Cultuur

Interview

Interview

Frank Ruiter

Karateka Vanesca Nortan: ‘Ik was niet sterk genoeg om de bondscoach te negeren’

Misbruik in de sport

Karatekampioen Vanesca Nortan (35) had jarenlang een verhouding met de bondscoach. Toen zij een klacht indiende over de verstoorde machtsrelatie, besloot de karatebond haar uit de nationale ploeg te verwijderen. De bondscoach moet ook opstappen, maar pas na het EK van dit weekend.

Vanesca Nortan gaat zitten en verbergt haar hoofd in haar handen. „Ik heb het er met mijn psycholoog over gehad”, zegt zij na een lange stilte. „Mijn verhaal is niet uniek. Meer sporters zijn seksueel misbruikt. Maar de meesten zijn al jaren niet meer actief in de sport. Ik wel.”

In een bosrestaurant vertelt Nortan waarom zij reageerde op de oproep aan misbruikte sporters, vorige maand in deze krant, om hun verhaal te vertellen. Zij herkent zich in de interviews met oud-topsporters die lijden onder het misbruik. Hoe moeilijk ook, ze wil haar verhaal doen. „Ik heb vast een paar afspraken met mijn psycholoog gepland, want ik weet niet hoe dit uitpakt.”

‘De koningin van het karate’, wordt Nortan (35) genoemd. Ze is drievoudig Europees kampioen en werd tweede en derde van de wereld. „Ik ben nog steeds de best presterende vrouwelijke karateka van Nederland”, zegt zij. Met ‘nog steeds’ bedoelt zij: ondanks haar leeftijd en de emotionele roller coaster waarin zij is beland.

Karate was niet haar eerste sportkeuze. Het liefst was Nortan de atletiek in gegaan. Maar haar moeder Ivy – die Nortan een deel van haar sportcarrière coachte – was ook karateka. Ze voedde haar dochter alleen op. Een vader was „niet in beeld”.

Nortan meldt zich als zestienjarige bij Van Hellemond Sport in Hilversum. Zij geldt als groot talent; na amper twee jaar doet zij met de senioren mee aan een toernooi in Parijs. „Mensen dachten dat ik arrogant was”, zegt zij. „Maar ik miste zelfvertrouwen. Ik was op zoek naar een vaderfiguur.”

In dat eerste jaar leert zij Anthony Boelbaai kennen, de huidige bondscoach van het seniorenteam. Hij is eind jaren negentig „de grote man” bij Van Hellemond. Nortan kijkt tegen hem op. Ze vertelt Boelbaai dat ze een slechte band met haar moeder heeft, bij wie zij sinds haar achtste woont. Daarvoor groeide zij op bij een pleeggezin in Suriname.

De elf jaar oudere Boelbaai is niet alleen ploeggenoot in het nationale team, maar geeft Nortan ook geregeld les in Hilversum. Bij dat eerste toernooi in Parijs – Nortan is net achttien – trekken de twee veel op. Ze is verrast als hij tegen ploeggenoten zegt dat zij hem leuk vindt. ‘Hou op, je stinkt!’ antwoordt zij. Maar zijn aandacht geeft haar wel zelfvertrouwen.

Korte rokjes

Pas decennia later beseft Nortan dat zij door haar kwetsbaarheid „de deur voor hem heeft opengezet”. Als Boelbaai in de maanden na ‘Parijs’ zegt dat zij „een lekkere kont” heeft, moet zij blozen. Langzaam maar zeker slaagt hij in zijn pogingen de jonge karateka voor zich te winnen.

Een paar maanden later, vlak voor het Europees kampioenschap in Turkije, komt het tot een tongzoen. Boelbaai en Nortan zijn op dat moment in Tenerife voor een interland. „Het was mooi weer, de vrouwen droegen korte rokjes”, zegt zij. „Hij wilde meer dan een zoen, ik niet.”

Tijdens het EK dringt Boelbaai opnieuw aan, zegt Nortan. „Hij dacht dat ik vaker seks had gehad. Ik kwam volwassen over.” De ontmaagding gaat snel, een dag voor de wedstrijd. „Ik was een tussendoortje. Zijn vriendin liep daar ook rond.”

Ik was een tussendoortje. Zijn vriendin liep daar ook rond

Het overvalt Nortan als Boelbaai een jaar later een relatie met een andere karateka krijgt. Ze waarschuwt het meisje: begin er niet aan. Woest is Boelbaai als hij van het gesprek hoort. ‘Had je je benen maar bij elkaar moeten houden’, snauwt hij.

Als Nortan haar Hilversumse coach van de gebeurtenissen vertelt, wordt Boelbaai geschrapt als lid. „Dat heeft hij mij nooit vergeven”, zegt zij. „Hij had gehoopt de leiding daar over te nemen.”

