Expartenoord kampioen

Landskampioen

De drie Rotterdamse clubs in het betaald voetbal zijn één grote familie.

Willem de Kam

Neem de familie Gudde, afkomstig uit Schiedam. Vader Eric is algemeen directeur bij Feyenoord. Zoon Wouter is commercieel directeur bij Excelsior. Hij speelde in zijn jeugd bij Feyenoord, maar beleefde zijn beste voetbaljaren bij Sparta.

Of kijk eens naar het boeken- en tv-fenomeen René van der Gijp. Toen twee van de vier broers Van der Gijp in de jaren vijftig Dordrecht achter zich lieten, ging zijn vader Wim bij Sparta spelen en zijn oom Cor bij Feyenoord. Zelf speelde René een jaartje in de jeugd bij Feyenoord, werd daar weggestuurd en stapte over naar Sparta, waar hij doorbrak. ‘Gijp’ zal het zo’n beetje worst wezen, maar zijn zoon is fanatiek supporter van Feyenoord.

Is dat voetbal in Rotterdam dan één groot familiefeest, maakt het eigenlijk niet uit waar je speelt, kun je net zo goed uitkomen voor Feyenoord, Sparta of Excelsior en supporter van deze drie clubs tegelijk zijn?

Soms lijkt het erop.

Wouter Bos, voormalig PvdA-leider (en net als zijn voorganger Ad Melkert Feyenoord-fan) zei eens: de beste Feyenoorders zijn Spartaan. Je kunt inderdaad een heel behoorlijk elftal samenstellen uit voetballers die eerst bij Sparta actief waren en daarna bij Feyenoord. Hetzelfde geldt voor de begeleiders. Hier is het:

Doel: Ed de Goey
Achter: Sven van Beek, Henk Fräser, John de Wolf, Gérard de Nooijer
Midden: Georginio Wijnaldum, Theo Laseroms, Michel Valke
Voor: Tinus Bosselaar, Willy Kreuz, Jörgen Kristensen

Op de bank zit in elk geval als wisselspeler Luuk Balkestein, in het gezelschap van Dick Advocaat (coach), Pim Verbeek (assistent-coach), Pim Doesburg (keeperstrainer), Casper van Eijk (clubarts) en Bas van Noortwijk (teammanager).

Voor de voetbalkenners: op het middenveld speelt dit team met de punt naar achter. Trouwens, de omgekeerde weg werd ook door menigeen bewandeld. Peter Houtman, Regi Blinker, Marten de Roon, Roy Kortsmit, Ruud Geels, Hans Venneker, om er een aantal te noemen.

Van spelers die zowel voor Feyenoord als Excelsior uitkwamen zijn ook zulke rijtjes te maken; niet in de laatste plaats omdat die twee clubs jarenlang intensief samenwerkten, een gezamenlijke jeugdopleiding hadden en Feyenoord zijn talenten eerst bij Excelsior liet ‘rijpen’. Mooiste voorbeeld van een voetballer die eerst voor Excelsior en daarna voor Feyenoord uitkwam: Robin van Persie. En voor oudere lezers: Thijs Libregts (wiens zoon Raymond in de jeugd voor Excelsior speelde en later onder meer voor Sparta).

De beste dribbelaar

Laten we trouwens ook Xerxes niet vergeten, de club uit het Oude Noorden die in 1968 failliet het betaald voetbal verliet. Maar wel de kweekvijver was geweest waar talenten als Coen Moulijn (Feyenoord), Nol Heijerman (Sparta) en keeper Eddy Treijtel (Feyenoord) groot werden. Ook de club (met HION) natuurlijk van Faas Wilkes, de beste dribbelaar uit de Nederlandse geschiedenis. En de niet-Rotterdammer Willem van Hanegem (Zeeuw, Utrechter) speelde ook eerst voor Xerxes en toen pas voor Feyenoord.

Nogmaals: is het dus toch één grote voetbalfamilie in Rotterdam?

Nee.

Foto Willem de Kam

Er is rivaliteit, er is haat, er is vijandschap, en soms zelfs gaan supporters met elkaar op de vuist. (Dit seizoen bij Excelsior-Sparta.)

De minste animositeit, misschien wel geen, is er tussen Feyenoord en Excelsior. Excelsior is de kleinste van de drie, Feyenoord verreweg de grootste. Excelsior, hoewel van het hier en daar deftige Kralingen, was in 1902 een van de eerste arbeidersclubs. Excelsior was jaren armlastig, stond bekend als de club die geld moest verdienen met het ophalen en verkopen van oud papier. Tot ze in 1997 in feite een dochteronderneming van Feyenoord werd. Met wisselend succes en uiteindelijk niet meer tot wederzijds genoegen. Excelsior wilde weer op eigen benen staan en doet dat sinds 2015 helemaal.

Excelsior was jaren ook in sportief opzicht de derde club van Rotterdam: vaker in de eerste divisie uitkomend dan op het hoogste niveau. Gesteund door een kleine supportersschare, uitkomend in een stadion, Woudestein, dat met een capaciteit van 4.400 toeschouwers tot de kleinste van Nederland behoort en toch lang niet altijd is uitverkocht. Spelend op een veld dat eigenlijk te klein is.

