Recensie

De Holocaust als goddelijke missie

Behalve een ijzingwekkende oral history is Laurence Rees’ boek een gedegen overzicht van de jodenvervolging. Opnieuw benadrukt hij de grote rol die ambitieuze onderknuppels speelden.

‘Een uitvinding van zieke geesten’, noemde Adolf Hitler het christendom. Maar dit wil niet zeggen dat Hitler een atheïst was, schrijft de Britse historicus Laurence Rees (1957) in het magistrale The Holocaust. A New History. Vaak sprak hij over de Vorsehung (Voorzienigheid) die hem leidde. Nadat de Anschluss van Oostenrijk bij het Derde Rijk in 1938 in drie dagen was gepiept, beweerde hij dat zijn bestaan deel uitmaakte van een bovennatuurlijk plan. ‘Iedereen die in God gelooft moet toegeven: als het lot van een volk in drie dagen is veranderd, dan is dit een goddelijk oordeel’, zei hij in een toespraak vlak na de Anschluss.

Ook zijn strijd tegen het jodendom was volgens Hitler in overeenstemming met ‘de wil van de Almachtige Schepper’, schrijft Rees die eerder verschillende tv-documentaires en boeken maakte over het Derde Rijk, Hitler en Auschwitz. ‘Door me te verdedigen tegen de jood, vecht ik voor het werk van de Heer’, schreef hij in Mein Kampf. Toch was Hitlers antisemitisme uiteindelijk niet christelijk religieus, maar raciaal, legt Rees uit als hij in het begin de herkomst van Hitlers jodenhaat behandelt. Volgens Hitler waren joden een minderwaardig en kwaadaardig ras waarvoor geen plaats kon zijn in Duitsland.

Lebensraum

Naast antisemitisme was het streven naar meer Lebensraum voor ‘raszuivere’ Duitsers de tweede pijler van het nationaal-socialisme, zo laat Rees vervolgens lezen. Al in 1924, negen jaar voor de nazi’s aan de macht kwamen in Duitsland, maakte Hitler in Mein Kampf duidelijk dat het overbevolkte Duitsland ruimte nodig had en dat die lag in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. De twee pijlers stonden niet op zichzelf, zo gaat Rees verder: de Holocaust is onlosmakelijk verbonden met de ‘uitroeiingsoorlog’ die nazi-Duitsland voerde in Oost-Europa. Niet toevallig begon het vermoorden van zes miljoen joden en honderdduizenden Sinti en Roma in 1941, toen de nazitop bezig was met een ‘Algemeen Plan voor het Oosten’. Hierin zouden de Slavische Untermenschen in de veroverde gebieden in Oost-Europa plaats moeten maken voor ‘arische’ Übermenschen. ‘Dit plan, dat de nazi’s niet konden uitvoeren doordat ze werden verslagen, zou hebben geresulteerd in de dood van nog eens tientallen miljoenen mensen’, schrijft Rees in zijn nawoord.

Lees ook de recensie van En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra: Bij ons is niets aan de hand

Maar hoewel de Holocaust ‘werd geboren tijdens de uitroeiingsoorlog tegen de Sovjet-Unie’, heeft er nooit een blauwdruk voor bestaan. Hitler heeft er zelfs geen direct bevel voor gegeven, schrijft Rees. Hij liet zich altijd slechts in vage, algemene bewoordingen uit over de ‘verwijdering’ van de joden. Hoe dit precies moest gebeuren, liet hij over aan andere nazileiders, zoals de Reichsführer SS Heinrich Himmler, en aan de nazi-bestuurders van de bezette gebieden. ‘De interactie tussen visionair leiderschap van bovenaf en initiatieven van onderop was karakteristiek voor de wijze waarop de Holocaust zich ontwikkelde’, aldus Rees. Zelfs op de beruchte Wannsee-conferentie in Berlijn, waar op 20 januari 1942 het hoofd van het Reichssicherheitshauptamt Reinhard Heydrich met nazi-subtoppers in een villa aan de Wannsee de jodenvervolging in Europa doornam, werd geen besluit genomen over de wijze waarop joden uit Europa moesten worden ‘verwijderd’. De nazitop speelde toen nog met de gedachte dat de Europese joden pas na het verslaan van de Sovjet-Unie naar de oostelijke randgebieden van het Derde Rijk zouden worden gedeporteerd om zich daar in kampen dood te werken.

Meedogenloos

Maar door het voor Duitsland desastreuze verloop van de oorlog in 1942 kon dit niet worden uitgevoerd. Onder druk van een steeds razender wordende Hitler die al in 1939 de joden had beloofd dat ze zouden worden weggevaagd als Duitsland opnieuw in een wereldoorlog betrokken werd, werd de Holocaust à l’ improviste versneld.

In hoog tempo werden tijdelijke vernietigingskampen als Sobibor en Treblinka opgezet en in 1943, toen duidelijk was dat Duitsland de oorlog ging verliezen, kreeg het al sinds 1940 bestaande werkkamp Auschwitz vier grote gaskamers met crematoria, waar het moorden uiterst efficiënt was georganiseerd.

Een nieuwe geschiedenis’ is de ondertitel van The Holocaust. Maar zijn beschrijving van de jodenvervolging als een ontwikkeling die werd voortgedreven door steeds radicalere initiatieven van onderop is niet nieuw, geeft Rees toe in zijn nawoord. Hierin ging bijvoorbeeld zijn landgenoot Nikolaus Wachsmann hem voor in zijn monumentale KL. Een geschiedenis van de naziconcentratiekampen (Boeken, 29.05.2015).

Nieuw zijn wel de vele ooggetuigenverslagen die in The Holocaust op elegante wijze zijn verweven met algemene historische beschouwingen. Als BBC-documentairemaker heeft Rees de afgelopen 25 jaar tientallen ex-SS’ers, Kapo’s, Sonderkommando’s en overlevenden van de kampen en joodse getto’s opgezocht en uitgehoord. Hun getuigenissen maken The Holocaust tot ijzingwekkende oral history .

Zo laat hij Petras Zelionka, die als lid van een Litouwse paramilitaire eenheid was betrokken bij de moord op joden, zeggen dat hij dit deed omdat hij ‘geloofde dat joden Litouwers hadden gemarteld tijdens de bezetting van de Sovjet-Unie van zijn land.’ En de joodse Pool Kalman Taigman, die als Sonderkommando in Treblinka de kleedruimtes moest opruimen en reinigen, vertelt hoe de baby’s die vrouwen daar vlak voor hun dood hadden verstopt, levend in het vuur van het crematoriumovens werden gegooid. ‘„Hoe ik me voelde?”, zegt Kalman. „Ik voelde niets… Ik was een automaat geworden. Geen gedachten. Ik maakte me alleen zorgen of ik geslagen zou worden en soms of ik een volle maag zou hebben en dat was het. Ik dacht niet en ik voelde niet. Ik zag de hel als die bestaat.”’