Hollandse weelde in de Giro na jarenlange droogte

Nederlanders. Deze vrijdag begint op Sardinië de honderdste Ronde van Italië. Nederland heeft met Steven Kruijswijk, Tom Dumoulin en Bauke Mollema drie kanshebbers.

Steven Kruijswijk (rechts) bij de presentatie van LottoNL-Jumbo, donderdag. Links van hem de Italiaan Enrico Battaglin en de Belg Victor Campenaerts. Foto Luk Benies/AFP

Drie Nederlandse kopmannen

Drie Nederlandse kopmannen met podiumkansen in een grote wielerronde – Steven Kruijswijk, Tom Dumoulin, Bauke Mollema. Hollandse weelde in de Giro, de komende drie weken, op papier vanuit Nederlands oogpunt de allermooiste ronde van het jaar, van decennia zelfs. Want wat hebben wielerfans lang moeten wachten op een opleving van het vaderlandse wielrennen, zoals in de jaren 60, 70, 80 van de vorige eeuw, met gele en rode truien voor Jan Janssen, Joop Zoetemelk, in 1988 nam Erik Breukink het roze bijna mee naar huis – hij werd tweede.

Daarna was het stil, de Nederlandse wielerfans moesten het stellen met toptienklasseringen. Een vijfde plek van Michael Boogerd in de Tour van 1998, en daarna leunden we op Bauke Mollema – vierde in de Vuelta van 2011, drie keer toptien in de Tour, Laurens ten Dam kwam eens buurten in die regionen (negende in 2014). Maar winnen? Nee, in de verste verte niet.

Tot de Vuelta van twee jaar terug. Tom Dumoulin, nog een paar kilo zwaarder dan hoe hij nu op Sardinië rondfietst, reed zich brutaal in de rode leiderstrui en werd pas in de slotweek van zijn wolk gestoten. Hij eindigde als zesde. Grenzeloos denken en dito doen, de Limburger opende ogen. Nederland wielerland raakte weer in vervoering, we hoefden niet langer te vrezen voor fietsende lichtgewichten uit het zuiden. Het was de definitieve doorbraak van een potentieel zeer succesrijke generatie ronderenners.

Valpartij in een sneeuwwand

Steven Kruijswijk nam het stokje over in de Giro van vorig jaar. Het leek erop dat het weer ging gebeuren: na Zoetemelk (1980) zou een Nederlander een grote ronde winnen, de eerste die het ’m in Italië zou flikken. De Brabander stak met kop en schouders boven de rest van het peloton uit, reed machtig naar het roze, minuten lag hij voor op de rest. Tot zijn valpartij in de sneeuwwand van de Colle dell’Agnello, twee dagen voor het einde. Hulptroepen waren achterop geraakt, Lotto-Jumbo was er vooraf klaarblijkelijk nog niet van doordrongen dat een eindzege met Kruijswijk tot de mogelijkheden zou behoren. Kruijswijk vocht zich na de buiteling nog wel naar plaats vier en de wielerwereld was gewaarschuwd.

Bauke Mollema dan, in de Tour die daarop volgde, hij stond nog tweede achter Chris Froome tot in de laatste bergrit overmoed hem tegen het verregende asfalt deed smakken. Elfde werd-ie, zijn slechtste resultaat in jaren, maar meer aanwezig dan ooit.

Drie kopmannen weten nu dat het kan, meefietsen met de besten ter wereld. Mollema is het meest uitgesproken: hij heeft „motivatie om de Giro te winnen”, zei hij al in december tegen velonews.com. Hij reed nog maar één keer een Giro, in 2010, zijn debuut in een grote ronde, werd toen twaalfde. De vraag is of zijn ploeg goed genoeg is om het Team Sky (Geraint Thomas en Mikel Landa) en Movistar (Nairo Quintana) moeilijk te maken. Mollema won de Argentijnse rittenkoers Tour de San Juan, maar wist daarna geen topvorm te vinden. Dat geldt ook voor Kruijswijk en wat minder voor Dumoulin, die zoveel op hoogte trainde dat de wedstrijden slechts tests waren, niet meer dan dat. Beide heren zijn in de media voorzichtiger: ze gaan voor een podiumplaats. Dat zou een prestatie van historisch formaat zijn. Nederland heeft er al 27 jaar op moeten wachten.

