rapporten van het Pieter Baan Centrum (PBC) en de reclassering, die Laura op verzoek van het OM hebben geëvalueerd. „Er wordt niet getwijfeld aan haar deradicalisering, als daar al sprake van was”, zegt haar advocaat Michiel Pestman.

Maar het OM wil dat ze in Vught blijft. Er zitten nog steeds gaten in haar verhaal, zegt de officier. Want waarom wilde H. uit het kalifaat vertrekken? En wat heeft ze daar nou precies gedaan? „Daar hebben we nog steeds geen goed beeld van.”

Laura H. vertrok in september 2015 samen met haar man Ibrahim en twee kleine kinderen naar het door IS uitgeroepen kalifaat. Eerst naar Syrië, daarna Irak. Afgelopen zomer keerde zij terug, zonder echtgenoot maar met haar kinderen. Op Schiphol werd ze meteen gearresteerd. Sindsdien zit ze vast. H. wordt verwacht van deelname aan een terroristische organisatie.

Vorige maand deed haar vader, Eugène, in NRC uit de doeken hoe hij zijn dochter heeft helpen ontsnappen uit het kalifaat. Hij betaalde 10.000 euro aan een Duitse organisatie om haar, met hulp van ingehuurde ex-militairen, uit Mosul te ontzetten. Ook Eugène doet vandaag in de rechtbank zijn verhaal. „Als je alles op het rijtje zet”, zegt hij, „is dit leven niet bepaald een eitje voor mij”. Bijna een uur lang ondervraagt de rechtbank hem.

Vandaag staat de band tussen vader en dochter centraal. Hoe kan hij de Laura die opeens een hoofddoek begon te dragen, haar naam in Lamyae veranderde, hem niet vertelde dat ze zwanger was, en in het geniep trouwde, die opeens vertrokken was naar het kalifaat – hoe kan hij haar nu geloven op haar woord? „Dat antwoord kun je alleen als vader geven”, zegt Eugène. „Uit het hart. Ik zie dat ze terug naar de oude is.”

Hij beantwoordt vragen over Laura’s jeugd, over hoe hij zijn dochter in de greep zag raken van „die griezels”. Waarom ging hij dan toch op vakantie, vraagt de rechtbank, zo vlak voor Laura’s vertrek? Als hij zag dat het zo slecht met haar ging? Omwille van de rest van zijn gezin, zegt Eugène. „Je knokt voor je kinderen, je knokt dat ze overeind blijven, en je moet soms de keuze maken om de een meer te laten liggen dan de andere.”

Jeugdrecht

Laura H. is tijdens deze pro-formazitting wel te horen, maar niet te zien. Om haar privacy te beschermen doet ze haar verhaal vanuit een soort container, die midden in de rechtszaal is geplaatst; alleen het OM en de rechters hebben zicht op haar. „Jullie zullen wel weer zeggen dat ik langer moet blijven zitten”, zegt H. tegen de officieren, „maar ik hoop dat jullie een keer een beetje naar mij of het PBC luisteren”.

Het PBC heeft geadviseerd om H. onder het jeugdrecht te berechten, de reclassering raadt aan om haar hechtenis niet te verlengen. Het OM verzet zich daar met klem tegen. „Het gemak waarmee ze verzint, geeft te denken”, zegt de officier. Mogelijk duurt het volgens haar nog twee maanden voor het onderzoek volledig is afgerond.

Het zou helpen, zegt de officier, als Laura zou instemmen met een nieuw verhoor. Maar dat wil zij niet.

„Ik heb me volledig ingezet”, zegt Laura H., „en ze nemen niets van me aan. Ik voel me totaal niet serieus genomen. Ze verdraaien alles. Er wordt gedaan alsof ik alleen maar kan liegen. Waarom zou ik dan verklaren?”

Ze was zichzelf niet, zegt ze, toen ze naar IS vertrok. Gebrainwasht. „Ik ben zeventien jaar met mezelf in gevecht geweest over wie ik ben. Pas in Irak kwam ik tot het besef: ik ben mezelf kwijt geweest.” Toen heeft ze haar vader om hulp gevraagd.

De rechtbank is niet overtuigd, blijkt na een korte schorsing. „Persoonlijke omstandigheden wegen niet op tegen het strafrechtelijk belang.” Laura blijft vastzitten. Op 20 juli weer een nieuwe zittingsdag.