Interview

Steven Kruijswijk: ‘De ploeg wil iets groots met mij bereiken, ik ben die ene persoon’

Steven Kruijswijk. Na de verspeelde Giro-zege van 2016 is Steven Kruijswijk gebrand op eerherstel. Ondanks tegenslagen is hij dit jaar beter voorbereid. „Ik durf nu zelf actie te ondernemen.”

Het chagrijn was op het gezicht van Steven Kruijswijk (29) af te lezen, vrijdagmiddag in zonnig Olbia op Sardinië. Mopperend sprongen hij en zijn ploegmakkers van LottoNL-Jumbo op de fiets richting hun hotel. De eerste etappe van de Giro, die hij begonnen is als een van de favorieten voor de eindzege, verliep bepaald niet volgens plan. Het zou een makkie worden, alleen de finales in de Giro zijn vaak wat hectisch. Dat bleek: Kruijswijk verloor dertien tellen op zijn concurrenten.

Het sluitstuk was van draaien en keren geweest, en samen met ploegmaat Jos van Emden raakte hij achterop. Toen het peloton in stukken brak, moest hij een gaatje laten. Hij „had misschien wat schrik gehad” en „misschien wat sneller in de remmen geknepen”, zei hij tegen de NOS. In de Tour van Yorkshire was hij vorige week gevallen, hij had een paar ribben gekneusd. Typisch Kruijswijk: het mocht geen naam hebben.

Toch is het een andere start dan hij zich twee weken terug had voorgesteld, toen nog veilig en wel op een vulkaan op het eiland Tenerife, zich als een monnik voorbereidend op deze Ronde van Italië, weg van zijn gezin, weg van de kleine Perre, één jaar oud. Elke dag videobelde hij er met zijn zoon, lang niet altijd bevredigend, zei hij toen in gesprek met NRC. „Soms kijkt hij niet eens. Is hij druk met wat anders. Het is een lastige periode.”

Eenzame hoogte

Het is het grootste offer dat Kruijswijk moet maken als ronderenner die eigenlijk allang niet meer ‘beloftevol’ genoemd kan worden, in elk geval het offer waar hij het meest moeite mee heeft: een leven weg van zijn gezin. Zijn programma in aanloop naar de honderdste Giro d’Italia liet weinig ruimte voor modern vaderschap: een drieweekse hoogtestage, een dagje thuis, drie dagen koersen in Yorkshire (dat werden er twee door de val), twee dagen thuis, en weer door naar Italië, zowat vier weken.

Hij lachte als een boer met kiespijn. „Ik probeer dat niet als iets negatiefs te zien, ik moet aan de periode na de Giro denken. Dan ben ik twee weken thuis. Daarna begint de Tourvoorbereiding alweer, in Zwitserland.”

In de moderne wielrennerij is het voor een ronderenner een vereiste om een aantal weken per jaar boven de 2.000 meter te vertoeven. Slapen op die hoogte en dagen aaneen bergop fietsen naar nog veel hoger is essentieel voor renners die hun zinnen hebben gezet op een algemeen klassement. De lucht is er ijl, het lichaam worstelt met een zuurstofschuld en gaat zich aan die omstandigheden aanpassen – het zuurstoftransport moet efficiënter, dus wordt het dat ook, in de meeste gevallen.

Terug op zeeniveau ontstaat er een overschot aan zuurstof. Beoogd resultaat is een beter uithoudingsvermogen op de dagen dat het er echt om gaat, veelal in de bergen. Geen klassementsrenner die El Teide, een 3.700 meter hoge slapende vulkaan, links laat liggen – Tom Dumoulin was er de weken voorafgaand aan de Giro, Bauke Mollema, maar ook Geraint Thomas van Team Sky, en Chris Froome in aanloop naar de Tour. Allemaal hetzelfde doel: met een roze, rode of gele trui naar huis. Wat was Kruijswijk daar dicht bij, elf maanden geleden nog maar.

Je had die Giro kunnen, misschien wel moeten winnen. Je was de sterkste in het peloton, maar je viel. Hoe sta je er nu voor?

„Conditioneel denk ik hetzelfde, dat geven althans al mijn metertjes aan. Dat geeft een gevoel van rust, alles is goed. Mijn voorbereiding is ook zowat een kopie van 2016. Hoogtestage, en dan nog even een rugnummer opspelden in Yorkshire, zo vlak voor de Giro wil je weer even weten hoe het voelt om te stressen in het peloton, hoe het ook alweer is om te vechten voor je plekje.”

Voor je op hoogtestage ging, stapte je uit Parijs-Nice. Je voorbereiding was niet perfect.

„Dat was om te huilen. Ik startte al niet helemaal fit, maar je hoopt dat het gaandeweg de week wat beter wordt. Maar toen het drie etappes lang regende, kreeg ik voorhoofdsholteontsteking. Ik heb vier dagen ziek op bed gelegen. Heeft me geen trainingsachterstand opgeleverd, hoor. Ik denk maar zo: die heb ik vast gehad. In de Ronde van Catalonië stond ik er daarna ook weer, ik werd zevende. Ik ben ervan overtuigd dat ik nog een stap ga zetten.”

Als generale volgt de Ronde van Yorkshire, waar Kruijswijk nog een wedstrijdprikkel wilde opdoen, wilde stressen in het peloton, wakker wilde worden voor het serieuze werk. En stress kreeg-ie. Bijna ging het hele feest niet door. In de eindsprint van de tweede etappe vlogen de frames door de lucht, ook die van Kruijswijk. Een dreun van jewelste, maar de meest waardevolle renner van LottoNL-Jumbo kneusde slechts ribben. Uit voorzorg liet hij de derde etappe, de enige rit met een beetje hoogteverschil, aan zich voorbijgaan. Geen risico. Alles op de Giro. Maar de schrik zat er nog in, moest hij vrijdag „misschien” erkennen.

