De Grote Trek van de Bantoes door Afrika is zichtbaar in hun DNA

Genetici analyseerden het DNA van meer dan duizend Bantoesprekende Afrikanen en Afro-amerikanen. Hun voorouders blijken tijdens een grote trek door Afrika een paar voordelige genvarianten opgepikt te hebben van andere volken.

Bantoe-sprekende vrouw behorend tot de etnische groep van de Herrero’s in Namibië. Volgens de overlevering stammen zij af van volken van boeren en herders in Oost-Afrika. Foto Getty Images

Sprekers van Bantoetalen, nu een derde van alle Afrikanen bezuiden de Sahara, begonnen al zo’n 5.000 jaar geleden aan hun Grote Trek over het continent en brachten zo landbouw en ijzerbewerking tot aan de Kaap. Franse genetici onthullen vrijdag in Science langs welke route deze historische expansie zich voltrok. En ook hoe de migranten zich onderweg aanpasten aan veranderende milieus door zich te vermengen met de jagers en verzamelaars van het regenwoud en de herders van Oost-Afrika.

‘Bantoe’ is geen etnische, maar een taalkundige term. Het is de grootste taalfamilie van Afrika, waartoe, afhankelijk van de gehanteerde definitie van ‘taal’ en ‘dialect’, 300 tot 600 verschillende talen behoren . Die zijn zo sterk verwant dat de sprekers, in totaal 310 miljoen Afrikanen, elkaar begrijpen. Linguïsten hebben kunnen achterhalen dat de bakermat van de Bantoetalen ligt op de grens van Nigeria en Kameroen. Vandaar hebben Bantoesprekers zich geleidelijk verspreid naar het oosten en zuiden. Welke routes zij namen, en welke eerst, bleef tot nu toe omstreden

Genetici, onder leiding van Étienne Patin van het Parijse Institut Pasteur, analyseerden de genomen van 2.055 individuen van 57 Afrikaanse volken. 1.355 spraken een Bantoetaal, onder wie bewoners van het West-Afrikaanse stamland, en 700 een andere taal. Zij trokken uit dit onderzoek een reeks conclusies.

Bantoeboeren trokken eerst naar het zuiden, het regenwoud van Kameroen, Gabon en Angola in. Pas eeuwen later trokken groepen in oostelijke en zuidoostelijke richting.

Onderweg stuitten de Bantoeboeren eerst op groepen jagers en verzamelaars in het regenwoud. In dit milieu, dat sterk afwijkt van de graslanden van hun voorouders, verwierven zij een zekere mate van immuniteit voor malaria door zich te mengen met de jagers van het woud. Gemiddeld 16 procent van het voorgeslacht van alle Bantoesprekers blijken jagers uit het bos te zijn.

Bantoes van de Oost-Afrikaanse savanne bleken zich vervolgens vermengd te hebben met nomadische veehouders aldaar en van hen het gen voor lactosetolerantie te hebben ‘opgepikt’.

Patin en collega’s breidden hun onderzoek ook uit naar de VS en analyseerden de genomen van 5.244 Afro-Amerikanen. 50 procent van de voorouders bleek afkomstig uit Benin en Nigeria, en 30 procent uit het huidige Angola. Van alle Afro-Amerikanen heeft 4,8 procent jagers en verzamelaars als voorouder.