Zeer geëerde mr. Rijckevorsel!

dav
dav

Het is voor mij, in deze uren, een heel speciale hartewens u, mr. Rijckevorsel, uit volle borst allerhartelijkst te bedanken voor uw hulp, die u aan mij in de toch zo zware rechtszaak geboden heeft. Ik heb u daarbij leren kennen als een grote idealist, die, ofschoon door en door Nederlander, toch plichtsgetrouw een voor u zo zware opgave op een buitengewoon correcte manier heeft opgelost. De wijze waarop u zich van uw taak heeft gekweten, geeft mij aanleiding u bijzonder te bedanken. Dat u als jurist daarbij zonder succes bent gebleven, betreur ik, maar de schuld ligt beslist niet bij u. In mijn zaak waren de psychologische en politieke krachtsverhoudingen nu eenmaal groter dan de juridische en volkenrechtelijke, die zichtbaar naar de achtergrond gedrongen zijn zoals bij al deze door de politiek bepaalde processen.

Ook heb ik u de verdediging beslist niet makkelijk gemaakt. Om geen verkeerde opvattingen te laten bestaan over de reden, die voor mij aanleiding was, geen gratieverzoek in te dienen en in te laten dienen, wil ik graag nogmaals vastleggen dat slechts twee oorzaken daarvoor maatgevend waren:

1. Ik heb in de openbare behandeling op 2 april 1948 vrijwillig mijn persoon als een soort zoenoffer aan het Nederlandse volk aangeboden. Dit aanbod dwong mij uiteraard af te zien van het doen van een verzoek om gratie.

2. Ik voel mij als persoon niet schuldig, want ik kon onder de bestaande omstandigheden niet anders handelen.

Ik wens u in uw persoonlijke carrière als jurist het best denkbare. Dat u ooit voor uw vaderland ook op andere plekken goede diensten zult bewijzen, werd mij duidelijk, toen ik uw plichtsbesef in de loop van het proces kon waarnemen.

Aan uw Nederlandse volk echter, dat ik persoonlijk zoveel verplicht ben en dat ik zo hoogacht en dat door het tragische noodlot tegenover mij is geplaatst, wens ik in deze uren uit de grond van mijn hart een vrolijkere en gelukkigere toekomst.

Ik heb nog enige laatste wensen aan u als raadsman.

1. Ik wil u vragen als advocaat en als mijn getuige bij de terechtstelling aanwezig te zijn;

2. De heer procureur-fiscaal verzoek ik mij vrij en niet vastgebonden te laten sterven. Ik verklaar op erewoord noch een poging tot vlucht te ondernemen, noch de soldaten een onrustig doelwit te bieden;

3. Ik verzoek u mijn vrouw een officieel doodscertificaat van de executie toe te zenden, en haar en mijn kinderen de laatste persoonlijke groeten over te brengen. Een langere afscheidsbrief laat ik in de gevangenis achter;

4. Ook vraag ik u hun, uw betekenisvolle uitingen in de pers, die nog zouden kunnen verschijnen, toe te zenden voor het familiearchief;

5. Uit het diepst van mijn hart verzoek ik u als advocaat en als gentleman mij na mijn dood in de pers tegen smaad te verdedigen, indien beweringen opduiken die naar uw mening onjuist zijn;

6. Mocht mijn lijk door het OM vrijgegeven worden, wat mij vier jaar na de oorlog mogelijk lijkt, dan vraag ik u ervoor te zorgen dat het in een aan te leggen Duitse oorlogsbegraafplaats tussen mijn SS-kameraden begraven wordt.

7. Ik vraag u er voor te zorgen dat de weinige persoonlijke zaken en souvenirs die ik in een lijst aan de heer hoofddirecteur Molenaar heb gepresenteerd, in het bezit van mijn familie komen (Rauter, Celle/Hannover, Grabenseestrasze 30/III);

8. Ik heb mijn broer in Graz, Heli Rauter, die mij in januari hier heeft bezocht, geschreven dat u voor mij aan persoonlijke onkosten tegen de 800 gulden in rekening gebracht heeft, dat ik dat bedrag als een persoonlijke ereschuld beschouw en dat deze aan u op een zeker moment op een bepaalde manier zal worden terugbetaald, zoals hij mij hier tijdens zijn bezoek heeft beloofd. Aangezien ik zelf niet de beschikking heb over een vermogen is het voor mij helaas niet mogelijk een directe manier te kiezen;

9. Ik verzoek u de procureur-fiscaal en de minister van justitie mijn rechtsopvatting in de afgesproken vorm in een officiële aankondiging nogmaals bekend te maken.

In diepe schuld en dankbaarheid tegenover u

Uw

Rauter

Scheveningen, 23 maart 1949