De ongeschreven alliantie tussen Dirk en Gio

Feyenoord

Feyenoord-coach Giovanni van Bronckhorst en aanvoerder Dirk Kuijt hebben veel invloed gehad op het aanstaande kampioenschap. „Hij is het cement in het team.”

Foto's Marcel van Hoorn/Stanley Gontha/ANP

Ze kruisten elkaar op een carrièregevoelig moment, in de zomer van 2015. Giovanni van Bronckhorst, die aan het begin van zijn trainersloopbaan staat, jong en onervaren. Dirk Kuijt, nog zo eerzuchtig, maar als monument in de schemerjaren van zijn voetbalbestaan. Ze hadden elkaar nodig in het bereiken van een gedeeld verlangen, de leegte in hun beider cv: een landskampioenschap met Feyenoord.

Ze vormen een combine, zonder dat je het ziet. Dirk en Gio, jongens van de club, ze zijn het beste wat Feyenoord in de afgelopen vijftien jaar heeft gehad. Profs tot in hun diepste poriën. Als er mensen waren die de obsessie van achttien jaar titelloosheid moesten wegpoetsen, zijn zij het. Zondag, mits Excelsior verslagen wordt, is het moment daar.

Je hoort het in verschillende geledingen rond de club, zij zijn bepalend geweest in het smeden van dit kampioensteam in spe. Giovanni van Bronckhorst (42) uit Rotterdam en zijn aanvoerder Dirk Kuijt (36) uit Katwijk. Ze kennen elkaar lang, speelden samen drie eindtoernooien met Oranje en stonden in de finale van het WK van 2010.

Strak bij de hand

Zij namen Feyenoord strak bij de hand en doorstonden de afgelopen 22 maanden een route vol met obstakels en gaten. Ze zijn gehard in de top en poogden die standaard op Feyenoord te projecteren.

Groot is het symbolische kapitaal van Kuijt. Geboren kapitein, gaat in alles voorop, zorgt dat nieuwe spelers zich welkom voelen, voert veel informele gesprekken met teamgenoten, houdt als selectielid de trainingen scherp.

Het is onweersprekelijke voetballogica: zet de juiste mensen in de top van de hiërarchie, dan loopt een groot deel van de meelopers de goede kant op.

Een partijtje, vorige week bij de training: het Noorse talent Emil Hansson (18) schiet een bal net naast, Kuijt staat in zijn buurt en roept woest: „scoren!”. Het zingt over het veld, Hansson duikt weg. Het regent, de titel is bijna binnen, het zijn wissels onder elkaar, Kuijt wordt in juli 37: je kunt je afvragen waar hij zich nog druk over maakt. Maar dit is Kuijt in zijn diepste ziel: hij eist altijd scherpte.

Hetzelfde hoor je over Van Bronckhorst. Hij delegeert, laat de veldtrainingen over aan assistent Jean-Paul van Gastel. Zelf observeert hij veel, hij zit tussen coach en manager in. Maar soms, als hij niet tevreden is, treedt hij handelend op bij oefeningen. Dan hoor je hem opeens en gaat het niveau omhoog. Zo behoudt hij zijn troefkaart: spelers luisteren als hij praat, omdat hij niet vaak aan het woord is.

Top van de hiërarchie

Er is voor dit seizoen gesproken over een nadrukkelijke rol van Kuijt, als voortrekker en verlengstuk van Gio. Midden vorig seizoen viel de hiërarchie weg in de kleedkamer na het vertrek van de mondige reservespits Colin Kazim-Richards. Om zoiets te voorkomen moest stabiliteit worden gecreëerd. Kuijt zit dicht tegen de technische staf aan, staat als het ware met één been in de ploeg en met zijn andere in de trainerskamer. Vanuit de boezem van de selectie werd zo gebouwd aan een vechtmachine.

In tijden van duisternis kunnen mooie dingen groeien. Hoe tegenstrijdig ook, de eerste aanzet tot het huidige succes gaat terug tot midden vorig seizoen, de recordreeks van zeven nederlagen. Nu resumerend is het interessante: hoe diep Feyenoord toen ook zonk, coach en spelers vielen elkaar in de media niet of nauwelijks af. Er lekte wel wat ongenoegen uit via VI, maar niet in verhouding tot de mate van crisis.

Kuijt dekte Van Bronckhorst in zekere zin. Hij stond voor de troepen in oorlogstijd, verklaarde keer op keer het falen voor de camera’s, tot hij op een gegeven moment moe werd van zichzelf. Van Bronckhorst, die het soms ook niet meer wist, bleef een gentleman in de chaos en uitte naar buiten toe geen kritiek op individuen. Er ontstond geen tweespalt, waar dat in vergelijkbare situaties doorgaans wel gebeurt.

Lees ook ons profiel van Giovanni van Bronckhorst: Een bedachtzame gentleman, maar keihard als het moet.

Groepsdynamiek is een ongrijpbaar fenomeen, met een dubbel dozijn aan karakters in een selectie. Maar ergens is daar in de kritieke fase een gevoel van veiligheid gecreëerd, de één-team-gedachte. Feyenoord herstelde mede door hulp van adviseur Dick Advocaat, het ging terug naar de basis en won de KNVB-beker. Het zorgde voor hongerigheid richting dit seizoen. Gecombineerd met de sluimerende revanchegevoelens, met de verliesreeks nog zo vers. Eveneens stimulerend: alle belangrijke spelers bleven.

