Cultuur

Interview

Interview

Foto: Merlijn Doomernik

‘Onderzoekers in de psychiatrie begrijpen elkaar niet eens’

Psychiater-filosoof Gerrit Glas

Er is voortdurend controverse over neurologisch onderzoek. Wetenschappers zijn vaak te gespecialiseerd om elkaar te begrijpen. Gerrit Glas wil meer verbinden.

Hersenonderzoek, de werking van het brein, is booming business. Het publiek kan er niet genoeg van krijgen. Ontstaat lastig gedrag door de opvoeding, de levensstijl of door aangeboren foutjes in de hersenen? Depressie, verslaving, alzheimer, MS – kun je die ziektes voorspellen aan de hand van iemands brein? Boeken als ‘Wij zijn ons brein’ van Dick Swaab verkopen goed; zelfhulp-boeken over omgaan met stress staan bovenaan de bestseller-lijsten.

Er is ook voortdurend controverse over. Laatst bleek uit een Nijmeegse studie dat kinderen met adhd kleinere hersens hebben dan kinderen zonder adhd. Irrelevante resultaten, schreef Laura Batstra, onderzoeker en docent aan Rijksuniversiteit Groningen, een dag later in Trouw. „Het kind met adhd krijgt de onterechte, stigmatiserende boodschap dat het een hersenziekte heeft. Het in stand houden van biomedische hersenmythes met dit soort ongefundeerde en verregaande claims schaadt kinderen.”

Vorige week kwam methylfenidaat (Ritalin en Concerta) in opspraak. Bij bijwerkingencentrum Lareb was melding gemaakt van drie mannen die het middel slikten en plotseling overleden. Een oorzakelijk verband is niet aangetoond maar de ophef was er niet minder om.

Men is zich hyperbewust van gevoelens en gedrag. Daarachter schuilt een maakbaarheidsidee

Dit is precies waar de nieuwe leerstoel filosofie van de neurowetenschappen over gaat, zegt Gerrit Glas. Glas (62), psychiater en filosoof, houdt zich al 35 jaar met hersenen en gedrag bezig. Onlangs is hij aangesteld aan het VUmc als hoogleraar. De helft van de week werkt hij aan de VU, de rest van de week leidt hij psychiaters op in Overijssel, waar hij ook patiënten behandelt.

Maakbaarheid

Waarom is de moderne mens zo bezig met zijn psychisch welzijn? Glas: „Men is zich hyperbewust van gevoelens en gedrag. Daarachter schuilt een maakbaarheidsidee: we vinden dat we recht hebben op een hoog niveau van welbevinden. Bereiken we dat niet, dan móét er iets gebeuren.”

Er is de laatste 20 jaar veel gebeurd in de neurowetenschappen, zegt Glas. „We kunnen van alles zien op scans, we zien schade aan en verbindingen tussen hersendelen die we eerder nooit zagen.” Alleen al aan het VUmc en het AMC in Amsterdam zijn 800 onderzoekers met neurowetenschappen bezig. „Maar die mensen zijn alweer zo gespecialiseerd dat ze elkaar niet begrijpen. De één kijkt naar cellen, de ander naar moleculen, een derde groep bestudeert hersenweefsels, een vierde gedrag en de vijfde groep cognitie. Als ze elkaars congressen bezoeken, begrijpen ze de helft niet van wat er wordt gezegd.” Zijn leerstoel is bedoeld om verbanden te zoeken tussen die wetenschapsgebieden onderling en met en de klinische praktijk.

Beide kampen in de psychiatrie gaan voorbij aan de complexiteit van hersenprocessen en gedrag

Actueel in de psychiatrie is het meten van behandel-resultaten. Deze zogenaamde ‘routine outcome monitoring’ (ROM) is volgens Glas een soort obsessie geworden. „Als een instelling te weinig ROM-gegevens kan ophoesten, krijgt hij minder geld van de zorgverzekeraar. Maar veel instellingen besteden de ROM-meting uit aan een callcenter dat de patiënt interviewt. De resultaten krijgt de psychiater niet te zien. Het is onbekend of ROM echt de kwaliteit meet.”

Er zijn twee kampen in de psychiatrie maar Glas voelt zich in beide niet thuis. „Het ene kamp zegt: er zit een draadje los en dat moet met pillen gerepareerd worden. Dan ontken je de psychologische en sociale factoren: opvoeding en overprikkeling in de maatschappij. Het andere kamp denkt dat alles met praten is op te lossen en dat stoornissen het gevolg zijn van lifestyle. Beide kampen gaan voorbij aan de complexiteit van hersenprocessen en gedrag.”