Opinie

Voor 400 Nederlanders was leven moeilijker dan sterven

In mei 1940 maakten in Nederland bijna vierhonderd mensen een eind aan hun leven. Het toont de schok van de Duitse inval. Maar historici hebben de zelfmoordpiek links laten liggen, schrijft .

15 mei 1940. Amsterdammers, onder wie vele NSB-ers, begroeten de bezetter. Foto Co Zeylemaker / ANP

Op vrijdag 10 mei viel Duitsland Nederland binnen en volgde een strijd die maar vijf dagen duurde. Nederland capituleerde op 14 mei na het bombardement op Rotterdam. Dat is bekend. Minder bekend is dat kort na 10 mei bijna vierhonderd mensen een eind aan hun leven maakten. Het was statistisch gezien voor Nederland de grootste zelfmoordpiek ooit. De paar duizend gesneuvelde militairen en de burgerslachtoffers van de bombardementen zijn beschreven, maar de honderden die zelf een eind aan hun leven maakten bleven in de geschiedschrijving praktisch ongenoemd.

Ook zij die zich van het leven beroofden waren slachtoffers, in dit geval van de omstandigheden. Wie het precies waren, werd nooit eerder uitgezocht en de meeste auteurs die over de periode 40-45 schreven, sloegen een slag naar de cijfers zonder zich er goed in te verdiepen. Honderden kozen voor een vlucht in de dood, duizenden moeten erdoor zijn geraakt.

Wie waren deze mensen? Het is tijd dat ze namen en gezichten krijgen en die heb ik geprobeerd ze in mijn boek te geven. Ongeveer de helft was joods en deze groep had al sinds 1933 gehoord en gelezen hoe Duitsland joden behandelde. De Amsterdamse zakenman Louis Fles had er in zijn boekje Hitler – hervormer of misdadiger? uit 1933 zelfs al voor gewaarschuwd. Toen de capitulatie een feit was, vreesden ze het ergste. Het gezin Swaab uit Amsterdam bijvoorbeeld – vader, moeder en hun drie meerderjarige kinderen – beroofde zich gezamenlijk van het leven. De 69-jarige Fles sloeg trouwens ook de hand aan zichzelf.

Anderen vonden het zo onbegrijpelijk en zo onvoorstelbaar dat Duitsers in Nederland de baas werden, dat ze hun leven beëindigden, zoals de Amsterdamse hoogleraar Wim Bonger, die in zijn afscheidsbrief schreef: „Ik kan mij niet bukken voor dat tuig, dat nu gaat heersen.” Maar ook de Noord-Hollandse visser Simon Dekker, die al meteen na 10 mei behoorlijk overstuur was. „Ik kan absoluut niet leven onder de Duitsers”, riep hij volgens getuigen. Vier dagen na de capitulatie maakte hij met twee revolvers een eind aan het leven van zijn vrouw en kinderen en daarna aan dat van zichzelf. Duitse vluchtelingen die al eerder waren ontsnapt, maakten er eveneens een eind aan. Zoals het voormalige Bondsdaglid voor de SPD, Toni Reissner, die zich met zijn vrouw en zoon het leven benam. Zijn dochter Gisela overleefde door het huis uit te rennen.

De paniek in die dagen was tastbaar

In het standaardwerk van L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, was weinig aandacht voor de zelfmoorden van mei 1940. De Jong noemde een paar bekende namen, – de schrijver Menno ter Braak, de wethouder Emanuel Boekman en de hoogleraar Leonard Polak Daniels – maar geen getallen, hoewel die al sinds najaar 1940 bekend waren bij het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ook de historicus Jacques Presser ging in zijn standaardwerk Ondergang niet diep in op de ‘zelfmoordepidemie’, hoewel hij zelf samen met zijn echtgenote een poging ondernam.

Loe de Jong reed op de dag van de capitulatie samen met het bevriende gezin Wins naar IJmuiden om een boot te vinden die naar Engeland ging. De Jong en zijn vrouw wisten te vluchten, maar Jo Wins, zijn vrouw en twee kinderen moesten omkeren en pleegden dezelfde avond zelfmoord. Het is nauwelijks te bevatten dat De Jong in zijn geschriften met deze tragedie niets heeft gedaan.

Naar de reden waarom historici het onderwerp lieten liggen, kunnen we alleen maar raden, terwijl juist het enorme aantal zelfmoorden laat zien hoe groot de schok was van inval en capitulatie. De inval betekende het mislukken van de neutraliteitspolitiek, waardoor Nederland sinds 1815 geen oorlog meer had gekend. De waterlinie en het leger bleken weinig waard toen het erop aan kwam. En dan was er nog de vlucht van Koningin Wilhelmina naar Engeland op 13 mei 1940, voor Nederlanders toen een onbegrijpelijk besluit. De paniek in die dagen was tastbaar.

Door overgeleverde brieven en uitlatingen tegenover familie, vrienden en buren weten we soms wat de honderden mensen die zich daadwerkelijk van het leven beroofden bewoog. Ze zagen geen toekomst meer, voor zichzelf noch voor hun partner en soms ook de kinderen. „Soms is het moeilijker te leven, dan te sterven”, aldus Emma Zeehandelaar in haar laatste brief. Ze verklaarden niet onder Duitse heerschappij te kunnen leven, of geen ‘uitgeslotenen’ te willen worden. Hoewel de woorden van al die honderden wel een indicatie geven van waarom ze tot hun besluit kwamen, zijn het vooral hun daden die ons vertellen hoe ze zich voelden. Het historische belang van mei 1940 krijgt door het kennisnemen van de zelfmoordgolf in die maand een extra dimensie.