Recensie

Saskia Noor van Imhoff zet objecten in nieuw verband

Beeldende kunst

Het alom aanwezige talent Saskia Noor van Imhoff laat zien hoe ze een ruimte naar haar hand zet in Galerie Fons Welters.

Werk van Saskia Noor van Imhoff in Galerie Fons Welters Foto Ernst van Deursen

Saskia Noor van Imhoff is ineens alomtegenwoordig. Vorige maand werd bekend dat ze de ABN AMRO Kunstprijs had gewonnen, vorige week bleek ze ook te zijn doorgedrongen tot de laatste vier van de Prix de Rome. Van Imhoff gold weliswaar al langer als een talent, maar haar grote doorbraak kwam vorig jaar met haar solo-expositie in De Appel (die ook in deze krant vijf sterren kreeg). Daar toonde ze dat ze overtuigend een ruimte op subtiele, maar theatrale wijze naar haar hand kan zetten met een veelvoud aan objecten die je op het eerste gezicht niet samen verwacht: oude stukken muur, afgietsel van gevonden objecten, stukken metaal, plexiglas.

Van Imhoffs tentoonstellingen lijken soms chaotisch, maar door haar eigen stijl en specifieke smaak slaagt ze er steeds in de toeschouwer met soms ontregelende, soms half-verborgen ingrepen haar wereld in te zuigen.

Afgietsels

Werk van Saskia Noor van Imhoff in Galerie Fons Welters. Foto Ernst van Deursen

Wie mocht denken dat Van Imhoff door al die aandacht overvraagd wordt, hoeft zich voorlopig geen zorgen te maken – haar nieuwe expositie bij Fons Welters is opvallend geconcentreerd. De titel is #+28.00, wat aangeeft dat Van Imhoff alweer aan haar 28ste tentoonstelling toe is. Maar die titel heeft ook een andere functie: die geeft aan dat Van Imhoff sterk hecht aan de plaats waar ze exposeert. Ieder werk (waarvan de titels steeds met ‘28’ beginnen) verhoudt zich tot de galerie: soms gebruikt Van Imhoff oude stukken muur of afgietsels van in de galerie gevonden objecten.

Ook de lijnen die schijnbaar willekeurig door de ruimte meanderen zijn afgeleid van galerie-objecten: een printer, een kast, een kunstwerk. Die verbondenheid met de plaats maakt Van Imhoffs exposities tot een krachtige ervaring, en geeft ze een gevoel van noodzaak, waardoor je nóg nauwkeuriger gaat kijken.

En dat wordt beloond: hoe langer je in de tentoonstelling blijft, hoe meer je in allerlei hoeken, gaten, wanden ontdekt.

Het enige wat ik me zo langzamerhand afvraag is hoe Van Imhoff omgaat met de werken die uit de tentoonstelling worden verkocht. Hoe functioneren die zelfstandig, los van deze specifieke plek? Worden het zwevende wezen? Hoe meer je van Van Imhoff ziet, hoe meer je gaat verlangen naar een groter overzicht van haar werk – benieuwd hoe ze dát gaat aanpakken.