55 miljoen euro voor nieuw ‘Europa-museum’

Europese eenwording 55 miljoen euro trok het Europees Parlement uit voor het Europa-museum. „Het wordt snel propaganda.”

Het Huis van de Europese Geschiedenis. Foto Eric Vidal/Reuters

Je moet lef hebben om in deze eurosceptische tijden een nieuw museum te openen dat is gewijd aan de Europese eenwording. Toch heeft de Duitse christen-democraat Hans-Gert Pöttering geen moment geaarzeld over zijn ‘Huis van de Europese Geschiedenis’. Al in 2008, toen Pöttering nog voorzitter van het Europarlement (EP) was, lanceerde hij het idee. Zaterdag wordt zijn droom werkelijkheid als het museum de deuren opent voor het publiek.

„Een hobby van een paar Brusselse heren”, klonk het bij aanvang. Is het wel de taak van het EP, dat de meeste kosten (55,4 miljoen euro) op zich neemt, om een museum uit te baten?

Journalisten kijken elkaar vertwijfeld aan als ze langs een uitgestalde eettafel lopen met een informatiebordje over ‘de geschiedenis van de vork’.

Pöttering en zijn medestanders trokken zich van die kritiek niets aan. Trots loopt hij een dag voor de officiële opening door de gangen van het tot museum omgebouwde Eastman-gebouw in het Leopoldpark in de EU-wijk. De architectuur is verbluffend, maar wat is er te zien? Journalisten kijken elkaar vertwijfeld aan als ze langs een uitgestalde eettafel lopen met een informatiebordje over ‘de geschiedenis van de vork’.

Een etage hoger wordt het wat spannender, met vitrines vol Koude Oorlog-parafernalia. Een scherm toont de laatste speech van de Roemeense dictator Ceausescu, vlak voordat hij door opstandelingen werd afgevoerd en door militairen geëxecuteerd.

Wat is de meerwaarde? Pöttering: „Het is belangrijk dat we leren van de fouten in het verleden.” De opening komt op een pijnlijk moment in de geschiedenis van de EU nu de Britten besloten hebben de Unie te verlaten. „Dit Huis moet een boodschap zijn aan iedereen dat we bij elkaar moeten blijven. Solidariteit verenigt ons in Europa.”

„Het wordt al snel propaganda”, zegt SP-Europarlementariër Dennis de Jong. „Ze willen laten zien dat we allemaal één zijn, maar zo voelen de mensen dat helemaal niet en dit museum gaat daar niets aan bijdragen.” De kritiek van De Jong wordt gedeeld door de meeste Europarlementariërs, van links tot rechts. Waarom is het er dan toch van gekomen? „Zo gaat dat hier in Brussel”, zegt De Jong. „Iemand legt iets op tafel en dan is het niet eenvoudig om het nog te stoppen.”