Praktische tips voor de parttime ondernemer in spe

De start-up van vier uur per week

Geen rasondernemer maar wel een goed idee? Volgens Felix Plötz valt een start-up prima te combineren met een vaste baan. “Ik wilde niet worden als mijn collega’s.”

Felix Plötz: „De ene week werkte ik vier uur aan mijn bedrijf, soms helemaal niet. Het moest leuk blijven.” Foto Roger Cremers

Alsof hij in een verkeerde film zat, zo omschrijft de Duitse ondernemer Felix Plötz (33) zijn tijd als regiosalesmanager bij een grote multinational. Goed salaris, prima arbeidsvoorwaarden, maar ook: dodelijk eendimensionaal. Dus besloot hij na jaren van excuses verzinnen zijn droom na te jagen: een eigen bedrijf oprichten. Niet door meteen in het diepe te springen, maar geleidelijk te ontdekken of het ondernemerschap iets voor hem was. Want waarom de zekerheden van een vaste baan opgeven, als die ook gecombineerd kan worden met een eigen bedrijf?

Zijn eerste project, het ontwikkelen van brandstofbesparingstrainingen voor zakelijke klanten, combineerde hij anderhalf jaar met zijn vaste baan voordat hij ontslag nam. In 2015 later richtte hij een uitgeverij op gespecialiseerd in auteurs met een groot gevolg op sociale media. Beide bedrijven zijn inmiddels verkocht. Momenteel is Plötz vooral auteur en spreker. In zijn boek De start-up van vier uur per week geeft hij praktische tips aan de parttime ondernemer in spe.

Vier uur per week is niet veel. Is het realistisch om in zo’n kort tijdsbestek een nieuw bedrijf uit de grond te stampen?

„Als je grootse plannen hebt: nee. Ik beschouw ‘de start-up van vier uur’ ook niet als een formule die iedereen moet volgen. De ene persoon heeft er genoeg aan, de ander zal veel meer moeten investeren. Het gaat mij erom dat meer mensen inzien dat het realiseren van hun droom niet hoeft te betekenen dat hun leven ingrijpend verandert.”

Je hoeft er geen ontslag voor te nemen?

„Precies. Er zijn twee soorten mensen die willen ondernemen maar het niet durven. Het ene type is gek op Silicon Valley en droomt van een enorm succesvol bedrijf. Hij twijfelt of z’n idee ooit echt groot zal worden. En dan is er het andere type; de ambtenaar, accountant of huismoeder die al jaren met een leuk idee rondloopt, maar zichzelf niet als fulltime-ondernemer ziet. Vooral dat tweede type had ik in gedachten bij het schrijven van dit boek.”

U heeft zelf ook lang getwijfeld.

„Ik was al op jonge leeftijd geïnteresseerd in ondernemen, maar koos toch voor een traditionele carrière bij een multinational. Ik had daar genoeg kansen, een goed salaris, maar op een zeker moment wist ik niet meer waarvoor ik het deed. Als ik naar mijn oudere collega’s keek – de rollen die ik zou gaan vervullen binnen tien jaar – zag ik geen mensen die hun droom aan het vervullen waren, of creatief konden zijn. Zo wilde ik niet worden, realiseerde ik me.”

U had ook gewoon een hobby kunnen zoeken, of ander werk.

„Ik wilde juist ondernemen, dat was mijn droom. Maar dan wel op mijn eigen manier: zonder van alles te moeten. Want in die tijd ‘moest’ ik juist te veel: nog even ’s avonds een mailtje versturen, in het weekend mijn belastingaangifte doen. Dus de ene week werkte ik vier uur aan mijn bedrijf, de andere keer tien, en de week erna helemaal niet. Het moest leuk blijven.”

U pleit voor een toekomst waarin werkgevers hun werknemers stimuleren om een ‘side project’ te beginnen. Geef je ze dan niet een excuus om ontslag te nemen?

„Die kans bestaat, natuurlijk. Maar is dat een gegronde reden? Dan zou een baas ook tegen zijn single, vrouwelijke werknemer mogen zeggen: ik wil niet dat je gaat daten, want straks raak je zwanger en ga je met zwangerschapsverlof. Bovendien blijkt uit onderzoek dat slechts 7 procent daadwerkelijk de overstap maakt naar fulltime ondernemerschap.”

Dus het valt mee met de risico’s.

„En een werkgever heeft er ook veel mee te winnen. Iemand die een eigen bedrijf runt leert allerlei vaardigheden – innovatief denken, marketing, sales – die hij misschien niet leert zijn normale baan. Hij wordt dus een betere werknemer, en daar wordt de baas ook beter van.”

Hoe moet die steun van de baas eruitzien?

„Ik verwacht niet dat een baas zegt: werk maar aan je start-up tijdens werkuren. Ik raad mensen ook af om dat stiekem te doen. Maar het zou goed zijn als dit onderwerp meer bespreekbaar zou zijn. Dat zo’n werknemer bijvoorbeeld de mogelijkheid krijgt om parttime te gaan werken of een tijdje onbetaald verlof mag opnemen. In Duitsland heb je het recht om een bedrijf beginnen – je mag er dus niet voor ontslagen worden – maar het is zeker nog niet ingeburgerd in de werkcultuur.”