Undercoveragenten ingezet tegen diamantrovers

Georganiseerde misdaad Er waren infiltranten nodig om de verdachten op te sporen van de spectaculaire diamantroof uit 2005. Hoe betrouwbaar is het bewijs?

Schipholpersoneel werd in 2005 middels flyers opgeroepen informatie te delen over de diamantroof. Het onderzoek belandde na een jaar op dood spoor. Foto Marco Okhuizen/ANP

Het is een van de grootste en meest tot de verbeelding sprekende roofovervallen uit de Nederlandse geschiedenis: de diamantroof op Schiphol. Op 25 februari 2005 werd op een vrachtplatform van de luchthaven een zending diamanten gestolen met een waarde van ruim 65 miljoen euro. De overvallers maakten gebruik van een gestolen busje van de KLM en speciale pasjes die toegang geven tot het beveiligde terrein op de luchthaven.

Ondanks die precieze voorbereiding, vergaten ze een deel van de buit ter waarde van ongeveer 25 miljoen euro. Die werd indertijd teruggevonden in het KLM-busje. De rest van de diamanten, met een waarde van bijna 40 miljoen euro, is nog altijd zoek.

Indertijd lukte het niet om voldoende bewijs te vergaren tegen een groep aangehouden verdachten en belandde het onderzoek na ruim een jaar op een dood spoor.

Maar nu, 12 jaar later, denkt het Openbaar Ministerie voldoende bewijs te hebben tegen een groep van elf verdachten. Vijf van hen zitten sinds de arrestatie in januari van dit jaar in voorlopige hechtenis. En daar blijven ze de volgende zitting in juli, zo maakte de rechtbank donderdag bekend. Vijf andere verdachten mogen het proces in vrijheid afwachten en één verdachte is nog altijd voortvluchtig.

Het nieuwe onderzoek kwam op gang in 2013 toen een oplettende agent in een heel andere zaak een verdachte hoorde praten over de roof. Op basis van dat spoor is een nieuw langlopend onderzoek opgestart.

Infiltratie

Meest in het oog springend is de inzet van een groep undercoveragenten, een zeer ongebruikelijke opsporingsactie. De agenten moeten infiltreren in de omgeving van één van de verdachten die in 2013 in beeld kwam: de 42-jarige Ramazan N. Hij werkte in 2005 op Schiphol.

Tijdens de eerste openbare zitting over de voortgang van het onderzoek stelde het Openbaar Ministerie dat Ramazan N. tegenover de undercoveragenten zou hebben verteld over zijn betrokkenheid bij de roof. Ook zou hij op verzoek van de infiltranten geld hebben gesmokkeld.

Daarnaast is bewijs vergaard door het afluisteren van telefoongesprekken. Dat bewijsmateriaal leidde tot de arrestaties in januari. Saillant detail: drie van de vijf verdachten die nu vastzitten zijn ook in 2005 al aangemerkt als verdachten.

De hoofdverdachte is de 55-jarige Amsterdammer August B. Hij is eerder betrokken geweest bij een overval met een nagemaakte waardetransportauto, zo wordt gemeld in het boek Handen Omhoog, waarin de diamantroof op Schiphol tot in detail is beschreven.

De grote vraag is nu hoe sterk het bewijs is dat de infiltranten hebben verzameld. Volgens de advocaten van de verdachten is Ramazan N. onder druk gezet. Bovendien is niet uit te sluiten dat Ramazan N. heeft lopen opscheppen, stelde advocaat John Silvis tegen de Amsterdamse televisiezender AT5. Ook zijn er twijfels over de betrouwbaarheid van de verslaglegging door de undercoveragenten.

Ramazan N. ontkent dat hij bij de diamantroof betrokken is. Hij zou uit financiële nood in zee zijn gegaan met de undercoveragenten.