Zelfs in de wildste natuur is veel menselijke herrie

Geluidsoverlast In ruim de helft van de Amerikaanse natuurparken verdubbelt menselijk rumoer het niveau van het achtergrondgeluid.

Een claxonnerende auto die een roffelende specht overstemt. Een ree, die opgeschrikt wordt door een heftruck in de verte. Het stampende lawaai van heimachines tijdens je heidewandeling. Geluidsoverlast in natuurgebieden, die in het wild levende dieren stoort én vaak ook de recreanten, is een bekend gegeven. Maar hoe gróót de ruimtelijke verspreiding van die geluidshinder is, is nu voor het eerst onderzocht.

Een troep huilende wolven in Yellowstone National Park

In maar liefst 63 procent van de Amerikaanse natuurgebieden blijkt menselijke activiteit het achtergrondgeruis te verdubbelen. Dat komt neer op een overschrijding van tenminste 3 decibel ten opzichte van het niveau van natuurlijke achtergrondgeluiden. In 21 procent van de gebieden kwam de overschrijding uit op meer dan 10 decibel. Dat schrijven biologen van de Colorado State University deze vrijdag in het wetenschappelijke blad Science. In samenwerking met de U.S. National Park Service analyseerden ze de mate van geluidshinder door menselijke activiteit op 492 locaties in en om diverse Amerikaanse natuurgebieden, waaronder Olympic National Park in Washington, Glacier National Park in Montana en Alcatraz in Californië.

Luisterareaal neemt af

Drie decibel lijkt wellicht een geringe geluidsoverlast, maar een verdubbeling van de zogeheten akoestische energie, veroorzaakt in de praktijk een afname van 50 procent in ‘luisterareaal’. Met andere woorden: stel dat spechtengeroffel eerst over een afstand van dertig meter te horen zou zijn, dan is dat nu opeens nog maar vijftien meter. Een extra 10 decibel zorgt zelfs voor een vertienvoudiging van de akoestische energie, waardoor het luisterareaal met 90 procent afneemt – de dertig meter worden drie meter.

Een zingende dennensijs in Rocky Mountains National Park wordt overstemd door een auto

Jammer voor de rustzoekende boswandelaar – uit eerder onderzoek is gebleken dat natuurgeluiden stressverlagend werken – maar vooral ook voor de dieren die in het natuurgebied leven. Geluiden zijn voor hen onder meer van groot belang bij de voortplanting. Met te veel achtergrondlawaai kan een potentiële partner hun lokroep niet meer horen. Ook waarschuwingssignalen dragen bij geluidsoverlast minder ver.

Burlende elandstier tijdens de bronst in Rocky Mountains National Park

De biologen gebruikten voor hun onderzoek in totaal ruim 1,5 miljoen uur aan geluidsopnames op de 492 locaties. Die verwerkten ze samen met omgevingsinformatie (bijvoorbeeld de hoeveelheid menselijke activiteit in de omgeving, maar ook de vegetatiedichtheid en de topografie) in een algoritme, dat op basis daarvan kaarten produceerde waarop de verschillende geluidsniveaus te zien waren.

Sommige parken hanteren al speciale maatregelen tegen noise pollution, bijvoorbeeld door het inzetten van elektrische pendelbussen naar verafgelegen parkeerterreinen, door ‘lawaaibufferzones’ aan te leggen of door stiltezones in te stellen. Toch zijn het niet luid kletsende wandelaars die de meeste herrie veroorzaken. Het meest verstorend bleken de menselijke geluiden die afkomstig waren van verkeer, van ‘extractiewerkzaamheden’ (door mijnbouw of olie- en gaswerkzaamheden) en van gebiedsontwikkeling (zoals de aanleg van een nieuwe woonwijk).

Niet in elk natuurgebied was de geluidsoverlast even sterk: in zogeheten wilderness areas, die tot de sterkst beschermde gebieden behoren, was er in 12,1 procent van de gevallen een overschrijding met 3 decibel waarneembaar. Ook gebieden waarin bedreigde diersoorten wonen zijn over het algemeen vrij goed beschermd tegen geluidshinder. Toch had respectievelijk 57,8 procent en 13,7 procent van de beschermde diersoorten nog te maken met overschrijdingen van 3 en 10 decibel.

Interview met onderzoeker Rachel Buxton (Engels)

Rachel Buxton, eerste auteur van de studie, zegt dat van die laatste categorie vooral gebieden met beschermde planten en insecten te maken hebben met veel geluidsoverlast. „Hoewel planten niet kunnen horen, kunnen veel dieren die zorgen voor zaadverspreiding en bestuiving wel horen, en op die manier kan lawaai indirect een impact hebben op de planten.”