Column

De dienstmaagd

Ellen

Netflix zette vorige week de eerste drie afleveringen van The Handmaid’s Tale online, een serie gebaseerd op de gelijknamige dystopische roman van Margaret Atwood uit 1985. Het verhaal speelt zich af in de nabije toekomst, waar de Verenigde Staten veranderd zijn in een fundamentalistische theocratie. Mannen hebben het voor het zeggen.

Door milieuvervuiling zijn de meeste vrouwen onvruchtbaar geworden en de weinigen die nog effectieve eierstokken hebben, worden gehouden als concubines slash broedmachines, die wekelijks door hun meesters worden verkracht met het nobele doel de soort in stand te houden.

De hoofdpersoon, concubine Offred, stelt zichzelf regelmatig de vraag hoe het zover heeft kunnen komen, en denkt daarbij aan een metafoor die tot dusver vooral is gebruikt door de milieubeweging: die van de kikker in een bak water die wordt opgewarmd tot kookpunt. Omdat het zo geleidelijk gaat, springt de kikker er niet uit en sterft hij, afijn, u kent hem. In The Handmaid’s Tale wordt deze vergelijking toegepast op een wereld waarin minderheden (vrouwen, maar ook intellectuelen en homoseksuelen) gaandeweg in hun rechten worden beperkt. Bij elke wetswijziging die minderheden hun vrijheden ontnemen zijn er wel demonstraties, maar over het algemeen warmt het water langzaam op tot het kookpunt en springt niemand eruit. Want niemand kan er nog uit springen. De tolerantie voor onderdrukking neemt noodgedwongen toe.

Sommige van mijn homoseksuele vrienden lopen op straat niet meer hand in hand. Enkele van mijn vriendinnen zijn na het nieuws over de aanrandingen in Keulen, maar ook dankzij seksisten als Thierry Baudet, op zelfverdediging gegaan. De intellectuelen in mijn vriendenkring gaan niet eens meer in tegen het populistisch geblaat in De Telegraaf omdat het volgens hen toch niets uithaalt.

Ik ben grootgebracht met het idee dat iedereen vrij en gelijkwaardig is. Iedereen die dat niet vond, kon je vroeger veroordelen tot het dodelijke label ‘dom’. Kous af. Maar de laatste tijd wordt dat soort mensen om onduidelijke redenen ook als dapper gezien. En we leggen er ons maar bij neer, want het weerwoord is de laatste jaren aan inflatie onderhevig. Je kunt tegenwoordig onrecht wel signaleren en er iets van zeggen, maar het maakt niets meer uit: de kom water warmt op, ongeacht je mening.

Misschien ben ik door The Handmaid’s Tale even heel pessimistisch geworden.

Hopelijk is dat cynisme deze donderdagavond over, als ik op de Dam sta en met de rest meezing dat de tirannie moet worden verdreven. Misschien zal ik dan niet wanhopig om me heen kijken als ik denk aan wat Atwood schreef over tirannie: dat je niet alleen moet kijken op wie hem exerceert maar vooral: wie ervan meeprofiteert.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.