Ajax en PSV in de breedte sterker

Bij het trainingskamp in het Oostenrijkse Bad Waltersdorf, zomer 2016, durfde alleen aanvaller Eljero Elia naar buiten toe uit te spreken dat het kampioenschap het streven was, al leefde dit onderhuids bij meer spelers. Tegelijk werd de analyse gemaakt dat Ajax en PSV in de breedte sterker waren. Bij Feyenoord zou het aankomen op een kern van twaalf spelers.

Om iets extra’s te forceren is ingezet op het versterken van het teamgevoel. Voor dat onderdeel had Van Bronckhorst al een samenwerking met extern adviseur en ontwikkelingscoach René Felen. Die werkte eerder drie jaar onder Ronald Koeman bij Feyenoord – en nu ook bij Everton. Zijn rol: het coachen van de technische staf, het creëren van vertrouwen en het ontwikkelen van teammentaliteit.

De spelers groeiden naar elkaar toe in het najaar. Een van de sleutelmomenten was de nederlaag bij Go Ahead Eagles begin november. Het was drie dagen na de Oekraïne-trip tegen Zorja Loechansk en twee dagen na de begrafenis van de moeder van Tonny Vilhena, waarbij de volledige selectie aanwezig was geweest. Van Bronckhorst gaf de ploeg een compliment, met de strekking: een wedstrijd is verloren, maar als team zijn we sterker geworden.

Hij scoorde bonuspunten met zijn manier van opereren, rustig en menselijk. Hij had ook kunnen zeggen: jullie hadden er moeten staan, dit hadden we voor Tonny moeten doen. Maar hij straalde eigenlijk uit: jongens, ik kijk hier overheen. Eerder die week bezocht Van Bronckhorst Vilhena thuis, een dag na het overlijden van diens moeder. Kuijt deed dit later.

De rol van Van Bronckhorst en Kuijt is in breder opzicht boeiend, inzake de kwestie-Vilhena. De talentvolle middenvelder was eind vorig seizoen transfervrij en op weg naar de uitgang, hij zag geen perspectief meer. De familie Vilhena leefde in onmin met de Feyenoorddirectie en was al op gesprek geweest bij Inter Milan.

Lees ook: Dromen van het land van ooit, over de honger van fans naar eindelijk weer een kampioenschap.

Hij bleef die zomer, vanwege de ziekte van zijn moeder. Wat ook meespeelde: Van Bronckhorst stak zijn nek voor hem uit, vertelde dat hij hem er graag bij wilde hebben. Ook Kuijt, een van de mentors van Vilhena, sprak herhaaldelijk op hem in, dat hij wilde dat hij bleef. Zie nu: powerspeler Vilhena is dit seizoen een onmisbare schakel.

Puzzelstukjes

Het zijn allemaal puzzelstukjes. Veel vonden hun plek. De Deense spits Nicolai Jørgensen – hij leert veel van Kuijt – werd ingepast als aanspeelpunt en topscorer. De hand van de coach won aan kracht; hij had geleerd van vorig seizoen, waarin hij veel wisselde van opstelling. Hij twijfelde niet toen doelman Kenneth Vermeer dit voorjaar terugkeerde na een lange blessureperiode. Van Bronckhorst gaf direct aan: Brad Jones zit in een goed ritme en blijft eerste keeper.

Lees ook ons interview met Nicolai Jørgensen: ‘Ik deed dingen waar ik later droevig van werd’.

Het is het kenmerk van de top: soms kun je beter slecht nieuws melden, dan spelers in onzekerheid laten, wat op termijn meer schade oplevert. De reactie van Vermeer, toch voormalig eerste doelman, was misschien tekenend: hij schikte zich in de reserverol, zonder klagen.

Er kwamen klappen, de nederlagen bij Sparta en Ajax, het gelijkspel bij PEC Zwolle. Het gebrek aan breedte van de selectie wreekte zich. De druk steeg. Dan zijn Van Bronckhorst en Kuijt in hun element, in gedrag, als voorbeeld voor de groep. „Als deze heren in balans zijn, en dat zijn ze, dan straalt dat uit op een elftal”, zegt Rob Jansen, zaakwaarnemer van Kuijt. „Wat doen ze in de kleedkamer? Hoe komen ze binnen, hoe praten ze? Hoe wordt er getraind? Dat bepaalt hoe jongere en minder stabiele spelers met de situatie omgaan.” Na iedere nederlaag volgde een antwoord.

Er kwam een krasje in de symbiose tussen Kuijt en Van Bronckhorst, rond Kuijts streepje-meer-interview na zijn reservebeurt tegen FC Groningen. Slachtoffer van het proces dat hij vanaf 2015 mede heeft ingezet, de lat die steeds hoger kwam. Het kwam voort uit zijn drang om niet alleen belangrijk te zijn in de kleedkamer, maar ook bepalend in het veld.

Ach, zijn reserverol, zijn betekenis gaat verder dan dat. Het zal een voetnoot zijn bij een titel. „Het kampioenschap komt voor veertig procent op zijn naam”, zegt Jansen, al hij is hij gekleurd in dezen. „Hij is het cement in het team gebleken. Je wordt kampioen op de momenten dat het niet meer draait, wat je dan doet. Daar maakt hij het verschil. Het is niet relevant of hij wel of niet de beste speler van het veld is. Als je hem weg zou hebben gehaald, dan hadden ze op zeker geen kampioen geworden. Honderd procent zeker niet.”

Dirk Kuijt en Giovanni van Bronckhorst, in hun onbewustheid sloten ze een ongeschreven alliantie. Een groots verbond, culminerend in een titel voor de eeuwigheid.