Recensie

Alles was tegenstrijdig op de Dam

De 32 feestvierders die op 7 mei 1945 op de Dam in Amsterdam werden doodgeschoten door Duitse militairen hebben nu allemaal een eigen biografie. En het drama is nauwkeurig gereconstrueerd.

Mensen zoeken dekking tijdens de schietpartij op de Dam, 7 mei 1945 Foto Wiel van der Randen / Hollandse Hoogte

Het is waarschijnlijk de meest gefotografeerde, gefilmde en beschreven gebeurtenis in Nederland uit de Tweede Wereldoorlog: de schietpartij op de Dam in Amsterdam op 7 mei 1945, toen het plein vol liep met feestvierders maar overal nog gewapende Duitse militairen aanwezig waren. Maar ondanks het overvloedige beeldmateriaal en talloze getuigenissen is de toedracht nooit helemaal duidelijk geworden. Waarom begonnen de Duitsers in de Grote Club op de hoek van de Paleisstraat te schieten? Wat was de rol van de Binnenlandse Strijdkrachten?

In eerdere publicaties over de schietpartij, waaronder recent het briljante Vrolijke, zwarte maandag van Auke Kok uit 2014, werd niet duidelijk wat nu precies de aanleiding geweest is om het kruitvat te doen ontploffen. Waarschijnlijk was het op de dag zelf evenmin duidelijk – de toestand was te chaotisch, niemand had overzicht, alles was tegenstrijdig.

In het nieuwe boek Drama op de Dam staat een zo volledig mogelijke, gedegen reconstructie, maar ook die biedt geen uitsluitsel. We zullen het nooit precies weten. Misschien zou aan de Duitse kant nog nieuwe informatie te vinden zijn – leeft er nog een Duitse militair die op 7 mei bij de Dam was? – maar een speurtocht van het tv-programma Andere Tijden naar Duitse getuigen leverde niets op. Ad van Liempt plaatst de schietpartij in het nieuwe boek in Nederlandse context, er waren in die onduidelijke dagen verschillende schietpartijen, niet alleen in Amsterdam maar ook in andere plaatsen. In het machtsvacuüm dat op de capitulatie volgde, vielen in West-Nederland 156 doden. ‘Het lijkt erop dat al die incidenten een andere concrete aanleiding hadden, maar wel dezelfde achtergrond: problemen rond het ontwapenen van Duitse soldaten’, schrijft Van Liempt.

Zeeman

Drama op de Dam richt zich na de reconstructie op de slachtoffers. Daar was eigenlijk raar weinig over bekend, zelfs over het aantal slachtoffers was geen overeenstemming. Na grondig archiefonderzoek kwamen Norbert-Jan Nuij en Ludmilla van Santen voor de Dam tot 32 doden. Voor hen is vorig jaar een monument onthuld in het plaveisel van de Dam. In het boek krijgen ze nu allemaal een eigen korte biografie. De slachtoffers hebben weinig gemeen, er zijn kinderen bij, verzetsstrijders, een jongen van achttien die op 26 april samen met een hele groep gearresteerd werd omdat ze aardappelen probeerden te stelen uit een loods bij de Houtkade. Het 32ste slachtoffer, dat pas onlangs werd gevonden, was de 74-jarige zeeman Henk Smit, die van de Marnixstraat via de Dam onderweg was naar de drogisterij van zijn zoon in de Staalstraat. Smit overleed op 18 mei in het Binnengasthuis aan zijn verwondingen.

Veel doden zijn nooit erkend als oorlogsslachtoffer omdat ze na 5 mei 1945 zijn gestorven, toen de oorlog officieel was geëindigd, een absurd bureaucratische houding die wel vaker voorkwam in die dagen. Sommige slachtoffers blijken nog andere oorlogsgeschiedenissen mee te voeren, zoals verzetsman Popke Bakker, die onder meer actief was voor Vrij Nederland en op 7 mei op de Dam aanwezig was om Henk van Randwijk, die een toespraak zou houden, te helpen met zijn spreekgestoelte. Bakkers broer Sjoerd maakte de politie-uniformen die gebruikt werden bij de aanslag op het bevolkingsregister en was in 1943 gefusilleerd. Een zus van Bakker zou later in 1945 overlijden na een aanrijding door een Canadese jeep. Ook zo bleef de oorlog doorgaan toen hij al was afgelopen.