‘Orfeo trok groen weg tijdens de bruiloftscène!’

De eerste baan

Voordat Sanne Wallis de Vries (46) zelf in de spotlights stond, was zij het ‘stille’ meisje dat de volgspot bediende.

Foto Lars van den Brink

‘Mijn werk was geslaagd als dat wat ik deed niet opviel.” Sanne Wallis de Vries vlijt haar tengere lichaam tegen de enorme zwarte lamp in het techniekhok van een theaterzaal in Hoorn. Ze knijpt haar rechteroog dicht, terwijl ze met haar linkeroog het ronde licht volgt dat ze over het podium beweegt. Vanavond zal ze daar als cabaretier de show stelen, maar hier achter de volgspot is ze in gedachten weer even vierentwintig jaar terug in de tijd. „Ik had toen nog geen idee hoe mijn toekomst eruit zou zien, ik was enorm zoekende.” Nadat de juf van de kleinkunstcursus had gezegd dat ze iets moest doen met haar talent, stopte ze met haar studie kunstmanagement. Maar vervolgens zakte ze weg in niets doen. „Nu lijkt het alsof ik altijd al wist wat ik wilde omdat ik het ben geworden, maar toen zat ik echt klem.”

Ogen te kort

Een studievriend spoorde haar aan dan tenminste íets te ondernemen. Hij wist dat ze bij Opera Amsterdam iemand zochten om de volgspot te bedienen tijdens Monteverdi’s L’Orfeo. Veel tijd om te oefenen was er niet. „Ik had de artiesten heel hoog zitten, dus durfde hen niet te vragen of ze even op hun plek wilden gaan staan om de volgspot goed af te stellen.” Een keer ging het fout. Ze schoof middenin een voorstelling een verkeerd kleurenfilter voor de lamp. „Hoofdpersonage Orfeo trok groen weg tijdens de bruiloftscène! Maar terug durfde ik ook niet, want dat zou nog meer opvallen.”

Ze was het technische knechtje dat weinig zei, maar intussen haar ogen uitkeek. „Die hele cyclus van het maken van een voorstelling ervoer ik voor het eerst.” Ze zag ook meteen de minder romantische kant van het toeren langs theaters: in de file staan en veel wachten. „Ik herinner me nog dat ik goed op kon schieten met de klavecimbelspeler, met de buschauffeur en met een paar zangers.” Maar er waren ook zangers die gewoon over haar heen stapten als ze op de grond zat te werken. „Zo vreselijk. Ik nam me voor: als ik ooit wat ga doen in het theater, zal ik me altijd voorstellen aan iedereen die meewerkt.”

‘Hé Henk, ken je me nog?’ Dan keek Henk nog eens goed en zei: ‘Oh ja, jij was dat stille meisje’

Jaloers op de technici

Na dat seizoen ging het gezelschap failliet. Maar voor Wallis de Vries had het „bezig zijn” in het theater haar richting bepaald. „Vanaf dat moment achter de volgspot ging het de goede kant op: ik werd aangenomen bij Comedytrain, maakte een eerste solovoorstelling, en niet lang daarna won ik het Leids Cabaretfestival.” Zo kwam ze weer terug in dezelfde theaters waar ze de volgspot had bediend. „Dan liep ik er nog even naartoe, raakte ik hem aan en zei: ‘Kijk nou, nu sta ik dáár.’ Soms werkten dezelfde mensen er nog en zei ik: ‘Hé Henk, ken je me nog?’ Dan keek Henk nog eens goed en zei: ‘Oh ja, jij was dat stille meisje’.”

Ze is nu gelukkig met haar plek op het podium, maar kan na het eten voor de voorstelling nog weleens jaloers zijn op de technici. „Dan hebben we een uitbuikmoment en moet ik me uit mijn stoel hijsen om me op te maken, het toneel op te gaan en te presteren. Oh, denk ik dan, zíj mogen straks lekker in het donker achter hun schuifjes zitten.”