Groei

Economie van de eurozone snelt de Britse en Amerikaanse voorbij

Optimisme

Van politieke onzekerheid heeft de eurozone weinig last, blijkt uit groeicijfers over het eerste kwartaal. De inflatie kruipt ook omhoog.

De economie van de eurozone laat de Amerikaanse en Britse economieën achter zich. Dat bleek woensdag uit een raming van EU-statistiekbureau Eurostat. Het bruto binnenlands product (bbp) van het eurogebied nam met 0,5 procent toe in het eerste kwartaal van dit jaar, ten opzichte van kwartaal daarvoor. In de Verenigde Staten was dit cijfer 0,17 procent, in het Verenigd Koninkrijk 0,3 procent.

De eurozone blijft analisten positief verrassen. „De groei wordt tot dusver niet geraakt door de politieke onzekerheid”, schrijft ING-econoom Bert Colijn in een notitie, verwijzend naar het risico dat euroscepticus Marine Le Pen zondag de Franse presidentsverkiezingen wint.

Vorige week bereikte de economische vertrouwensindicator voor de eurozone van de Europese Commissie het hoogste niveau sinds 2007. Zowel consumenten als bedrijven zijn optimistisch. Het groeicijfer van Eurostat is een gemiddelde. Later deze maand maken afzonderlijke eurolanden hun groeicijfers voor het eerste kwartaal bekend. Tot dusver lopen deze cijfers nogal uiteen. Met name Italië blijft achter.

De kwartaalgroei in de Verenigde Staten bleef achter bij de verwachtingen. Beleggers speculeren op extra welvaart door de plannen van president Donald Trump, getuige de beursrecords na zijn verkiezing. Maar consumenten kijken vooralsnog de kat uit de boom.

In het Verenigd Koninkrijk worden consumenten pessimistischer. Daar daalden in het eerste kwartaal de winkelverkopen met 1,4 procent. Huishoudens voelen de gestegen kosten voor levensonderhoud. Dat heeft te maken met de Brexit. Het Britse pond heeft na het EU-referendum aan waarde verloren. Daardoor zijn importproducten voor de Britten duurder geworden.

Eurostat maakte woensdag ook inflatiecijfers bekend. De prijzen lagen in het eurogebied in april 1,9 procent hoger dan een jaar eerder. Het is de vierde maand op rij dat de inflatie overeenkomt met het doel van de Europese Centrale Bank (vlak onder de 2 procent). (NRC)