In de jaren na zijn vertrek groeit Nortan uit tot het boegbeeld van de vrouwelijke karateka’s. In 2004 wint zij zilver en brons op het wereldkampioenschap in Mexico. In 2005 wordt zij Europees kampioen. „Natuurlijk dacht ik wel eens aan Anthony”, zegt zij. „Die ontmaagding was niet fijn, maar er is daarna nooit een ander geweest. Dat maakt het dubbel.”

Anthony Boelbaai moet iets van die innerlijke strijd hebben opgepikt na zijn aanstelling tot assistent-bondscoach, in 2009. „Zullen we oude tijden doen herleven”, vraagt hij Nortan. Met dat voorstel gaat hij in tegen de gedragsregels van sportkoepel NOC*NSF. Daarin staat dat sportbegeleiders zich moeten onthouden van „seksueel getinte verbale intimiteiten” en niet verder in het privé-leven van sporters mogen doordringen „dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel”.

Nortan twijfelt. Boelbaai geeft haar de aandacht die zij als kind miste. Tegelijkertijd wantrouwt zij zijn intenties: gaat het om háár of is hij „gewoon een smeerlap”? Zijn aandacht werkt verslavend. Al snel volgt hun eerste geheime afspraak.

Doordeweeks sms’t hij of ze langs wil komen. Via de achterdeur, want niemand mag haar zien. Nortan voelt zich schuldig over het bedrog. „Maar hij zei dat hij zijn baan zou verliezen als de bond erachter zou komen. Ik ging mee in zijn spel.”

Neutraliteit is weg

Het duurt jaren voor zij de moed heeft de relatie te verbreken. Bij een toernooi in Oostenrijk, in oktober 2015, maakt Boelbaai een denigrerende opmerking over de Surinaamse cultuur. Nortan is woedend, waarop Boelbaai haar opzoekt in haar hotelkamer. Hij probeert haar te kalmeren. Zegt dat zij mooi is. Nortan zwicht voor zijn complimenten, ze belanden in bed.

Dat zij Boelbaai niet van zich af weet te houden geeft Nortan een slecht gevoel. Ze vindt dat zij zichzelf verloochent. De volgende dag wordt zij in de eerste ronde van het toernooi uitgeschakeld. „Ik besloot: dit nooit meer. Na een periode van smoesjes om hem te ontlopen, appte ik dat ik niet meer wilde.”

Ze was afhankelijk van Boelbaai, beseft zij nu. Juist bij belangrijke toernooien heeft zij behoefte aan hulp van de bondscoach. Iemand die haar oppept, haar warming-up begeleidt, haar het gevoel geeft dat ze er niet alleen voor staat. Maar steeds vaker meldt hij zich kort voor aanvang van haar partijen. Bij een belangrijk moment op de WK in 2014 weigert hij de hulp van de video-arbitrage in te schakelen, terwijl zij daar wel om vraagt. „Overdag werkte de bondscoach mij tegen, ’s nachts lag hij bij mij in bed”, zegt zij. „Dat geeft aan hoeveel macht hij over mij had.”

Nortan weet zich geen raad met de situatie. Ze probeert Boelbaai op afstand te houden. Na wedstrijden gaat zij – tot ergernis van de andere karateka’s – naast haar moeder zitten. De teamcaptain gedraagt zich vreemd, vinden zij. Nortan is eigengereid. Om een verklaring vragen zij niet.

In de zomer van 2016 neemt zij Wim Hakkenes, portefeuillehouder topsport binnen het bondsbestuur, in vertrouwen. Hakkenes betrekt de portefeuillehouder Breedtesport (die onder meer verantwoordelijk is voor een veilig sportklimaat) bij het gesprek. Beiden schrikken van het verhaal en adviseren Nortan contact op te nemen met de vertrouwenspersoon van de karatebond.

„Een bondstrainer moet terugtreden als hij een relatie krijgt met iemand van het team”, zegt Hakkenes nu. „Hij bepaalt wie meegaat naar een EK en WK. Bij een verhouding is zijn neutraliteit weg.” Dat Nortan meerderjarig is doet volgens hem niet ter zake. „Het gaat er om dat de bondscoach een machtspositie heeft.”

Nortan besluit de vertrouwenspersoon een mail te sturen. Ze vraagt een gesprek aan, zonder duidelijk te maken waarover. Als de vrouw voorstelt een afspraak te plannen, bedenkt Nortan zich. In oktober is het WK. En als ze één ding wil, is het wereldkampioen worden. „Ik wist dat ik het team tegen me zou krijgen als ik naar buiten zou treden”, zegt zij.

Na het WK – ze verliest door een blessure in de eerste ronde – staat niets een afspraak meer in de weg. Het is dan begin december 2016 en Nortan wordt onderwerp van gesprek in een reeks e-mails, telefoontjes en ontmoetingen met bondsbestuursleden en vertrouwenspersonen, zowel van de karatebond als sportkoepel NOC*NSF.

