Mokerslagen in een surreëel tempo

Europa League

In een wedstrijd die maar niet tot bedaren kwam, zette Ajax een grote stap richting de finale van de Europa League.

Bertrand Traoré (midden) zette Ajax op 4-1 en wordt omhelsd door Amin Younes (links) en Hakim Ziyech. Foto Peter de Jong/AP

Europa Cup-voetbal in een meizonnetje, dat is iets bijzonders. Je maakt het als Nederlander niet jaarlijks meer mee, en als het dan ineens zover is moet je er maar van genieten. In het spoedig tot de Johan Cruijff Arena omgedoopte stadion maakten Ajax en Olympique Lyon dat alles mogelijk in een wedstrijd die maar niet tot stilstand wilde komen. Het ging maar op en neer, en Ajax verzuimde weer meer afstand te nemen in de heenwedstrijd. De hoop bij het thuispubliek was dat het, opnieuw, niet fataal zal blijken zijn. Maar feest was het alvast: Europa Cup-koorts.

Alles of niets was het, van beide kanten, een spektakel van zeldzame aard, zeker in deze fase van Europese clubcompetities. Het leek soms alsof er in de eerste halve finale van de Europa League liever niet verdedigd werd, zoals bij basketbal de aanval de vrije loop krijgt. Dat is aantrekkelijk, zonder meer, als doelpunten je ding zijn. Een prachtige avond. „Laat de Johan Cruijff Arena kolken. Op naar Stockholm”, stond er op het pamflet afkomstig van de harde kern van Ajax. Dat was glorieus gelukt.

Stockholm dus, Solna om precies te zijn, waar op 24 mei de finale wordt gespeeld. Ajax staat er met één been in, al is – zie de bijna fatale return tegen Schalke 04 in de kwartfinale – voorzichtigheid geboden.

Lyon is ook stukken beter dan de Duitse subtopper. In weinig leek deze heenwedstrijd op de thuiswedstrijd tegen Schalke, waar Ajax het gaspedaal vol in had getrapt en niet meer terugschakelde. Lyon was sterker, tot de mokerslagen van Ajax zich in surreëel rap tempo aandienden.

Striemend gefluit

Bertrand Traoré was bij beide goals voor rust betrokken. Beide keren met het hoofd nog wel. Met niet meer dan een dread van zijn onorthodoxe kapsel schampte hij de bal uit een indraaiende vrije trap van Hakim Ziyech, die zomaar in de verre hoek plofte. Ajax had net de moeizaamste tien minuten achter de rug, een fase waarin Davinson Sánchez en doelman André Onana bij een gevaarlijke aanval over rechts met meer geluk dan overleg redding brachten. De power van Lyon was sporadisch te zien. Maar amper bijgekomen van de 1-0 incasseerde Lyon de 2-0 van Kasper Dolberg, toevalligerwijs vrij voor het doel gezet na een gewonnen kopduel van Traoré.

De F-Side had opgeroepen om het balbezit van Olympique Lyon te begeleiden met striemend gefluit, maar dat bleek van korte duur. Hoefde ook niet; de 2-0 ruststand bracht naast ongeloof ook een prettige gemoedstoestand.

Na rust: Lyon met het initiatief, maar ineens vond Ziyech in de omschakeling een compleet vrijgelaten Amin Younes die koers zette richting vijandelijk doel. De Duitser, misser van enorme kansen, deed weer niet bepaald iets verrassends, maar zijn schot caramboleerde via de doelman net voldoende achter de doellijn. Goal: 3-0.

De luxe was nauwelijks te bevatten. De handen gingen her en der voor het gezicht, voor open monden – hoe was het mogelijk.

Het basisprincipe van Bosz

Lyon kwam via Nabil Fekir meteen daarna al tot een schot dat de extreem alerte Onana knap keerde. Gevaarlijk werd Ajax nog in die paar uitvallen die onherroepelijk zouden komen.

Toeslaan kort na balverovering is een basisprincipe waarop Bosz vanaf dag één hamert. Zijn ploeg smeet met krachten de voorbije weken, heeft zijn titelkansen al doende verspeeld – het verhaal is bekend. Maar zoals algemeen directeur van Ajax Edwin van der Sar in gesprek met NRC dinsdag zei: „Landstitel, graag. Maar het gaat om het blazoen in Europa.”

Dolberg vlamde met zijn rechterbeen nog met een rotgang tegen de handen van de Frans-Portugese doelman Anthony Lopes op. De negentienjarige Deen speelde maar weer eens een bijzondere wedstrijd in zijn nog jonge carrière.

Maar Lyon was moedig, krabbelde op uit de touwen met snelheid en stootkracht voorin. De tegengoal viel, onnodig. Toen Sánchez, gretig glijdend, bij de achterlijn geklopt werd was er nog de reddende teen van Kenny Tete die de voorzet van Maxwell Cornet onschadelijk maakte. Maar de organisatie bij Ajax was weg en Mathieu Valbuena kreeg de bal luttele tellen later voor zijn voeten en haalde houdbaar maar doeltreffend uit: 3-1.

Ineens was er weer dat gefluit bij balbezit van Lyon, de deken van tevredenheid was ruw weggetrokken van de tribunes in de Arena. Fekir kon Onana nog eens testen na een aanval door het hart van de Ajax-verdediging. Barstjes werden levensgroot in het bastion van Ajax.

Maar net toen de oplossingen niet meer gevonden werden in de omschakeling, kwam een aanval waarbij alles net klopte. Een harde voorzet van Ziyech van links, na goed voorbereidend werk van Klaassen en Schöne. Goal Traoré, van vlakbij binnengelopen.

Het was weer helemaal Ajax op dat moment: Younes had wel drie keer moeten scoren. Ziyech deed alles goed toen hij Lopes omspeelde, maar vergat te kijken. Schoten van Klaassen en invaller Donny van de Beek misten richting. De zeventienjarige Matthijs de Ligt stond in de verdediging pal. De gevreesde Alexandre Lacazette, niet fit maar toch mee naar Amsterdam, viel in bij Lyon. In de laatste minuut miste hij nog een kans op 4-2.

Iemand zei, het had net zo goed 8-4 kunnen zijn, en hij had gelijk.