Commentaar

Duitse krijgsmacht kan niet slap zijn tegen extreem-rechtse manschappen

Nederland viert op 5 mei Bevrijdingsdag. En ook op veel andere plaatsen in Europa wordt deze maand weer herdacht dat ruim zeventig jaar geleden nazi-Duitsland capituleerde. Een democratisch Duitsland, althans West-Duitsland, herrees uit de as van de verwoestingen van het ‘Derde Rijk’. En sinds de hereniging, na de val van Muur in 1989, groeide Duitsland uit tot de welvarende en vredelievende mogendheid die het vandaag de dag is.

Groot is daarom de schok bij de recente ontdekking van een virulente cel van neo-nazi’s, juist binnen de Bundeswehr, ofwel de Duitse strijdkrachten. Een extreem-rechtse officier deed zich voor als Syrische vluchteling met het doel terreuraanslagen te plegen om zo de vluchtelingen in diskrediet te brengen. Hoe de Duitse autoriteiten een blonde man, die geen woord Arabisch sprak, als vluchteling konden inschrijven, is een van de vraagtekens in deze affaire.

Punt is dat deze man niet een geïsoleerd geval was, maar dat hij kennelijk onderdeel was van een groep gelijkgestemden binnen de krijgsmacht. Bovendien was bij zijn meerderen geruime tijd bekend dat hij nazi-sympathieën had, die in Duitsland om historische redenen verboden zijn. Maar die meerderen bedekten dit met de mantel der liefde. Terwijl ze hiertegen hadden moeten optreden volgens de eigen regels.

In de gemeenschappelijke ruimte van de manschappen in de betrokken kazerne werd onder meer een ingelijste foto aangetroffen van een soldaat van de Wehrmacht, zoals het leger tijdens het nazi-regime heette. Een automatisch wapen was voorzien van de swastika en het opschrift H.H. – Heil Hitler – werd aangetroffen.

De reactie van de minister van Defensie, Ursula von der Leyen (CDU), was hard, en terecht. Ze betichtte de krijgsmacht van een „mentaliteitsprobleem” en van „zwak leiderschap op verschillende niveaus” .

Dat zij hierom vervolgens werd aangevallen door de aanvoerder van coalitiepartij SPD, kandidaat-Bondskanselier Martin Schulz, mag hem kwalijk worden genomen. De aanstaande Bondsdagverkiezingen kunnen geen alibi zijn om de verbitterde soldatenvakbond bij te vallen.

Natuurlijk draagt Von der Leyen zelf de politieke eindverantwoordelijkheid voor de Duitse strijdkrachten. Maar het is ook haar taak disciplinerend op te treden als dat kennelijk door de militaire leiding wordt nagelaten. Zij werd dan ook onmiddellijk bijgevallen door bondskanselier Angela Merkel. Zeker nu Duitsland zich opmaakt internationaal ook militair een grotere rol te spelen, moet volstrekt duidelijk zijn dat Bundeswehr in niets te vergelijken is met de Wehrmacht van Hitler.