De overdekte moestuin, een nieuwe hype?

Volkstuintje Kleine tuinierders huren percelen in grote kassen. Zo kunnen ze het hele jaar door tuinieren.

Inti Roger en Reijnierse kweken onder andere artisjokken in hun volkstuin in de indoorvolkstuin in Rijnsburg. Foto's Peter de Krom

Het is zijn experimenteerprojectje van dit jaar: een artisjokplant. Rocher Reijnierse (31) had geen idee hoe zoiets groeide, maar nu toont hij trots de grote varenachtige plant die de hoek van zijn volkstuin in beslag neemt. Als hij de grote dikke bladeren opzijduwt, is in de knop al een miniatuur-artisjok te zien. Zijn tweejarige dochtertje komt op haar regenlaarsjes nieuwsgierig naar de plant toegehobbeld. „Dit is me het eigenlijk al waard”, zegt Roger als zijn dochter even later de plant uitgraaft. „Dat zij ziet hoe alles groeit en wij onze zelfgekweekte biologische groente kunnen eten.”

Dat in april in Nederland een artisjokplant wil groeien, komt doordat de moestuin van Roger en zijn vrouw Inti (34) zich in een kas bevindt, de kas van de Indoorvolkstuin in Rijnsburg bij Leiden. Sinds drie jaar runt Gerardo van Egmond (46) het complex met zestig perceeltjes voor tuinierders die geen zin hebben om in weer en wind buiten te schoffelen. Een rozenkweker uit Almere begon in 2012 als eerste in Nederland met moestuintjes onder glas. Die kregen overal navolging, niet alleen in traditioneel ‘kassenland’, ook in Friesland en Groningen zijn er initiatieven. In totaal zijn het er nog niet meer dan tien, maar Van Egmond krijgt de laatste tijd wel regelmatig bezoek van glastuinbouwers die geïnteresseerd zijn in een soortgelijk concept.

Gerardo van Egmond zat, net als zijn vader, al zijn hele leven in de anjers. Toen hij een kas moest vernieuwen maar daar geen vergunning voor kreeg, besloot hij de kas te gebruiken als moestuincomplex. „Na een informatieavond zeiden zeven mensen: wij gaan het doen. Dus gooide ik de helft van de anjers en de gasinstallatie voor de verwarming eruit en maakte de perceeltjes klaar voor de tuinders.”

Nu, drie jaar later, zijn er zestig perceeltjes verhuurd. Samen met de bloemen die hij kweekt, een winkeltje voor groente en fruit en een aardbeienpluktuin kan hij rondkomen. Maar de grootste winst vindt hij dat zijn werk veel leuker is geworden. „Het was hier altijd stress, altijd gedoe. Door de lage opbrengsten en de kwekerijen in Afrika moet je tegenwoordig een megabedrijf hebben om de concurrentie aan te kunnen gaan. Ik liep hier rond met een uitzendploeg en 15 scholieren om alles rond te breien. Nu is het veel relaxter. Het contact met de mensen vind ik het leukst.”

Je doet het er niet ‘even’ bij

Van Egmond denkt niet dat de opkomst van indoorvolkstuinen een voorbijgaande hype is. Het is niet iets dat je er ‘even’ bij doet. Van Egmond heeft een niet al te grote kas en kan de volkstuintjes nu nog combineren met bloemen. Zo kan zijn volkstuintjesonderneming rustig groeien. „Zodra ik weer wat perceeltjes heb verhuurd, gooi ik er een strook bloemen uit. Uiteindelijk is het de bedoeling dat de hele kas vol volkstuintjes komt te staan. Als ik al die percelen in één keer had moeten vullen, was het lastiger geweest.”

Inti en Roger Reijnierse op hun volkstuin in een glazen kas in Rijnsburg.
Foto Peter de Krom
Inti en Roger Reijnierse op hun volkstuin in een glazen kas in Rijnsburg.
Foto Peter de Krom

Of een overdekte volkstuin slaagt, is volgens Van Egmond onder meer afhankelijk van de locatie. „Een vereiste is dat je in verstedelijkt gebied zit. Op het platteland hebben mensen zelf vaak al een grote tuin. En de kas moet goed bereikbaar zijn. Deze kas staat aan de rand van de bebouwde kom, mensen komen hierheen fietsen of zelfs lopen. Dat is fijn als je in de zomer iedere dag de tomaten- en komkommerplanten water moet geven.”

Voor de tuinierders biedt de kas de nodige voordelen ten opzichte van een volkstuin in de buitenlucht. Ze kunnen er het hele jaar oogsten en planten. Hoewel de kas niet wordt bijverwarmd bevriest de grond hier niet en kan met een beetje zon iedereen de korte broek aan. Dus staat de kas vol tropische gewassen als kiwi’s, mango’s en ananasmeloen.

De volkstuin in Almere staat bekend om de diversiteit van de tuinierders en ook in Rijnsburg zijn er tuinierders met Surinaams of Indische wortels die voedsel kweken dat ze in de supermarkt niet kunnen vinden. Zoals Inti, die van haar Surinaamse familie de opdracht kreeg tajerblad in haar tuintje neer te zetten: een spinaziesoort die in de toko alleen diepgevroren verkrijgbaar is.

Accountants, klassen en biologen

Volgens Van Egmond vormen de huurders een divers gezelschap: accountants die komen tuinieren als stressremedie, een buitenschoolse opvang die een schooltuintje bijhoudt, ouders die hun jonge kinderen willen laten zien hoe de gewassen groeien, biologen die zich kunnen uitleven in de kas, of gepensioneerden.

In die laatste categorie valt Toon Doesberg (65) uit Rijnsburg. Hij is er vanaf het begin bij, al was het hem aanvankelijk niet te doen om het kweken van groente en fruit. „Ik heb thuis allemaal fuchsia’s staan en zocht een plek waar ze konden overwinteren.” Maar al gauw werd hij aangestoken door het „moestuinvirus”. Samen met twee vrienden beheert hij nu vier percelen: keurig aangeharkt en verdeeld in vakken voor de diverse groentesoorten. „Dit is het tomatenbed, daar onder dat tentje – tegen de rupsen - groeien de kolen, en dit zijn allemaal pepers: voor mijn Indo-vrienden. Hoe heter, hoe beter voor die gasten.” De groenten zien er geweldig kleurrijk en gaaf uit. Al mislukt er ook wel eens wat, vertelt Doesberg terwijl hij naar een klimplant loopt: „We dachten dat dit een meloenplant was, bleek het een klimcourgette te zijn. Tja, die zaadjes lijken ook allemaal op elkaar. En daar hebben we postelein ingezaaid, maar dat komt dat maar niet op.”