Duitse ‘vader van de Nieuwe Wilden’ overleden

A.R. Penck 1939-2017

Afgelopen dinsdag overleed op 77-jarige leeftijd A.R. Penck, bekend van zijn primitief getekende figuren, vaak met erecte penissen.

Der Übergang van A.R. Penck uit 1963. Beeld AFP

Het meest was A.R. Penck bekend om zijn Strichmännchen: primitief getekende figuren, vaak met erecte penissen. Hij gebruikte die in schilderijen over de scheiding van de twee Duitslanden en de zoektocht van individuen naar vrijheid. Met zijn manier van schilderen gold Penck, pseudoniem van Ralph Winkler, als ‘vader van de Nieuwe Wilden’ in Duitsland, de neo-expressionistische kunstenaars die zich vanaf eind jaren zeventig afzetten tegen de minimalistische en conceptuele kunst.

Afgelopen dinsdag overleed autodidact A.R. Penck na een lang ziekbed in Zürich op 77-jarige leeftijd. Bij de opening van een oeuvretentoonstelling in Nice, die nog loopt tot 18 juni, ontbrak de laatste jaren in Ierland wonende kunstenaar al.

Ralph Winkler werd in 1939 in Dresden geboren. In de toenmalige DDR had hij moeite om zich als kunstenaar te ontwikkelen. Hij schreef zich meerdere keren in bij een kunstacademie, maar werd nooit aangenomen. Ondergronds vormde hij zichzelf tot kunstenaar, terwijl hij zijn geld verdiende als postbezorger, fabrieksarbeider en nachtwaker.

A.R. Penck in 2007. Foto Salome Kegler

wereldburger

Penck maakte schilderijen, grafiek en sculpturen van alledaagse materialen als leukoplast. Voor de Oost-Duitse protestzanger Wolf Biermann, met wie hij goed bevriend was, maakte hij een platenhoes waarop hij twee van zijn primitieve mannetjes met elkaar liet vechten. Door gebruik te maken van zijn kunstenaarsnaam A.R. Penck en schuilnamen als Mike Hammer, T.M. en Mickey Spillane wist hij werk naar West-Duitsland te smokkelen voor tentoonstellingen.

Nadat hij al tien jaar door de Oost-Duitse veiligheidsdienst in toenemende mate was lastiggevallen, viel in 1979 de Stasi zijn atelier binnen en werd veel van zijn werk vernietigd. Een uitzetting naar West-Duitsland volgde een jaar later, omdat hij te veel contacten onderhield met kunstenaars als Jörg Immendorff en de al eerder uit de DDR vertrokken Georg Baselitz. Na de beslotenheid van het leven in de DDR ontpopte Penck zich als wereldburger met eerst een atelier in Parijs en later in Londen, Dublin, New York, Düsseldorf en Berlijn. Zijn werk was te zien op Documenta 5 en 7.

Zijn door prehistorische tekeningen en door Duitse expressionisten als Kirchner beïnvloede stijl werd tot hedendaagse grottekeningen bestempeld. Toen hij in de jaren tachtig populair werd in New York, werden ook vergelijkingen gemaakt met graffitikunstenaars als Keith Haring en Jean-Michel Basquiat. Penck wilde zelf niets weten van verwantschap met de straatkunst.

„Toen ik nog in het Oosten leefde was ik er trots op een modernist te zijn”, vertelde Penck in 1992 aan NRC bij de opening van een tentoonstelling in Dresden. „En nu ik in het Westen woon, streef ik er steeds meer naar een classicistische kunstenaar te worden. De effecten zijn uitgewerkt, al die modernistische kunst raakt de mensen niet meer”, zei hij. „We moeten de vernieuwing elders zoeken, door weer aan te knopen bij de classisistische traditie.”

Rudi Fuchs kocht in zijn periode bij het Stedelijk werk van Penck, dat ook voorkomt in de collecties van Boijmans, het Kröller-Müller, het Groninger en het Van Abbemuseum.