Column

Pas op: Marine Le Pen is géén staartrisico

Op de financiële markten weten ze het al zo’n beetje: Emmanuel Macron wint de Franse presidentsverkiezingen van aanstaande zondag. Marine Le Pen komt, volgens de meeste peilingen, niet verder dan een procent of 40 van de stemmen. Macron steekt in deze tweestrijd de resterende 60 procent in zijn zak.

De stemming is dan ook prima. De beurzen houden zich goed. Het renteverschil tussen Franse en Duitse tienjarige staatsleningen is gedaald van 0,8 procent naar 0,48 procent. De CAC Vola, de ‘angstindex’ van de Franse aandelenbeurs, piekte anderhalve week geleden nog aan de vooravond van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, maar is inmiddels weer rustig. Van een nieuwe piek is geen sprake. Le Pen is gedegradeerd tot een staartrisico: een extreme gebeurtenis met een extreem kleine kans.

Hebben beleggers gelijk in hun vertrouwen dat het allemaal wel goed komt? Allereerst is er natuurlijk de definitie van de uitkomst als ‘goed’. Die komt erop neer dat de euro in zijn huidige vorm behouden blijft als Le Pen verliest.

Dan is er het vertrouwen in de goede afloop zelf. De Nederlandse parlementsverkiezingen van afgelopen maart zorgden in heel Europa voor een zucht van verlichting. Vorig jaar telde twee gebeurtenissen die niet zouden plaatsvinden en tóch plaatsvonden: de Brexit en de verkiezing van Donald Trump.

De verkiezingen in Nederland maakten een einde aan de ongerustheid. Niet dat ons land er heel erg toe doet, maar we fungeerden hier wel als een – om in beurstermen te blijven – proxy voor Frankrijk. De terugloop van de PVV in de peilingen in aanloop naar de verkiezingen was destijds terug te vinden in een navenant dalend Frans-Duits renteverschil.

Maar waren de Nederlandse verkiezingen wel een goede maatstaf? Het Brexit-referendum, de Amerikaanse en de Franse presidentsverkiezingen zijn dichotome keuzes: ja/nee, Clinton/Trump, Le Pen/Macron. Er is na de Nederlandse verkiezingen op gewezen dat de PVV, de VVD (‘pleur op!’) en het CDA (verbod op dubbele nationaliteit) samen bijna een meerderheid haalden. Dat, in de woorden van premier Rutte, het ‘verkeerde populisme’ verloor, zegt veel.

Hoe zou in Nederland eenzelfde soort dichotome keuze als in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zijn uitgevallen? Hoe zou Pechtold/Wilders zijn beslist, bijvoorbeeld, als proxy voor Macron/Le Pen? Waarschijnlijk in het voordeel van de eerste, maar misschien had het niet zo heel veel gescheeld.

Twee weken geleden vochten twee statistici in het Britse weekblad The Economist een strijd uit over de kansen van Le Pen. De eerste, van de redactie van het blad, had die kans gecalculeerd op 1 procent. Daarop reageerde Ian Bremmer van de risicoconsultant Eurasia Group. Hij kon met evenveel overtuiging hard maken dat de kans 40 procent bedroeg. Dat kan worden gezien als het verschil tussen een staartrisico en een zeer groot risico. Maar misschien kan hier niet meer van een risico worden gesproken dat berekend kan worden. Het gaat hier veel meer om een ‘onzekerheid’. En daarmee kunnen de financiële markten slecht omgaan. Denk aan de Franse opkomst, die allesbepalend belooft te worden.

Niet alleen de opiniepeilers, ook de professionals van Wall Street en de City zaten ernaast bij de Brexit én bij de Amerikaanse verkiezingen. Maar toen de Brexit een feit bleek, en Trump gewonnen had, viel de reactie op de beurzen uiteindelijk best mee. Reken daar niet op bij een winst van Le Pen. Dan wordt het maandag, met een plots onzeker lot van de euro en iedere dealingroom op het verkeerde been, een totale puinhoop, te beginnen in Azië. Huge. En sad.

Maarten Schinkel schrijft over macro-economie en de beurzen.