De val van Kruijswijk in de Giro van vorig jaar:

Wat heb je in je hoofd? Kan je de Giro winnen?

„Ik denk dat Quintana topfavoriet is, hij is de evenknie van Chris Froome. Normaal gesproken wordt het een heel lastig verhaal om te winnen, hoewel dat natuurlijk wel het ultieme doel is. Maar als ik realistisch ben, zeg ik: ik ga voor een podiumplaats. Welke maakt me niet zo uit. Vorig jaar was het doel topvijf. Maar daar zou ik nu niet meer tevreden mee zijn.”

Foto’s Robin Utrecht/ANP

Dat klinkt als een mentale ontwikkeling die je hebt doorgemaakt.

„Ik heb van vorig jaar natuurlijk veel zelfvertrouwen gekregen. Belangrijkste les is dat ik wedstrijden niet langer onderga, maar dat ik zelf actie durf te ondernemen, zelf durf aan te vallen. Ik heb geleerd dat ik meetel in het peloton, dat ik anderen pijn kan doen. In het verleden kon ik me laten intimideren, liet ik het lopen als ik een doel niet haalde. Nu woon ik in Monaco tussen de beste wielrenners ter wereld. Het is allemaal net even wat anders gelopen dat ik had verwacht.”

Denk je nog vaak terug aan de Giro van vorig jaar?

„Jazeker, vooral aan de manier waarop ik koerste. Ik kreeg van veel mensen te horen dat ik zoveel rust uitstraalde, bijvoorbeeld in die klimtijdrit [naar Alpe di Siusi, etappe zeventien]. Bij anderen zag het er soms niet uit, ze zwabberden over de weg. Ik had daar de topvorm te pakken.”

Dat is iets bijzonders, topvorm. Weet je hoe je dat weer kunt krijgen?

„Ik hoop met precies dezelfde voorbereiding. Mijn trainers hebben wel wat dingen veranderd, maar dan gaat het om details, bijna op wetenschappelijk niveau. Het grote verschil met vorig jaar is dat ik met een sterkere ploeg aan de start sta. Hét doel van dit jaar is mijn Giro, voor iedereen is dat duidelijk.”

Kruijswijk doelt op de komst van de Belg Jurgen Van den Broeck maar toch vooral op die van Stef Clement, de man die na twee seizoenen weer terug is op het oude nest, Lotto-Jumbo, destijds Belkin, Blanco, allemaal voorlopers van de Rabobankploeg.

Hij, achttiende in de voorbije Tour de France, moet Kruijswijk de bergen door loodsen, hem bijstaan als hij in de slotweek wellicht weer op zijn gezicht gaat in een afdaling en dan baat zou kunnen hebben bij een stel schouders die hem uit de wind houden. De twee zijn vrienden van elkaar.

In hoeverre heb jij ervoor kunnen zorgen dat Clement bij Lotto-Jumbo aan het werk kon?

„Ik wilde graag bij Lotto-Jumbo blijven, maar wel op voorwaarde dat Stef terug zou komen. Na de Tour die hij vorig jaar reed, wist ik zeker dat ik hem erbij wilde hebben. Ik ken hem goed [de twee hebben dezelfde manager], en ik weet dat zijn steun voor mij onvoorwaardelijk zal zijn. Bij hem hoef ik me niet af te vragen of hij er net als ik wel alles aan doet om goed te zijn. Hij snapt het. We hebben hetzelfde doel.”

De hele ploeg is op jouw wensen afgestemd. Voel je de druk om te presteren, om een belofte in te lossen?

„Zeker. Er is een hele investering gedaan om een betere ploeg aan de start te krijgen om mij bergop te ondersteunen. Dat doet me best wel wat. Maar ik voel het niet als een last op mijn schouders. Ik vind het eigenlijk wel mooi dat ik het vertrouwen heb gekregen van een team. Ze willen iets groots met mij bereiken, ik ben die ene persoon. Dat klinkt misschien wat egoïstisch, maar dat moet je misschien ook wel zijn als kopman. Die jongens rijden straks in dienst van mij, bot gezegd moet ik zorgen dat ik ze voor mijn karretje span.”

Hoe doe je dat? Je komt op mij niet over als een mondig leider.

„Ik denk dat het goed is dat ik in mijn carrière op alle denkbare posities heb gereden. Ik weet wat die jongens voelen, en ik weet dus ook hoe ik ze kan motiveren. Ik spreek mijn waardering uit, bedank ze voor hun harde werk. Maar ik zal nooit iemand zijn die de aandacht opeist, ook niet als ik het roze draag. Ik ben gewoon een van de jongens. Met bepaalde bedoelingen natuurlijk. Dat weet iedereen na vorig jaar.”

De fans dan, die verwachten wat van je, net als van Mollema en Dumoulin.

„Daar heb ik vorig jaar niet al te veel van meegekregen. Ja, achteraf wel, dan lees je wat. De vergelijkingen in de media sloegen soms nergens op [in Italië sprak men over de nieuwe Van Gogh, vanwege de overeenkomende, rossige haardracht]. Dat was wel een puntje van irritatie. Maar daar ga ik me nu niet druk meer om maken. Het moet gebeuren in de laatste week, daar moet ik het verschil maken. En dan is bellen met het thuisfront het belangrijkst.”