Het nieuwe Ajax doet denken aan het oude Ajax

Coach Peter Bosz

Peter Bosz bracht schwung in het spel van Ajax. „We zijn er nog niet. We moeten nog steeds een topprestatie leveren in Lyon.”

Ajax-trainer Peter Bosz. „Dit is geweldig voor het Nederlands voetbal.” Foto Michael Kooren/Reuters

Assistent-coach Hendrie Krüzen moest hem zowat dwingen om op het veld te blijven en eens mee te maken hoe het uitzinnige thuispubliek de halvefinalewedstrijd in dankbaarheid aanvaardde. „Normaal ga ik meteen naar binnen.”

Ja, de wedstrijd was „bizar” geweest, dat ontsnapte nog wel aan de lippen van Peter Bosz. In een memorabel en meeslepend duel was Olympique Lyon zojuist verslagen. Buiten dansten en zongen de supporters, binnen in de perszaal sprak de Ajax-coach bezwerende teksten: „De eerste twintig minuten hebben ons geleerd dat we er nog niet zijn. We moeten nog steeds een topprestatie leveren in Lyon”, zei Bosz. Eerst de analyse, dan – misschien – genieten.

Hij is coach van een nieuw Ajax, dat herinneringen oproept aan een oud Ajax. Een ploeg die grenzen verlegt. Grenzen die er vroeger nooit waren, die sinds pakweg een decennium voor Nederlandse ploegen gelden: kwartfinale in de Europa League, dat zou het wel zo’n beetje zijn.

Bosz, een trainer zonder noemenswaardige erelijst die ondanks weerstand bij een deel van de supporters aangetrokken werd, voert nu precies uit waar hij voor gehaald is: schwung in het team brengen, af en toe knotsgekke duels afleveren. Samengevat door Bosz als: „We spelen voetbal voor de supporters.” Met een ploeg die zichzelf soms verliest in zijn principes en heus ook draken van wedstrijden kan spelen, maar bovenal succes boekt in Europa. Daar waar naar gesnakt werd.

De kaarten vlogen over de toonbank, in no-time uitverkocht tegen (minimaal) 35 euro. Dat was aan de prijs „maar het is dan ook de halve finale”, zei algemeen directeur Edwin van der Sar, voorheen marketingdirecteur. Ajax verkocht 52.141 kaarten. Op uitnodiging van de club was het team dat in 1992 de UEFA Cup won ook aanwezig: prima actie.

Van der Sar voelde dat Ajax „op nieuw territorium was gekomen”. Het was 25 jaar geleden dat Ajax de UEFA Cup won, „de opmaat naar het succes in 1995” toen de Champions League gewonnen werd. Hij haalde de kop aan van een artikel in The Telegraph nadat Schalke vorige maand werd klemgezet op het veld in de Arena: ‘Ajax are back’.

Een Engelstalige journalist vroeg woensdagavond aan Bosz: is dit het belangrijkste bewijs dat Ajax terug aan het komen is als grote club in Europa? Hij kreeg niet echt een antwoord. „Het is twintig jaar geleden dat Ajax in een halve finale stond”, constateerde Bosz. „En voor mij is ook belangrijk: niet door verdedigend voetbal. We hebben onze stijl, we proberen attractief en winnend voetbal te combineren.”

Hij kwam naar Ajax in een tijd van identitaire crisis. Twijfel aan de Hollandse school in algemene zin, verveeldheid met het tik-en-schuif bij Ajax in het bijzonder. Hij doorbrak de negativiteit van de nee-zeggers, dat mag gesteld worden, binnen één seizoen. En nu met één been in de finale van de Europa League, zoals dat heet. „Dit is geweldig voor het Nederlands voetbal”, zei Bosz.

Maar dat hiermee alle doemdenkers die Nederland rijk is het zwijgen opgelegd is? Onzin. „Alleen: ik maakte me wel zorgen dat er een aantal mensen riep: we moeten naar Duitsland kijken, we moeten groter zijn, sterker zijn, meer lopen. Dit laat zien dat het kan op een manier waar Nederland altijd goed in is geweest.”

In een eerdere versie van dit artikel staat dat stond dat kaarten voor de halve finale tegen Olympique Lyon min. €70 waren. De minimumprijs was half zo hoog. Dat is aangepast naar 35 euro.