Niet zoveel stoere knapen

Het clublied rept van ‘ferme jongens, stoere knapen’, maar daarvan zijn er dus niet zoveel. Wanneer Feyenoord aanstaande zondag op Woudestein scoort, zullen er veel meer armen de lucht ingaan dan wanneer Excelsior doel treft. Op de zwarte markt was de handel in kaartjes levendig, allemaal ten gerieve van de aanhang van Feyenoord. Met vooruitziende blik hebben heel wat supporters van die club afgelopen winter een halve seizoenkaart voor de wedstrijden van Excelsior gekocht. Daarvoor worden ze nu beloond: ze wonen de kampioenswedstrijd, normaal gesproken, van Feyenoord bij, ook al is die niet in de Kuip. Excelsior weet zich royaal getroost met de gedachte dat de club zich, met de kleinste begroting van allemaal, voor het derde achtereenvolgende jaar in de eredivisie handhaaft. Relatief is dat net zo’n grote prestatie als de landstitel voor Feyenoord.

Met Excelsior heeft Feyenoord, opgericht in 1908, het imago van volksclub gemeen. De club van Rotterdam-Zuid, maar dankzij de vele successen in en buiten de Kuip ook van grote delen elders in Rotterdam (maar niet overal) en van de rest van Nederland (idem). Rotterdam-Zuid dus, waar ooit veel Brabanders zich hebben gevestigd. Vandaar dat elders in de stad weleens wordt gesproken over ‘die boeren van Zuid’.

Er zijn maar weinig clubs in het betaald voetbal die zich geen volksclub kunnen noemen en dat predicaat geldt tegenwoordig dus ook Sparta. De club van Rotterdam-West, van Spangen. De oudste van Nederland voor zover het om betaald voetbal gaat, en met het oudste stadion. Opgericht in 1888, zesvoudig landskampioen, drievoudig bekerwinnaar.

Ballotagebeleid

Maar ooit was het anders. Toen voetbal in de negentiende eeuw in Nederland werd geïntroduceerd, ontwikkelde zich dat aanvankelijk tot een sport voor wie daar tijd en geld voor had. De elite dus, en Sparta hoorde daarbij. Lange tijd, toen zulke clubs nog een verenigingsstructuur kenden, hield Sparta er een ballotagebeleid op na. Reden waarom de later vermaarde quizmaster van de (socialistische) VARA, Theo Eerdmans, langdurig een grondige hekel aan Sparta heeft gehad. Hoewel hij vlak bij Het Kasteel woonde, mocht hij, zoon van een PTT-beambte, geen lid worden. Dan maar naar het eenvoudiger Neptunus, in dezelfde wijk.

Sparta was dus een club voor heren. Maar zij konden niet verhinderen dat met het verval van de wijk Spangen, in de jaren zeventig en tachtig, ook de club in een neerwaartse spiraal terechtkwam. Lange tijd woonden er in Spangen meer supporters van Fenerbahçe en Galatasaray, beide uit Istanbul, dan van Sparta. Tegenwoordig zijn de Spangenaren letterlijk terug in het stadion.

Als Sparta iets kenmerkt, dan is het de rivaliteit die het koestert met Feyenoord. Het lopende seizoen zou als geslaagd kunnen worden beschouwd dankzij een overwinning op Feyenoord en handhaving in de eredivisie. Het eerste is gelukt, het tweede nog lang niet. Voor de aanhang van Sparta doemt er een nachtmerriescenario op: Feyenoord landskampioen, Excelsior handhaaft zich opnieuw en Sparta kukelt weer terug naar de eerste divisie. Dat zouden ze bij Excelsior wel leuk vinden, want daar houden ze niet van dat, in hun ogen, arrogante Sparta.

Als de Kuip in brand staat

Natuurlijk, er zijn wel Sparta-supporters die het ook prima vinden dat Feyenoord kampioen wordt. Schrijver/journalist Hugo Borst is er zo een. Hij is een van die BN’ers die bij de aanhang van Sparta behoren. Net als dichter Jules Deelder, hardloopster Nellie Cooman en actrice Loes Luca. (Feyenoord: Gerard Cox, Lee Towers en vele anderen, onder wie Koos Postema, hoewel die als kind van Kralingen eigenlijk bij Excelsior hoort.) Maar er zijn ook vele aanhangers bij Sparta die allerminst tot degenen behoren die Feyenoord de titel wel gunnen. Van de ouderen onder hen is de kreet: ‘Ik ga nooit naar de Kuip, tenzij die in brand staat.’ Van die supporters had Excelsior best mogen degraderen.

En laten we wel wezen: zonder rivaliteit bestaat er geen voetbal.

In 2010 bezegelde juist Excelsior het lot van Sparta, dat toen degradeerde en de rivaal een niveau zag stijgen. Trainer van Excelsior, daar gaan we weer, was indertijd de Noord-Hollander Alex Pastoor, de huidige coach van Sparta, die ooit (jeugd)trainer bij Feyenoord was.

Feyenoord wordt dus zondag kampioen. Het wordt interessant om te zien hoe doelman Walter Hahn het doet. Hij staat op de loonlijst bij Feyenoord, is verhuurd aan Excelsior en speelde in de jeugd bij Sparta.

Sparta is „de liefste club van Nederland” zei burgemeester Ahmed Aboutaleb vorig jaar, omdat die club hem zo weinig politie-uren kost. Al valt er heus ook menig onvertogen woord, het gaat er op Het Kasteel meestal vreedzaam aan toe. Toen Sparta afgelopen seizoen kampioen van de eerste divisie werd, werd het feest uitbundig in het stadion en op het veld gevierd door duizenden supporters. De schade: één brandvlek op het kunstgras en één omgevallen fiets.

Als de Feyenoord-supporters zondag in Kralingen en maandag op de Coolsingel hetzelfde fatsoen kunnen opbrengen, heeft Rotterdam gewonnen.