‘Wat zoekt een zorgondernemer uit een ander land hier?’

Aanbesteding zorg

Gemeenten moeten grote zorgopdrachten Europees aanbesteden. Een groot probleem, merkt Rotterdam.

Straatadvocaat in gesprek met een zwerver.

Vorig voorjaar kwamen ze erachter. Ze lieten huisadvocaat Pels Rijcken nog eens naar de situatie kijken, en advocatenkantoor NautaDutilh voor een second opinion. Maar alle kwamen tot dezelfde conclusie: Rotterdam kan niet onder de vorig jaar aangescherpte Aanbestedingswet uit.

En dat is een groot probleem, zeggen de wethouders Adriaan Visser (financiën, D66) en Hugo de Jonge (onderwijs, jeugd en zorg, CDA). Nu moet de gemeente alle zorg waarvoor zij inmiddels verantwoordelijk is aanbesteden – openbaar, Europees aanbesteden wel te verstaan. Dat wil zeggen dat iedere partij die geïnteresseerd is in het leveren van de diensten zich kan melden. Maar de zorg waar het om gaat is dikwijls kleinschalig, persoonlijk – en vooral heel lokaal. Begeleid wonen in de wijk bijvoorbeeld, of huishoudelijk werk bij ouderen, dagbesteding, wijkteams, kinderbescherming en pleegzorg.

Wat heeft een zorgondernemer uit welk ander Europees land ook hier te zoeken?

De wethouders hebben geen enkel probleem met de oorspronkelijke gedachte achter de Aanbestedingswet: het beschermt bedrijven tegen willekeur van de overheid en het geeft alle bedrijven een gelijke kans om mee te dingen naar overheidsopdrachten. „Maar in de zorg begint dat te knellen”, zegt De Jonge. „Want daar zou een heel andere werkelijkheid belangrijker geacht moeten worden, bijvoorbeeld dat je kennis moet hebben van de stad Rotterdam. Wat heeft een zorgondernemer uit welk ander Europees land ook hier te zoeken? Waar is het grensoverschrijdend belang?”

Het is nu veel moeilijker andere belangen te laten meewegen. De stad kan niet bij de aanbestedingseisen opnemen: we willen een Rotterdamse partij. Daarmee zou Rotterdam de wet overtreden. „Maar waarom kan in de zorg partnerschap niet veel zwaarder wegen dan mededinging?” vraagt De Jonge zich af.

De wijk kennen

Om de zorg in vaak complexe situaties beter te maken, is het goed om met vertrouwde partners te werken, vindt hij. Die de stad en de gemeente goed kennen. „Er zijn hier tientallen partijen betrokken die soms al meer dan honderd jaar werken in de stad, clubs als Pameijer [voor geestelijke gezondheidszorg] en het Leger des Heils. We willen ook heel graag dat zorgverleners met elkaar samenwerken, maar aanbesteding nodigt meer uit tot concurrentie dan tot samenwerking.”

De Jonge geeft een voorbeeld waarom het belangrijk is dat zorgaanbieders de wijken kennen, en begrijpen wat in sommige wijken wel en niet kan. Laatst opende een nieuwe partij zomaar een voorziening voor beschermd wonen voor mensen met een psychiatrische achtergrond die nog niet zelfstandig kunnen wonen. Dat gebeurde in een wijk die het al moeilijk genoeg heeft. Zomaar, zonder overleg met de gemeente. „Daar hebben we eindeloos gelazer mee gehad. De patiënten daar zorgden voor overlast, de inwoners verloren het vertrouwen dat er naar ze geluisterd werd.”

Hij moet nu zelfs het personeel voor de wijkteams aanbesteden, zegt De Jonge. „Ik wil de wijkteams in de huidige samenstelling behouden. Die mensen zijn getraind, die kennen die wijk. Na de decentralisatie van 2015 [waarbij de gemeenten meer taken kregen in de thuiszorg, wijkverpleging en jeugdzorg] duurde het even voordat alles was geland en iedereen weer de olifantenpaadjes kende om elkaar te vinden, elkaars 06-nummers weer hadden. Het is zonde als de aanbesteding die boel straks weer helemaal uit elkaar trekt. We zullen er alles aan doen om dat te voorkomen.”

Een ander probleem is het steeds verbreken van de vertrouwensband tussen een patiënt en een arts of zorgverlener door aan te besteden. Neem de jeugdzorg. Die is juist naar de gemeente overgeheveld zodat ze beter konden werken aan een langdurigere relatie en omdat bij de gemeente meer samenkomt. Bij de jeugdpsychiatrie heeft de gemeente Rotterdam gewoon te maken met artsen en patiënten met een langdurige behandelrelatie. Nu moet de gemeente allemaal bypasses verzinnen om die patiënt-hulpverlenerrelaties te behouden. „Voor alles is wel uiteindelijk een oplossing te vinden, maar dat zijn zulke kunstgrepen dat je denkt: zullen we eens normaal doen met elkaar? Wiens belang zijn we hier eigenlijk aan het dienen?”, zegt De Jonge.

Selectie op kwaliteit

In het verleden hoefden gemeenten de zorg niet openbaar aan te besteden. In de Aanbestedingswet die tot medio 2016 van kracht was, waren er uitzonderingen mogelijk voor het zogenoemde ‘sociale domein’. De gemeente kon daardoor onderhands aanbesteden, aan één aanbieder, of kiezen uit een aantal vooraf geselecteerde aanbieders. „Daarbij hebben we nooit aan laagsteprijsaanbestedingen gedaan. We selecteerden op kwaliteit”, zegt wethouder Visser. „Let wel, het gaat er niet om dat wij willen gunnen aan onze ‘vrienden’, maar het gaat om afschaffing van de plicht om lokale zorg Europees aan te besteden.”

Door de implementatie van een nieuwe richtlijn is die uitzondering vervallen. Er zijn nog wel extra mogelijkheden voor gebieden als zorg, maar de kernverplichting om aanbesteding te publiceren, geldt nu altijd. Er is weliswaar een drempel van 750.000 euro waaronder dat niet hoeft, maar in de praktijk zitten gemeenten daar altijd boven, zegt Visser.

Medisch centrum voor daklozen Havenzicht. Foto’s Walter Herfst, Roel Visser/ANP, Merlin Daleman

Rotterdam is nu bezig met de aanbesteding van zorgcontracten voor 400 miljoen euro per jaar. Over de driejarige looptijd van de contracten gaat het dan om 1,2 miljard euro, het hoogste bedrag waarvoor de gemeente ooit heeft aanbesteed.

„Ik durf wel te stellen dat niet één gemeente in Nederland onder die grens van 7,5 ton blijft”, zegt Visser. „In Rotterdam zijn meer dan honderd medewerkers bezig met de huidige aanbesteding. Dat is enorm. Sommige gemeenten hebben niet eens honderd medewerkers.”

Het geeft zorginstellingen ook een enorme bureaucratische belasting, zegt De Jonge. „En die moeten dit spel soms in dertig of veertig gemeenten spelen, vergis je niet. Voor vrijgevestigden zoals sommige psychologen of psychiaters is dit helemaal een ramp. Uiteraard proberen we het voor die professionals zo makkelijk mogelijk te maken, maar het blijft een enorme administratieve belasting.”