Recensie

Invalbeurt Faust bij KCO is triomf

Violiste Isabelle Faust viel op het laatste moment in voor Leonidas Kavakos. Met haar uitvoering van Brahms’ Vioolconcert bewees zij dat ze niet voor hem onderdoet.

Faust heeft net als Kavakos dat kwikzilveren in haar spel. Foto Felix Bröde

Van het weekend dacht violiste Isabelle Faust nog dat ze een welverdiend weekje vrij had. Gelukkig voor Amsterdamse concertgangers pakte het anders uit. Stersolist Leonidas Kavakos moest zijn concerten met het Concertgebouworkest wegens privéomstandigheden afzeggen, en Faust was bereid om te elfder ure in te springen in het Vioolconcert van Brahms.

Geen makkelijke klus: Kavakos is een krachtige, uitgesproken persoonlijkheid en een graag geziene gast in Amsterdam. Maar Faust bewees dat zij niet voor hem onderdoet. Ook zij heeft dat kwikzilveren in haar spel, dezelfde risicobereidheid, en haar invalbeurt werd een triomf.

Tintelende details

Faust speelde Brahms’ Vioolconcert al eens in het Concertgebouw, toen met het Nederlands Philharmonisch Orkest, en zette het werk bovendien op cd. Haar interpretatie – de vrucht van uitgebreid eigen onderzoek – is vlotter, minder gedragen dan je vaak hoort, en zit boordevol tintelende details. Opvallend en zeer geslaagd is Fausts keuze om in plaats van de gebruikelijke cadens van Joseph Joachim (die inmiddels geen verrassingseffect meer heeft) de toonval van niet-violist Busoni uit 1913 te spelen. Die heeft een meer orkestraal karakter, begeleid door paukenroffels en donkere strijkersakkoorden.

Onbeweeglijk als een standbeeld slingerde Faust de technisch veeleisende solopartij de zaal in, met een ranke, loepzuivere toon die ook kon grommen, raspen en stuiteren. Pas in de lekker schonkig klinkende Hongaarse dansen van het slotdeel begon ze zelf te zwieren, maar haar spel was van meet af aan elegant, urgent en vitaal. Tekenend voor Fausts eigenzinnigheid was haar toegift: de breekbare miniatuur Doloroso van György Kurtág.

Precisie

Dirigent Myung-Whun Chung leidde met precisie en vaste hand, al neigde hij iets meer dan Faust naar uitgemeten tragiek. Een van de mooiste orkestmomenten was de pastorale opening van het Adagio: een fijn stukje kamermuziek van hoorns en houtblazers. Beethovens Derde symfonie, ‘Eroica’, klonk na de pauze secuur en koninklijk, maar het revolutionaire elan kwam niet echt los.