Column

Van Hoek van Holland naar de hel

Jehel was tweeëntwintig toen hij zijn ouders achterliet. Hij kreeg een bord erwtensoep toen hij aankwam in het vluchtelingenkamp van Hoek van Holland. Het dak lekt, maar verder is alles er op orde. Op papier althans. Onder de vluchtelingen, uitsluitend mannen, broeit er onvrede. Slecht eten. Vrouwen mogen niet op bezoek komen. En waarom dat prikkeldraad om die barakken? Dus gaat Jehel in hongerstaking.

Het is 1938. Net als honderden Duitse Joden is Jehel hier als illegale vluchteling. In de oorlog verdwijnt hij via Westerbork naar Auschwitz. Zijn verhaal is één van de zes onbekende levensverhalen die gisteren werden opgevoerd in het theater de Naald in Naaldwijk door theatergroep In Feite. Op het achterdoek: bestempelde formulieren, vergeelde foto’s, oude krantenberichten. Het toneel: één piano, één typemachine. De cast: één vertelster, twee spelers. De stilte na afloop: ademloos.

Geen seconde ging het over de vluchtelingen van nu. Toch resoneerden die in vrijwel elke scène. Zo moet het, dacht ik, bij het zien van de middagvoorstelling. Schreeuwerig activisme hoort niet bij 4 mei. Hoe goedbedoeld ook, je moet dan geen bootvluchtelingen willen herdenken.

In een tijd van drammers en betweters is het theater een verademing. Hier geldt de wet van het tonen, in plaats van betogen. In Naaldwijk laten ze zíen hoe de kranten Joden wegzetten als illegale vreemdelingen. Hoe de ANWB voor het lokale toerisme vreesde bij het plan voor een centrale opvangplek bij Ermelo. Hoe sommige Nederlanders de Jodenvervolging al voorbereidden, terwijl het geen oorlog was. Hoe in Hoek van Holland een zomerschool en later een oud slachthuis („de vleeshaken hingen er nog”) sluipenderwijs de georganiseerde voorportalen werden naar de hel. „Het begon voordat de oorlog begon, maar waar precies?”

Overduidelijk hadden die Joden iets gemeen met gevluchte Syriërs nu. Overduidelijk zijn er ook immense verschillen, maar al die conclusies zijn impliciet, ingetogen, en voor rekening van het publiek.

Tonen, niet oordelen. Zo moet het. Een klein theater, in een kleine plaats, met een kleine geschiedenis van grote betekenis. Tonen, niet betogen. Je hoeft geen vluchtelingen op de Dam te herdenken om te laten voelen dat er ook nu oorlogsleed is. Maar het kan wel in het theater, zoals er gisteravond, na de herdenking in tachtig zaaltjes, van Alphen tot Zevenaar, gelijktijdig indringende verhalen zijn opgevoerd.

Theater na de Dam – gisteren was de achtste editie – is een krachtig tegenspel in een samenleving met steeds minder rituelen, en steeds meer drammerige schreeuwers.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek elke week een column