opinie

Adverteerders belagen is niet kritisch, niet flink en geen ‘consumentenpower’

De manier waarop GeenStijl wordt gehekeld, is laf, niet creatief en leidt tot niets, zegt .

‘GeenStijl wordt te mainstream”, klaagde een flink aantal reaguurders de laatste tijd. Nou, gooi er een paar verontwaardigde grachtengordeltrutjes tegenaan die de courantlezende goegemeente ophitsen tot ‘foei!’ roepen en dat probleem is opgelost: het motto ‘tendentieus, ongefundeerd en nodeloos kwetsend’ is weer glanzend opgepoetst.

Wat veroorzaakt deze keer het zoveelste schokgolfje in het veertienjarige bestaan van GeenStijl? Aanvankelijk was dat het gebruik van bevallige damesbipsen om filmpjes mee te ‘reeten’ (raten, beoordelen), waar columnist Rosanne Hertzberger zich in NRC over beklaagde. Daarna verschoof de focus naar seksistische commentaren van reaguurders, voornamelijk door topics over vrouwelijke criticasters samen te laten gaan met de vraag ‘zou u haar doen?’

Pittige commentaartjes inderdaad, maar moeten we dit seksisme vrezen? Voor de duidelijkheid, tot u spreekt een vrouw die vanwege haar afwijzing van politieke correctheid en haar stevig anti-islam en anti-vluchtelingen standpunt met alle denkbare online bagger is overladen. Ik weet hoe het is om aan de ontvangende kant van de haatbukkake (google dat maar) te staan. En het heeft me nooit een minuut slaap gekost. Grove reaguursels zijn als monsters in een horrorfilm; lekker griezelen en wie er na het uitzetten van de tv nog niet van kan slapen, is mentaal vier jaar oud of heeft een hysterische agenda. De reaguurders doen niks. De zogenaamd gekwetste meisjes weten dat ook.

Lees ook het pamflet van meer dan honderd vrouwen uit de media, politiek en kunstwereld: Beste adverteerders, betaal niet mee aan GeenStijl en Dumpert

Je kunt, als je zo laf bent als Loes Reijmer van de Volkskrant, je Twitter-account opheffen voor je verontwaardigd over ‘seksistische’ reaguursels kirt en je zelfgebreide slachtofferschap van GeenStijl-seksisme uitvent. Het is niets meer dan koket damsel in distress-gedrag met als bijkomend oogmerk: anderen die jou niet aanstaan, de mond snoeren. En Heleen Mees, die ook haar partijtje meeblies over ‘virtuele verkrachting’ door Geenstijl, moet helemaal zwijgen; haar dossier over het seksueel stalken van Willem Buiter is duimendik. En, in tegenstelling tot de reaguursels, persoonlijk ontwrichtend voor het slachtoffer.

Adverteerders belagen is niet kritisch, niet flink en geen ‘consumentenpower’. Het is bovendien niet ongevaarlijk om de vrijheid van meningsuiting met eigenrichting te willen inperken. Hier volgt dan steevast gesputter dat ‘GeenStijl het vrije woord misbruikt voor kwetsen’ en andere deuggemekker. Maar stel dat NRC een serie kritische artikelen plaatst over, ik noem eens wat, misstanden in de katholieke kerk. En dat het katholieke smaldeel, niet onbekend met heksenjachten, een soortgelijke adverteerdersactie op touw zet, met succes. Knappe hoofdredacteur die de journalistieke vrijheid van zijn redactie kan afschermen van deze druk. Wie andermans vrijheid beperkt, begrenst ook die van zichzelf. De manier waarop GeenStijl nu moreel wordt gehekeld, is laf, weinig creatief en werkt niet. Een boycot, oftewel GeenStijl en Dumpert niet meer lezen – dát is je macht als consument aanwenden. De adverteerders zien nu boze dametjes met een relatief groot mediabereik dus binden ze in. Om daarna geruisloos terug te komen. Want het bereik van Dumpert en GeenStijl is vele malen groter en de agenda van de dramdametjes en hun koene social media-ridders is te doorzichtig: GeenStijl is ze al veertien jaar een doorn in het oog en moet kapot. Dit keer met ‘seksisme’ als excuus.