Cultuur

Interview

Interview

Khalid Amakran

‘Ik was 5 toen ik naar het weeshuis ging’

In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar.

Tweelingbroer

„Mijn tweelingbroer en ik zijn twee-eiig en we lijken niet op elkaar. Ik hou van dansen en hockey, hij van kickboksen en voetbal. Hij wil altijd sparren, ik nooit, ik wil liever op de bank Netflix kijken. Hij is ook meer een buitenmens. We hebben elk onze eigen vrienden, het overlapt totaal niet. Ik vind het niet zo erg dat we nu op verschillende scholen zitten. We kunnen wel goed met elkaar opschieten. Als we ruzie hebben is het over de afstandsbediening of over wie er op Netflix mag. We staan altijd op dezelfde tijd op. Hij is luier dus ik mag altijd eerst douchen.”

Weeshuis

„Ik ben geadopteerd uit Ethiopië. Mijn moeder was haar werk kwijt en kon niet meer voor ons zorgen. Ik was vijf toen ik naar het weeshuis ging. We woonden daar met heel veel kinderen. Het was best wel streng. Als je het fout deed kreeg je met een liniaal op je hand, of je moest in de hoek staan of naar je kamer. Als er iemand werd geadopteerd hadden we een soort feest, meestal in de woonkamer. De Nederlandse ouders kwamen en wij feliciteerden het kind dat wegging. Dan gingen we altijd dansen. Meestal werd ik soort van naar voren geroepen omdat ik het blijkbaar goed kon. Ik bleef daar negen maanden. Toen werd ik zes en ben ik geadopteerd.”

Khalid Amakran
Khalid Amakran

Junior Dance

„Ik vond dansen heel leuk dus hier ben ik ermee verder gegaan. Een paar jaar geleden heb ik aan een tv-wedstrijd meegedaan: Junior Dance. Ik ging er al in de eerste ronde uit, terwijl ik dacht dat ik de allerbeste was. Eerst wou ik nooit meer meedoen aan een tv-wedstrijd, nu juist weer wel. Ik voel dat ik echt wel beter geworden ben. Ik denk niet dat ik echt danser wil worden. Ik wil graag doen wat mijn ouders doen, ik zit ook op een grafische school. En ik heb een Instagram-account, Drawtrecht, waarmee ik tekeningen maak van mensen. Je kunt een foto sturen van jezelf en dan teken ik die – digitaal. Dat kost me ongeveer twee uur.”

Rapport

„Tot we 15 werden moesten we elk jaar een rapport naar het weeshuis sturen met hoe lang we waren, hoeveel we wogen en zo. Dat moest worden bijgehouden voor de Ethiopische regering. We hebben ook weleens contact gehad met mijn biologische moeder, eerst via de mail en later via Facebook. In het Engels, zij heeft dan een tolk erbij. Ze voelt niet echt als mijn moeder, ze heeft natuurlijk al heel lang niet meer die rol in mijn leven. Ze voelt meer als een tante. Ik vind het eigenlijk wel goed dat ze ons liet adopteren. We hebben hier een betere toekomst dan daar.”

Meedoen? pubers@nrc.nl.