In Oost-Europa willen ze graag dezelfde vissticks

Ingrediënten

Multinationals verkopen producten in Oost-Europa onder dezelfde naam als in het Westen. Maar soms bevatten de koekjes dan ineens minder boter en meer palmolie.

Foto iStock

Kiwi’s zonder zachte plekken. Een bak vol gave, ronde sinaasappels. Niet een banaan te bespeuren waarbij het verpulpte vruchtvlees al uit de bruinige schil puilt. Dit moet Oostenrijk zijn.

Bij het binnenwandelen van een supermarkt in Wenen voelt een Hongaarse klant meteen: hier word je chiquer behandeld dan bij je buurtsuper in het centrum van Boedapest, ook al behoort die tot dezelfde keten.

Het is geen verrassing dat je in de Oostenrijkse hoofdstad biobessenmuesli, Australisch ‘gourmet’-rivierzout of papaya’s kunt kopen die in de Hongaarse hoofdstad, 250 kilometer oostelijker, niet in de rekken staan. Oostenrijkse consumenten hebben meer geld voor luxeproducten dan tegenhangers in ex-communistische buurlanden die nog steeds een economische inhaalslag voeren, zoals Hongarije, of Tsjechië.

Maar om te zien wat de inwoners van deze ‘nieuwe’ EU-landen echt ergert, moet je verpakkingen omdraaien en ingrediëntenlijsten afspeuren. Een aantal multinationals verkoopt merkproducten in westelijke en oostelijke lidstaten onder dezelfde naam, maar met verschillende ingrediënten. Vergelijkende tests, uitgevoerd door media en staatsinstellingen in Tsjechië, Slowakije en Hongarije, concluderen dat dit vaak gepaard gaat met kwaliteitsverschillen.

Minder vis, meer palmolie

Wanneer die bestaan, lijken ze doorgaans negatief uit te pakken voor de oostelijke EU-lidstaten: minder vis in de vissticks, minder vruchtensap in de limonade en koekjes met minder boter en meer goedkope palmolie. Soms verklaart het prijsverschil ook het kwaliteitsverschil. Maar in andere gevallen kost hetzelfde product zelfs meer ten oosten van Wenen en Berlijn. Tussen de rekken van de supermarkt krijgen EU-burgers van Polen tot Roemenië het gevoel dat het IJzeren Gordijn nog niet helemaal verdwenen is.

„Dat is de ervaring van consumenten in heel Midden-en Oost-Europa,” zegt Olga Sehnalova, een sociaal-democratisch Europarlementariër uit Tsjechië, die voor zichzelf de test deed met producten uit België, Tsjechië en Frankrijk. „Voor producten van betere kwaliteit moet je de grens over.” Op supermarktparkings in Oostenrijkse grensdorpen zijn kentekenplaten uit buurlanden talrijk.

De omvang van de steekproeven is vooralsnog beperkt en voedselproducenten wijzen erop dat de samenstelling van producten verandert met het lokale smakenpalet. Maar in een opinie-onderzoek uitgevoerd door de Praagse landbouw- en voedselinspectie, hechtte 77 procent van de 1.019 ondervraagden geen geloof aan dat argument. 88 procent bleek zich ondertussen wel te ergeren aan de uiteenlopende voedselkwaliteit.

De vuilnisemmer van Europa

Sehnalova ijvert al enkele jaren voor actie uit Brussel. Dankzij druk vanuit de regeringen van de Visegrad Vier – Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije – belandde het dossier in maart op de agenda van de Europese Raad.

Illegaal is de praktijk niet volgens de Europese regels, zolang ingrediënten maar netjes opgelijst zijn op de verpakking. Maar klanten niet misleiden met inferieure producten is een kwestie van fatsoen, klinkt het in de hoofdsteden van de Visegrad Vier. Die landen hebben er genoeg van „de vuilnisemmer van Europa” te zijn, verklaarde de Tsjechische landbouwminister Marian Jurecka.

Vera Jourova, de Tsjechische EU-commissaris belast met consumentenzaken, lijkt mee te willen werken aan een oplossing. „Uiteenlopende kwaliteit van voedselproducten van hetzelfde merk in verschillende lidstaten is misleidend, onaanvaardbaar en niet fair tegenover consumenten,” zei ze tegen persbureau Reuters. De Europese Commissie wil het probleem bespreken in een Europees overlegorgaan voor nationale controle-autoriteiten, de voedselsector en ngo’s.

Een deel van de ophef is te verklaren door politieke strategie:

Nationalistische politici bevestigen graag het beeld waarin neerbuigende West-Europese kapitalisten minderwaardig geachte Oost-Europeanen een oor aannaaien.

Volgens de stafchef van de Hongaarse premier Viktor Orbán zijn dubbele voedselstandaarden „het grootste schandaal in het recente verleden”. Maar zijn regering beeldt multinationals en Brusselse bureaucraten wel vaker af als leden van een sinistere kliek die samenspant tegen Hongaarse belangen.

Tests scheppen nog geen duidelijkheid

Het beperkte aantal tests uitgevoerd door nationale autoriteiten schiep nog geen duidelijkheid over de ernst van de kwestie. Bij veel producten bestond geen verschil. Ook waar die wel bestaan, blijft soms ruimte voor debat.

Zo bevatten Iglo-vissticks 58 procent vis in Slowakije, het Verenigd Koninkrijk en Hongarije, maar 65 procent in Oostenrijk. Volgens de Britse producent Nomad Foods is dat geen kwestie van oost-versus-west, wel van smaak. Immers: ook in het Verenigd Koninkrijk bevat het product slechts 58 procent vis.

Het Duitse Bahlsen reageert voortvarender. De Leibniz-koekjes van het bedrijf bevatten in Polen slechts vijf procent boter en palmolie. In Duitsland gaat het om 12 procent boter, zonder palmolie. Bahlsen is zich bewust van een groeiende vraag „voor producten gemaakt volgens hetzelfde recept, ongeacht de markt waarop ze beschikbaar zijn”, schrijft een woordvoerder in een e-mail. “Daarom hebben we beslist dat Leibniz-koekjes voortaan op alle markten hetzelfde recept zullen hebben als in West-Europa.”Medio 2017 moeten Polen even boterige koekjes eten als hun Duitse buren.

Vertrouwen in de EU

Beeld van de website Drogerka. Screenshot

Om een overzicht te krijgen, pleit Europarlementariër Sehnalova voor systematische monitoring op Europees niveau: „Dit gaat over het vertrouwen van burgers in de EU.”

De Slowaakse Zuzana Hostakova besloot niet te wachten op politieke doorbraken of bereidwilligheid van de producenten, maar ook wat te verdienen aan de kwestie. Zij opende de webshop Drogerka, die voornamelijk cosmetica en schoonmaakproducten importeert vanuit Oostenrijk. „Wij wonen in Bratislava, vlakbij de Oostenrijkse grens, en reisden vaak heen en weer om producten in te kopen”, zegt Hostakova. „Dus vroegen we onszelf af: waarom brengen we zelf geen hoogwaardige producten richting Slowakije? We verdienen toch dezelfde kwaliteit?”