Vecht eerst tegen de Henry Keizer in jezelf

Afgeven op graaiende VVD’ers geeft ons een heerlijk, zogenaamd integer gevoel. Maar zwaai niet te hard met je vingertje, waarschuwt hoogleraar sociale psychologie . In onze hang naar morele superioriteit schuilt de hypocrisie.

VVD-voorzitter Henry Keizer na afloop van persconferentie. Foto Bart Maat/ ANP

Net als andere VVD’ers die in opspraak raakten, lijkt partijvoorzitter Henry Keizer er oprecht van overtuigd dat hij niets verkeerd deed. Dat zou verklaren dat VVD’ers integriteitsgrenzen blijven overschrijden, ondanks hun kennelijke overtuiging dat fatsoen belangrijk is. Hoe is het mogelijk dat de betrokkenen en het publiek daarover zo verschillend denken?

Mensen oordelen steevast milder over zichzelf dan over anderen. Ze geven zichzelf krediet voor hun goede bedoelingen – die ze, via introspectieve weg, vaak ook beter kennen – en rekenen anderen af op hun gedrag. De ironie is dat ons beeld van anderen vaak beter klopt dan dat van onszelf, want gedrag is een betere graadmeter dan intenties. Hoe strenger iemand oordeelt over anderen en hoe soepeler over zichzelf, des te groter is het verschil. We spreken dan van hypocrisie.

Dat verschil wordt groter naarmate mensen meer macht of meer geld hebben. Keizer heeft beide, net als veel anderen die twijfels over hun integriteit hebben opgeroepen.

Een tweede verklaring is dat mensen van elkaar verschillen in hun kijk op sociale dilemma’s, zo bleek uit onderzoek van hoogleraar sociale psychologie Paul van Lange: een keuze voor persoonlijk belang ten koste van collectief belang wordt door coöperatief ingestelde mensen gezien als immoreel en ook onintelligent; immers, wie het collectief schaadt, schaadt uiteindelijk ook zichzelf. Mensen met een individualistische of competitieve instelling (zoals relatief veel VVD’ers) zien diezelfde keuze juist als een teken van intelligentie. Dat wordt bijvoorbeeld geïllustreerd door de gesprekken van Joris Luyendijk met bankiers in de City of London. Hun neoliberale moraal was: het is mijn taak om slimmer te zijn dan de klant en slimmer dan de concurrent, binnen de grenzen van de wet; zo zit de wereld in elkaar, en als je daar niet aan meedoet ben je een sukkel en vraag je erom dat anderen je uitbuiten.

Ten derde speelt conformisme een rol. Als dit soort ‘slimme’ transacties in VVD-kringen normaal is, zoals Youp vermoedt (NRC 29/4), en als mensen hun morele standaard ontlenen aan wat anderen in hun omgeving denken en doen, zoals Bas Heijne schrijft, lijkt de blinde vlek van de VVD’ers onvermijdelijk. Een buitenstaander, met een andere referentiegroep, ziet dit natuurlijk scherper dan iemand die er middenin zit. Dat verklaart het verschil met de perceptie van media en burgers.

Integriteit is hard werken

Toch mis ik nog iets wezenlijks in deze analyse. Degenen die nu hoofdschuddend oordelen over Keizer cum suis zijn zelf evengoed kuddedieren die hun moraal ontlenen aan hun sociale groep, en zich vooral zorgen maken om de ‘normen en waarden’ van ánderen. Met ‘doe normaal’ lijkt de VVD vooral anderen de maat te nemen, zegt Heijne, maar hetzelfde geldt voor iedereen die heerlijk zit te oordelen over VVD’ers, bankiers en rijkelui uit de Panama-papers.

Heerlijk, omdat het een gevoel van superioriteit geeft – ten onrechte, want op hun eigen kleine schaal doen bijna al die mensen hetzelfde: kiezen voor eigenbelang ten koste van het collectief, bijvoorbeeld bij de aankoop van vliegreisjes, goedkope kleding, smartphones en kiloknallers. Kinderarbeid, dierenleed, klimaatverandering, natuurvernietiging, milieuschade: het is allemaal mogelijk dankzij consumenten die ‘slim’ (goedkoop) kopen en op eigen voordeel uit zijn. Het is legaal en in de meeste kringen is het ‘normaal’ – en dus integer genoeg.

Kijk je van buitenaf, als Marsbewoner, dan zie je steeds meer mensen op aarde die allemaal steeds meer willen hebben uit de beperkte collectieve pot (de aarde), en niemand die een stapje terug wil doen. Dit type kiezen voor eigenbelang wordt in onze cultuur nog steeds niet veroordeeld – we doen het allemaal immers – maar de schadelijke gevolgen voor het collectief zijn er niet minder om.

Een integer mens zijn, op eigen kracht, autonoom, is hard werk. Je wordt het niet door, lekker tevreden met jezelf, smalend of mopperend af te geven op foute figuren zonder moraal – maar juist door telkens weer de ongemakkelijke gelijkenis tussen jezelf en die ‘slechterik’ te verkennen.