Twee favorieten

Twee mannen staan bovenaan elk favorietenlijstje: Vincenzo Nibali en Nairo Quintana. Helder is waarom: samen wonnen ze zes grote ronden – twee voor de nog jonge Colombiaan (waarvan één keer de Giro, in 2014) en vier voor de man die een thuiswedstrijd rijdt, dus altijd gesteund wordt door duizenden fans. Nibali is titelhouder en zal in de van symboliek omgeven honderdste editie niets liever willen dan dat blijven. Hij was alleen nog niet echt op dreef dit seizoen, reed bijvoorbeeld de Tirreno-Adriatico in de luwte (26ste), maar won onlangs wel de Ronde van Kroatië. De Giro is zijn heilige doel, dan staat hij er altijd.

Quintana was in maart wel sterk in de Tirreno: hij won, vooral bergop kon niemand hem bijhouden. De vraag is of hij die vorm heeft weten vast te houden tot het moment waarop iedereen op scherp staat, hier en nu.

Quintana (Movistar) en Nibali (Bahrain-Merida) hebben beide ploegen die in de breedte sterk genoeg zijn om, wanneer er verschil is gemaakt, etappes te controleren op verschillend terrein. Het zou daarom zomaar kunnen dat de Giro van 2017 Tour-achtige trekjes gaat krijgen. De belangen en de daarmee gepaard gaande bezetting van deze Ronde van Italië zijn omwille van het genoemde jubileum groter dan ooit.

De 100ste editie

Voor de honderdste editie hebben de parcoursbouwers uitgepakt. Het idee was om het hele land aan te doen, van zuid naar noord. De Giro start voor de derde keer op Sardinië, het eiland in de Middellandse Zee dat niet bekend staat om een grote wielertraditie, hoewel Fabio Aru er werd geboren, een van de grotere ronderenners van de voorbije jaren. Pechvogel eersteklas, want hij zal door een knieblessure op zijn geboortegrond bij de Grande Partenza slechts een ceremoniële functie bekleden. Tot zes jaar geleden had je de meerdaagse Ronde van Sardinië, voor het laatst gewonnen door Peter Sagan, maar die race was voor de organisatoren door de jaren heen vaak niet lucratief genoeg.

Van de Giro-directie mocht het dit jaar wel in de papieren lopen. Na drie dagen koersen op Sardinië is er meteen een rustdag. Moet ook wel, want het hele grut reist naar Sicilië, waar op dinsdag meteen een klimopdracht wacht: finish op de actieve vulkaan Etna, die dit jaar nog uitbarstte. Prachtige plaatjes gegarandeerd, een reclame voor de Italiaanse eilanden, zoals de tocht daarna een affiche wordt voor het mondiale wielrennen. Van Messina naar het noorden, via Blockhaus net boven de hak van de laars in week twee, een veertig kilometer lange tijdrit (Dumoulin!), en dan een duivelse slotweek in de Dolomieten.

Symboliek en heldenverering

Nog meer symboliek en heldenverering in deze jubileumeditie: de veertiende rit start in Castellania, geboortedorp van legende Fausto Coppi, vijf keer winnaar van de Giro, en aan het eind van de dag ligt de finish in Oropa, op de berg waar Marco Pantani in 1999 een etappe won.

De beklimming van de Mortirolo (op 23 mei) is na het tragische overlijden van Michele Scarponi naar hem vernoemd (vanwege diens etappezege daar), de puntentrui (Maglia Ciclamino) is niet langer rood maar roze, zoals in vervolgen tijden, en Italiaanse steden kleuren roze middels lampen, stickers en wegwerpsnuisterijen.

Meer nog dan een sportevenement wordt de honderdste Giro d’Italia een bejubeling van het land Italië, van de cultuur, de natuur en de aanstekelijke dramatiek die haar bewoners in zich dragen. Een waar festijn, met mogelijk een hoofdrol voor een Nederlander.