Nadat ze de vertrouwenspersoon in de week van 8 december heeft ingelicht over haar ‘ongezonde relatie’, belooft zij bondsvoorzitter Herman van der Meulen te informeren. In de weken erna vraagt Nortan meerdere keren naar diens reactie. „Kennelijk was hetgeen ik met de vertrouwenspersoon besproken heb, niet belangrijk genoeg om hem te spreken te krijgen.”

De voorzitter vindt het moedig dat Nortan haar verhaal doet, laat hij via de vertrouwenspersoon weten. Hij wil „een goed sportklimaat creëren”. Pas op 19 januari – na zijn vakantie – volgt een gesprek. In het bijzijn van haar moeder en de vertrouwenspersoon van NOC*NSF vertelt Nortan het bestuur van de karatebond over de verzwegen verhouding en de verstoorde machtsrelatie. Ze zegt dat ze niet langer de bondstraining voor de beste karateka’s van Nederland bezoekt: „Ik voel mij daar onveilig.” Voorzitter Van der Meulen en topsportcoördinator Carmelita Reeberg tonen begrip en beloven opnieuw ‘een veilig sportklimaat’.

Er wordt afgesproken dat Nortan wel meedoet aan de Parijs Open op 27 januari. Ze zal zelf naar het toernooi reizen en in een ander hotel verblijven dan de rest van het team. Maar twee dagen voor vertrek probeert Reeberg haar over te halen om tóch met de bus mee te gaan. Probeer het, zegt zij, práát nou met hem. Nortan weigert. Ze vindt dat Boelbaai anderhalf jaar de kans heeft gehad spijt te betuigen.

Op 13 februari ontvangt Nortan weer een brief van Reeberg, uit naam van de bond. De toon is nu anders. Na gesprekken met de bondscoach en andere sporters is het bestuur tot de conclusie gekomen dat Nortan „eigenaarschap” draagt voor het probleem. Ze heeft, net als Boelbaai, de belangen van de KBN „ernstig geschaad”. Ze moeten er samen uit zien te komen. Lukt dat niet, dan neemt de bond tegen beiden maatregelen.

Als Nortan weigert met Boelbaai in gesprek te gaan, besluit het bestuur dat Boelbaai moet opstappen en dat Nortan afscheid moet nemen van de nationale selectie. Ze vindt dat geen eerlijk besluit, maar gaat akkoord op voorwaarde dat ze de kans krijgt zich later weer in de selectie te knokken. Opmerkelijk genoeg hoeft Boelbaai niet met onmiddellijke ingang te stoppen. De bond geeft de bondscoach toestemming deze week op het EK in het Turkse Kocaeli te coachen. Maandag 8 mei wordt hij uit zijn functie gezet, zo wordt Nortan beloofd.

„Onverstandig, niet professioneel en niet te verdedigen” noemt oud-bestuurslid Hakkenes de opstelling van het bestuur. Al in december heeft hij zijn functie neergelegd uit onvrede over het gevoerde beleid. Ook het bestuurslid Breedtesport treedt terug. Zij kan zich niet vinden in de manier waarop sommige mede-bestuurders met sporters omgaan. De situatie rond Nortan zit haar niet lekker.

Naar de Olympische Spelen

De bond wil niet dat Nortan haar verhaal naar buiten brengt. „Dat kwam telkens naar voren in onze gesprekken”, vertelt zij. „Het zou slecht zijn voor het imago van de bond.” Ook NOC*NSF ontmoedigt Nortan om de publiciteit te zoeken. „De vertrouwenspersoon zei dat er al genoeg aandacht voor dit onderwerp in de media is en dat mijn verhaal geen impact zou hebben.”

De vertrouwenspersoon zei dat er al genoeg aandacht voor dit onderwerp in de media is en dat mijn verhaal geen impact zou hebben

Nortan had deze week aan het EK kunnen deelnemen. Van het bestuur mocht ze op eigen gelegenheid naar Turkije reizen en in een ander hotel verblijven. De bond zou de kosten betalen. Maar Nortan wilde niet. „Dan zou ik meer met de omstandigheden bezig zijn dan met het toernooi zelf.”

Waarom doet ze toch haar verhaal? „Ik vind het belangrijk dat ouders weten dat hun kinderen niet altijd veilig zijn bij sportclubs”, zegt Nortan. Ze had gehoopt dat de bond een statement zou maken bij het aftreden van Boelbaai. Op de vraag of zij zichzelf iets kwalijk neemt, slaat de karateka de handen voor haar gezicht. „Dat het zover gekomen is”, zegt zij. „Dat ik niet sterk genoeg was om hem te negeren.”

En toch wil zij vooruit. Zonder Boelbaai hoopt Nortan zich terug te vechten in de selectie. Haar doel: de Olympische Spelen van 2020. „Hun doel is om mij te laten stoppen, maar dat gaat niet gebeuren.”